Universiteit Leiden

nl en

Parade

Onderwijsparade

Datum
vrijdag 22 november 2019
Tijd
Bezoekadres
Reuvens
Reuvensplaats 2
2311 BE Leiden
Zaal
Study Lounge

Een kijkje in de keuken van onderwijsvernieuwing.

Op vrijdag 22 november 2019 vond de allereerste Onderwijsparade plaats. Tijdens deze middag presenteerden docenten van de Faculteit Geesteswetenschappen de uitkomsten van hun onderwijsinnovatieprojecten aan collega’s. De middag startte om kwart over 12 met een lunch, waarna Olga van Marion de Onderwijsparade opende. De rest van de dag was gevuld met inspirerende lezingen, workshops en een markt waarop docenten hun onderwijsinnovatieprojecten laten zien. Als kers op de taart sloten we de middag af met een gezellige borrel, muziek en hapjes.

Verslagen

In de lezing besprak Sjef Barbiers de nieuwe eerstejaars bachelor-cursus Taal Mentaal van de opleiding Nederlands. Deze cursus neemt de grote vragen van de taalwetenschap als uitgangspunt en leert studenten zo dat taal wetenschappelijk onderzocht kan worden vanuit cognitief, sociaal en historisch perspectief.

Wetenschappelijke vragen stellen aan het begin van een college wekt nieuwsgierigheid op en zorgt ervoor dat studenten zelf ook meer vragen gaan stellen, zelfs in het hoorcollege. De grote vragen sluiten aan bij de impliciete taalkennis die studenten al hebben voor ze aan het college beginnen. Dit plaatst de studenten in de rol van taalonderzoeker. Barbiers wil hiermee interesse in taalkunde wekken bij eerstejaarsstudenten Nederlands.

Van de grote vragen leidt de aanpak naar kleinere vragen en dan komt aan bod wat de plaats van deze bouwstenen is in de taalkunde en in het curriculum. Dat leidt bijvoorbeeld tot zinsontleding die al 100 jaar hetzelfde is op de middelbare school. Wetenschappelijk klopt hier geen bal van; dat vinden studenten wel een leuke boodschap.

De aanwezige docenten waren zeer geïnteresseerd in de vraaggestuurde aanpak en perspectivische benadering. De discussie spitste zich toe op de benodigde basiskennis en oefening om zinvolle onderzoekende vragen te kunnen stellen.

In haar lezing vertelde Marion Boers over een nieuwe dienstverlening die de faculteit aanbiedt: docenten die graag hun vaardigheden verbeteren kunnen deelnemen aan intervisie in referentiegroepen en individuele begeleiding.

Ook kunnen docenten die de Basis Kwalificatie Onderwijs (BKO) moeten behalen ondersteuning krijgen bij het schrijven van hun portfolio, en door het observeren van hun colleges/seminars. Marion legt uit hoe dit aanbod werkt. Het doel is om docenten te helpen alles uit zichzelf te halen.

Ook laat Marion zien hoe groepsintervisie werken door de deelnemers te vragen naar hun pedagogische vraagstukken. Er volgt een levendige discussie, die laat zien dat docenten zich kunnen verhouden tot de onderwerpen die collega's tegenkomen. Samen worden meerdere oplossingen verkend rond thema's als: "hoe kan ik al mijn leerlingen in de klas actief laten meedoen", en "hoe om te gaan met leerlingen die zich niet voorbereiden op de lessen".

Docenten die geïnteresseerd zijn in dit aanbod, kunnen contact opnemen met Marion Boer of Myra Arends, die beiden werken als docent en opleidingscoach aan de faculteit Geesteswetenschappen.

Binnen het curriculum van de MA African Studies hebben Mirjam de Bruijn en Kim de Vries een project opgezet waarbij studenten leren dat er zowel verschillende methoden van onderzoek zijn en er verschillende ‘talen’ zijn om verslag te doen over het (resultaten van het) onderzoek.

