Universiteit Leiden

nl en

Onderwijs

Start programma-inrichting nieuwe brede opleiding moderne talen en culturen

28 april 2020

Op 14 april heeft het faculteitsbestuur besloten om verder te gaan met de inrichting van een nieuwe brede BA-opleiding ‘Moderne Talen en Culturen’. Het doel van een nieuwe brede opleiding is het domein talen en culturen in de toekomst financieel gezond te houden en daarmee het behoud van de aanwezige expertise voor onze faculteit te garanderen. Maarten Mous, hoogleraar Afrikaanse taalkunde en Carmen van den Bergh, docent Italiaanse letterkunde, zijn gevraagd om als kwartiermakers het programma van de beoogde opleiding samen te stellen. Zij zullen hiertoe de komende tijd met vele betrokkenen (online) in gesprek gaan en terugkoppeling geven over de voortgang. Vice-decaan Jeroen Touwen lichtte het besluit toe op donderdag 23 april bij het opleidingsvoorzittersoverleg.

Voor een financieel gezonde toekomst

De bacheloropleidingen van de faculteit Geesteswetenschappen op het gebied van moderne talen en culturen hebben, net als andere faculteiten geesteswetenschappen in het land, helaas al jaren te kampen met lage en/of dalende instroom van studenten. Dat geeft onderwijskundige, maatschappelijke en financiële problemen. Uit het rapport Talen centraal van het Nationaal Platform voor de Talen blijkt dat er onder scholieren in het algemeen meer belangstelling is voor brede opleidingen dan voor gespecialiseerde opleidingen. Deze ontwikkeling creëert kansen voor onze nieuwe brede opleiding.

Eerdere verkenningen en besluitvorming

Het faculteitsbestuur is niet over één nacht ijs gegaan in de besluitvorming over deze beoogde opleiding. Sinds april 2018 zijn er twee verkenningen uitgevoerd door onze collega’s Prof. dr. Ton van Haaften en Marlous Dekker. Jullie zullen ook met hen gesproken hebben. Het faculteitsbestuur concludeerde op basis van hun eindrapportage vorig jaar mei dat er voldoende draagvlak is voor het opzetten van een nieuwe, brede bacheloropleiding binnen het domein talen en culturen naast de bestaande opleidingen. Echter, in afwachting van het advies van De commissie Van Rijn werd een definitief besluit uitgesteld. In december 2019 besloot het faculteitsbestuur alsnog tot het opstellen van plan voor een brede bacheloropleiding en in april 2020 zijn de kwartiermakers gevraagd de nieuwe opleiding in te richten.

Hoe moet de nieuwe brede opleiding eruit zien?

Maarten Mous en Carmen van den Bergh is gevraagd om een voor studiekiezers aansprekend onderwijsprogramma te ontwikkelen en eindtermen voor een brede, multidisciplinaire talenopleiding met mondiaal profiel op te stellen. Wat mij betreft horen daar elementen van Digital Humanities bij. Studenten moeten kunnen kiezen voor een breed, mondiaal letteren-profiel of voor een specialisatie in één of twee talen. Er wordt voor het nieuwe curriculum ook bekeken of verschillende eindniveaus van doeltalen mogelijk zijn, afhankelijk van uitstroomprofielen van studenten.

Het curriculum moet samengesteld worden uit vakken van de bestaande opleidingen en aansluiten bij de programmanormen van de faculteit en de onderwijsvisie van de universiteit. Mede op basis van het rapport van Van Haaften en Dekker is Maarten Mous en Carmen van den Bergh meegegeven om inhoudelijk in elk geval de opleidingen Duits, Frans, Italiaans en Engels, als ook Russisch, Latijns-Amerikastudies en Afrikaanse talen en culturen te betrekken bij het ontwerp van het onderwijsprogramma. Ook met andere talenopleidingen zal worden overlegd.

Vernieuwing in het domein talen en culturen

Voor de nieuwe opleiding kunnen bestaande vakken van huidige opleidingen die opgenomen worden in het curriculum vernieuwd worden. Voor een deel gebeurt dit al. Zo worden bijvoorbeeld bij Italiaans Digital Humanities-vakken ontwikkeld en heeft Duits de arbeidsmarktvoorbereiding voor studenten recentelijk versterkt. Van die vernieuwde elementen kunnen we gebruik maken bij de inrichting van het nieuwe programma.

Het proces

Maarten Mous en Carmen van den Bergh gaan de komende tijd in gesprek met de opleidingsvoorzitters, studiecoördinatoren en de docenten van betrokken opleidingen. Daarnaast wordt via deskresearch de markt en de wensen van studiekiezers verkend. Ook wordt er feedback opgehaald in (online) bijeenkomsten en via bijvoorbeeld een poll. Vice-decaan Jeroen Touwen zal de overkoepelende regie houden op het proces en regelmatig terugkoppeling geven in het opleidingsvoorzittersoverleg over de stand van zaken. De kwartiermakers leggen in december 2020 het opgestelde programma voor aan het faculteitsbestuur. Het bestuur besluit dan of de opleiding zal worden ingediend voor accreditatie. Het besluit is ook afhankelijk van de uitkomst van een marktonderzoek. Het marktonderzoek onder aankomende studenten en werkgevers vindt naar verwachting in het najaar plaats als duidelijk is hoe het programma eruit gaat ziet. Bij een positief besluit wordt in 2021 de weg van realisatie ingezet. De nieuwe opleiding zou vervolgens in 2022 van start kunnen gaan.

Wijze van informeren

De start van de programma-inrichting is op donderdag 23 april in het opleidingsvoorzittersoverleg besproken. Daarbij is deze informatie is vorige week per e-mail verzonden aan allen die in een eerdere fase bij het project betrokken waren; opleidingsvoorzitters, wetenschappelijk directeuren, onderwijsdirecteuren, instituutsmanagers en docenten Frans, Duits, Italiaans.

In het vervolg worden alle docenten van alle opleidingen talen en culturen via e-mail op de hoogte gehouden.

Meer informatie

Stuur een e-mail naar Sanne Arens, Facultair coördinator implementatie onderwijsvisie, via s.arens@hum.leidenuniv.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.