Binnen de MA African Studies leren studenten bijvoorbeeld een film te maken over hun onderzoek of in samenwerking met een kunstenaar een schilderij te maken over de geschiedenis van Congo. In het schilderij komen verschillende elementen van de crisis in Congo naar voren. Studenten werken die elementen verder in hun onderzoek uit en maken daar bijvoorbeeld een film van. De producten van de studenten worden vervolgens op een website zichtbaar gemaakt. Binnen de MA African Studies gaan studenten naar Afrika voor veldwerk, dat neemt behoorlijk wat tijd in beslag. De hoeveelheid tijd om studenten (nieuwe) vaardigheden aan te leren, is daardoor beperkt. Niettemin zijn die vaardigheden onontbeerlijk voor de toekomst van ons onderzoek en onderwijs. Mirjam pleit daarom in haar presentatie voor een facultaire skills hub waar studenten (en docenten) zich de nieuwste technieken eigen kunnen maken en zodoende nieuwe ‘talen’ kunnen ontwikkelen voor het publiceren van het onderzoek. De bezoekers van de presentatie zijn enthousiast over dit idee en zijn het met Mirjam eens dat een dergelijk lab vooral eerst in onze eigen faculteit opgezet moet worden.

In hun workshop lieten Lettie Dorst en Katinka Zeven zien hoe studenten van de Translation master hun kennis en vaardigheden ontwikkelen door samen te werken en verschillende vormen van feedback en peer review te gebruiken in de Active Learning Classroom.

Toen Lettie en Katinka begonnen met het herindelen van vertaalvakken voor de MA Translation in Theory and Practice (Dutch/English), vroegen ze zich eerst af "Hoe ziet de werkomgeving van een vertaler er in 2019 uit?". Omdat ze leven in een wereld die gedomineerd wordt door het gebruik van digitale hulpmiddelen, door het werken in groepen en door gebruik te maken van computervertalingen, hebben ze besloten dat dit alles deel moet uitmaken van de nieuwe opzet van hun vakken. Ze proberen de studenten dus niet langer weg te houden van computerondersteuning, maar proberen hen vertrouwd te maken met zoveel mogelijk tools en hen te leren hoe ze die verstandig kunnen gebruiken. Ze leren hun leerlingen hoe computervertalen werkt, wat het kan en wat het niet kan. En ze maken hen bewust van privacy kwesties en mogelijk verlies van gevoelige klantgegevens wanneer ze gebruik maken van openbare diensten.

In de oude vakken waren theorie, praktijk en hulpmiddelen sterk gescheiden. In hun nieuwe aanpak mengen deze onderwerpen zich voortdurend. Ze bespreken nauwelijks vertalingen in de klas, maar ze laten de studenten nadenken over meer algemene vragen die ze eerst moeten beantwoorden voordat ze aan de slag kunnen met vertalen. De inrichting van het Active Learning klaslokaal helpt de leerlingen actief te zijn en te discussiëren over deze onderwerpen in groepsverband. Omdat ze in kleine groepjes werken, voelen ze zich veiliger en worden introverte leerlingen opener. Vooral wanneer studenten zich in de ruimte gaan bewegen om te zien wat andere groepen hebben bedacht, zien ze dat de studenten zich realiseren dat er meer perspectieven zijn op hetzelfde probleem. "Ze maken foto's van elkaars borden en bespreken vrijelijk wat er op de borden van andere groepen staat. Zo wordt het nooit te persoonlijk. "Vaak nemen de leerlingen de les over. Het is dus niet mogelijk om je lessen in detail te plannen." Het gebruik van het ALC heeft tot gevolg dat de leerdoelen van een vak verschuiven van kennis naar praktijk en ontdekking. En studenten zijn geneigd om veel meer van elkaar te leren dan van de docent, wiens rol verandert van kennisleverancier naar moderator.

Vooral deelnemers van buiten de universiteit waren verbaasd te zien dat er zo weinig technologie wordt gebruikt in de opzet van het ALC (Lipsius 2.17). Wat IT betreft is het heel eenvoudig, maar het effect op lesgeven en leren lijkt zeer positief te zijn. Uiteindelijk is de deelnemers gevraagd om kleine groepjes van vier te maken en te bespreken hoe een artikel vertaald moet worden. Welke informatie heb je nodig om dat te doen? Welke bronnen kun je gebruiken?

In zijn lezing vertelde Yasco Horsman hoe in de bachelor Film- en Literatuurwetenschappen drie nieuwe workshops worden geïntroduceerd voor een beter en breder geïntegreerde schrijfleerlijn. In deze workshops worden niet-academische vormen gemengd met academische onderwerpen.

In deze workshops leren studenten zelf een Ted Talk (“LU Talk”) te verzorgen, een wetenschappelijke blog te schrijven en een video-essay te maken. Deze drie workshops sluiten aan bij bestaande vakken in de bachelor, die zich lenen voor actuele en interdisciplinaire onderwerpen. Doordat studenten voor deze workshops samenwerken met mensen uit de niet-wetenschappelijke beroepspraktijk (bijvoorbeeld met Ted Amsterdam), bieden deze workshops een eerste verkenning van de arbeidsmarkt. Ook leren studenten naast abstracte vaardigheden als creatief denken en zelfsturend leren nieuwe, concrete vaardigheden: pitchen, omgang met digital tools en ervaring met verwerkingsprogramma’s als Adobe. Daarnaast sluiten deze nieuwe schrijf- en presentatievaardigheden aan bij het moderne medialandschap van mini-colleges, MOOCs, vlogs, fan theories en video-essays, een nieuwe vorm van “geletterdheid” die studenten vaak bij aanvang van de studie al hebben en verder willen ontwikkelen.

De lezing van Yasco leidde tot veel enthousiaste vragen en discussie. Hoe combineer je bijvoorbeeld deze populaire presentatietechnieken aan wetenschappelijke onderwerpen? Wat doe je en mag je doen met de output van deze workshops? De lezing eindigde met een discussie over de waarde van een traditioneel eindwerkstuk ten opzichte van een andersoortig eindwerkstuk, zoals een visual thesis, en de bijkomende vraag of we moeten vasthouden aan de traditionele academische vaardigheden of juist deze moeten herzien om studenten beter voor te bereiden op de huidige arbeidsmarkt.

In haar lezing liet Paz Gonzalez haar project voor het tweedejaars vak "Sociolinguïstiek en dialectologie van Latijns-Amerika" van de bachelor Latin America Studies zien. Ze gaf voorbeelden van een multimodale leeromgeving, zoals een videocorpus met verschillende Spaanse dialecten en beoordelingsinstrumenten.

Paz begint met te vertellen dat ongeveer 500 miljoen mensen in de wereld Spaans spreken. Natuurlijk is er veel variatie in de manier waarop mensen Spaans spreken. Het Spaans van Paz is al een goed voorbeeld: ze komt uit Barcelona, maar woont al jaren in Amsterdam en vertelt ons dat haar "Spaans nergens thuishoort". Een van de hoofddoelen is om studenten kennis te laten maken met de verschillende taalvariëteiten die er over de hele wereld, en vooral in Latijns-Amerika, bestaan. Uiteindelijk is het doel van Paz dat de studenten iemand op straat Spaans kunnen horen spreken en dan kunnen zeggen: "Hé, deze man komt uit Cuba".

Om dit doel te bereiken is Paz gestart met het project, dat wordt gefinancierd door Onderwijsvernieuwing en ECOLe. In dit project hebben de studenten semi-gestuurde interviews verzameld, die op video zijn opgenomen. Inmiddels zijn er al 240 video's opgenomen en er zullen er waarschijnlijk nog meer binnenkomen. Een student-assistent (die ook gitaar speelt in het Bossanova Duo Tensão, dat we tijdens de borrel zullen horen) is bezig met het categoriseren van de dialectologische kenmerken.

Kortom, deze didactische innovatie maakt een multimodale leeromgeving, waaronder mogelijk beoordelingsinstrumenten. mogelijk, Naast de didactische voordelen is er een duidelijk onderzoekscomponent: de video's worden verzameld als een corpus met een schat aan gegevens, en dit corpus zal openbaar worden gemaakt.

Alessandra Barrow en Eveline Vos van de bacheloropleiding International Studies deden mee aan het universitaire project Students as Partners. Het idee achter het project Students as Partners is dat studenten in een groepje van 2 à 3 zelf een innovatief idee kunnen aandragen én uitvoeren samen met stafleden, ter verbetering van de learning experience. De innovatie richt zich op de eigen studie, faculteit of de hele universiteit.

Alessandra en Eveline hebben voor hun project een enquête uitgezet onder de studenten International Studies met vragen over hun mentale gezondheid, omdat uit de persoonlijke gesprekken binnen de opleiding bleek dat veel studenten bijvoorbeeld stress ervaren, last hebben van een eenzaamheidsgevoelens of kampen met ernstiger klachten zoals angststoornissen. Vooral voor internationale studenten is dit een probleem omdat zij minder kunnen terugvallen op een sociaal vangnet in Nederland en minder gemakkelijk toegang hebben tot het Nederlands gezondheidssysteem. De resultaten van de enquête, die door 216 studenten werd ingevuld, liegen er niet om. Ruim 90% van de studenten zegt stress te ervaren en ruim 60% heeft last van angstige gevoelens. De respondenten geven aan dat zij niet goed weten waar zij met hun problemen terecht kunnen en vinden dat de universiteit te weinig doet om studenten met dergelijke problemen te helpen. De studentpsychologen en andere faciliteiten zijn veelal in Leiden gevestigd, waardoor (internationale) studenten BAIS minder gemakkelijk daarvan gebruik kunnen maken. De wachtlijsten bij de studentpsychologen zijn zo lang dat de problemen in ernst toenemen. Ook bij andere functionarissen zoals de studiecoördinatoren kunnen zij niet altijd (op tijd) met hun problemen terecht.

Alessandra en Eveline hebben tijdens hun project een campagne opgezet “Wanna Talk About it” om studenten hierin te begeleiden. De enquête over deze campagne loopt ten tijde van de presentatie nog. Ze doen niettemin suggesties om de communicatie over de mentale problematiek onder studenten te verbeteren. Ze geven aan dat een gecoördineerde aanpak nodig is, en dat de begeleiding van studenten hierbij centraal moet staan, daarbij vragen ze specifieke aandacht voor de groep internationale studenten en de studenten in Den Haag. De aanwezigen bij de presentatie gaven in reactie aan het een zeer belangrijk onderwerp te vinden en geschokt te zijn door de resultaten van de enquête.

De opleiding Griekse en Latijnse Taal en Cultuur heeft te maken met een zeer gemengde groep aan eerstejaars waarin het taalniveau per student verschillend is. Adriaan Rademaker vertelde in zijn lezing over de nieuwe lesmethode en digitale oefeningen, Gymnasmata, die zijn ontwikkeld om alle studenten op eigen niveau verder te helpen.

Niet alle eerstejaars bij Griekse en Latijnse Taal en Cultuur hebben Grieks in het eindpakket op het gymnasium gehad. In het rapport “Het geheim van de blauwe broer” legt hoogleraar Ineke Sluiter in detail uit welke verschillen in parate taalkennis er zijn. Naast de grote verschillen tussen studenten, blijkt de parate taalkennis onder eerstejaars in zijn algemeen af te nemen terwijl de beschikbare tijd om daar wat aan te doen niet toeneemt. Tot slot blijkt dat de stof vaak niet beklijft na één semester en dat studenten later hiaten in hun kennis zelfstandig zouden moeten kunnen bijspijkeren.

De opleiding gaat deze uitdaging te lijf met drie middelen:

  • Een nieuwe, efficiëntere lesmethode (Grieks voor iedereen) op basis van zoveel mogelijk authentiek Grieks. De lesmethode is van een academischer niveau dan de oude lesmethode;
  • Gymnasmata, een project waarin:
    • in samenwerking met student-assistenten kennisclips over grammatica-onderwerpen worden ontwikkeld, die ook door die student-assistenten worden gepresenteerd;
    • veel digitaal oefenmateriaal wordt aangeboden om te oefenen met morfologie en syntaxis en als leeshulp bij authentieke teksten.

De eerste resultaten duiden op een hoger slagingspercentage.

Studenten aansporen om verder te kijken dan tekst, dat is een van de doelstellingen van Fresco als docent Manchu. In zijn workshop deelde Fresco goede en uitdagende werkwijzen uit zijn Manchu-lessen en besprak pedagogische benaderingen.

Voor zijn vakken maakt hij gebruik van verschillende hulpmiddelen voor het visualiseren van objecten, kaarten en artefacten. Ook heeft hij bronnen ontwikkeld en maakt hij gebruik van bestaande bronnen om zelfstudie voor studenten te vergemakkelijken. Studenten kunnen deelnemen aan en bijdragen aan digitale platforms voor het delen van kennis en bevindingen over Manchu taal en cultuur.

Tijdens zijn workshop creëert Fresco een leeromgeving zoals in een van zijn lessen voor studenten. Op die manier kunnen de deelnemers enkele van de pedagogische waarden en inzichten ervaren, evenals de instrumenten en platforms die Fresco gebruikt. Een belangrijk onderdeel van zijn pedagogische aanpak is dat de studenten actief bezig zijn met het verkennen van realistische content en handelen als onderzoekers, terwijl de docent een gids en coach is. De focus ligt op successen en er is altijd een verbinding met de 'buitenwereld', bijvoorbeeld door met musea te communiceren over bevindingen.

Tirza Schipper heeft kennisclips en digitale oefeningen ontwikkeld over de grammatica van het Swahili. In haar lezing vertelt ze over het toepassen en de voordelen hiervan in de collegezaal.

Tirza vraagt haar studenten per week één of meerdere clips te bekijken. Per onderwerp biedt zij ook een online (wekelijkse) diagnostische toets aan. Het gevolg is dat zij in de les nooit meer tijd hoeft te besteden aan grammatica-uitleg. En doordat studenten thuis meer nadenken over de grammatica krijgt ze in de les ook betere (meer diepgaande) vragen van de studenten.

In het begin was zij minder strikt, zij legde toen af en toe nog wel eens wat uit wat ook in de kennisclips aan bod kwam. Gaandeweg is zij hier strenger in geworden, studenten moeten het thuis doen. Als ze dat niet gedaan hebben dan verwijst zij hen in de les naar de video’s, zodat ze die thuis terug kunnen kijken.

 

De vraagtypes die ze vooral gebruikt zijn MC en dropdown. Andere vraagtypes vindt ze of te bewerkelijk om op te stellen, of er niet mooi uit zien in Remindo (zoals de matchingvragen), of te lastig omdat de studenten dingen invullen die achteraf toch goed blijken te zijn (zoals fill in the blank).

Studenten krijgen 2 tot 5 pogingen voor de diagnostische toetsen met vragen die uit de vragenbank komen. Dus in die verschillende pogingen krijgen studenten vaak andere vragen. Toetsen tellen mee voor 2 tot 5% van het totale cijfer.  Heel weinig dus, maar genoeg voor de studenten om de toetsen serieus te nemen en ze te maken. Deze stok achter de deur blijkt toch nodig. De vraag wordt gesteld of het niet zo is dat studenten met elkaar antwoorden uitleggen. Tirza geeft aan dat dit gebeurt, maar dat betekent dat ze met elkaar discussiëren over de vragen en dat vindt zij juist goed.

Summatief toetsen doet Tirza ook. Zij doet dit in samenwerking met ECOLe, er is altijd een ondersteuner aanwezig bij  haar toets. Zodat zij zich op de studenten kan focussen en ECOLe op de techniek. Vooral het  nakijken levert haar heel veel tijdswinst op. Het is zeker een investering in het begin, maar op de lange termijn betaalt die zich terug.

In haar workshop vertelt Noa Schonmann hoe ze haar studenten aanmoedigt om zich tot primaire bronnen te wenden die over de hele wereld worden gepubliceerd en hoe je hen kunt leren om complexe databases te gebruiken voor hun onderzoek.

De nieuwsmedia zijn een belangrijke primaire bron voor internationaal en regionaal onderzoek binnen verschillende disciplines. Een schat aan nieuwsmedia bronnen is gearchiveerd, gedigitaliseerd en toegankelijk gemaakt voor onderzoekers wereldwijd via online databases. De Leidse universiteitsbibliotheek is geabonneerd op een aantal van deze databases, maar studenten vinden het moeilijk om te achterhalen welke journal databases er in elke database beschikbaar zijn en hoe ze de gegevens voor een onderzoeksproject kunnen gebruiken. Dit innovatieve project stimuleert studenten om zich tot primaire bronnen te wenden die over de hele wereld worden gepubliceerd en duwt hen uit hun westerse "comfortzone".

De workshop liet zien hoe de toegang van studenten tot nieuwsmedia wordt vergemakkelijkt in niet-mainstream bronnen en hoe het hen aanmoedigt om complexe databases te gebruiken. Dit stelt hen in staat om belangrijke vaardigheden te ontwikkelen die overdraagbaar zijn naar verschillende werkomgevingen: technische vaardigheden, vertrouwen in nieuw verworven taalvaardigheden en, het belangrijkste, kritisch denken.

De deelnemers waren zeer geïnteresseerd in de mogelijkheden om zowel het aantal primaire regionale en internationale nieuwsbronnen als de toepassing van deze bronnen in andere gebieden te verbreden.

In haar workshop betrekt Szilvia haar deelnemers bij een aantal activiteiten waarbij ze erop wijst dat een effectieve manier van taalonderwijs "model gebaseerd" zou zijn, een vorm van corpusgericht taalonderwijs.

De eerste activiteit toont ons het belang van conventioneel taalgebruik. Hoewel "injured" en "damaged" bijvoorbeeld synoniemen zijn, is het moeilijk te begrijpen wat er met de term "damaged koala" wordt bedoeld. In een andere activiteit laat Szilvia ons zien hoe een concordantie van woorden de leerlingen kan helpen om te zien hoe woorden vaak gebruikt worden, wat typische overeenkomsten zijn. Zo wordt de term "strong point", zoals we kunnen zien aan de concordantie op het scherm, meestal voorafgegaan door een vorm van ontkenning en een bezittelijk voornaamwoord ("not his strong point"). Het tonen van dit soort overeenkomsten zal de leerlingen laten zien dat dit is hoe taal werkt. Moedertaalsprekers hebben de neiging om pre-gefabriceerde brokken te gebruiken, en taal is moeilijker te begrijpen wanneer er ongebruikelijke vormen worden gebruikt. Op basis van deze inzichten laat Szilvia ons zien hoe we korte teksten als input kunnen gebruiken, allemaal over hetzelfde onderwerp, waarin taalgebruik en taalblokken (inderdaad) worden gerecycled. Wanneer er vervolgens aan studenten wordt gevraagd om deze teksten opnieuw te vertellen, ervaren we (als deelnemers aan de workshop) dat we onmiskenbaar de neiging hebben om deze conventionele vormen opnieuw te gebruiken. Missie volbracht.

Szilvia zou ons graag nog meer activiteiten willen laten doen, maar het is 5 uur en de mensen staan buiten gretig te wachten op een nieuwe bijeenkomst. Dus gaan we naar buiten om het gesprek voort te zetten tijdens de borrel.

Deze video kan niet worden getoond omdat u geen cookies heeft geaccepteerd.

Verlaat onze website om deze video te bekijken.

De Onderwijsparade wordt georganiseerd door ECOLe, O&K en LLRC.

Lees meer

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.