Universiteit Leiden

nl en

Faculty Summer Dinner: uit eten op je werk in historische sferen

Een ontspannen avondje uit en dineren óp je werk, gaat dat samen? Met een historische ambiance, uitstekend eten en een rondleiding door het Academiegebouw was het Faculty Summer Dinner 2018 voor de medewerkers van de universiteit zeker geslaagd. Vergeet volgend jaar niet te reserveren!

Rijke historie

Op drie avonden worden – sinds vorig jaar – de speciale, zomerse diners gehouden voor medewerkers van de Universiteit Leiden. Een ideale manier om, voor een bescheiden prijs, nader kennis te maken met de Faculty Club en met de rijke historie van ’s lands oudste universiteit. Als kers op de taart volgde na het driegangendiner namelijk een rondleiding door pedel Erick van Zuijlen. Van Zuijlen, te herkennen aan zijn opvallende gentleman’s outfits, kent veel details van het academiegebouw en neemt uitvoerig de tijd voor de gasten.

Woordvoerder Caroline van Overbeeke was bij het Summer Dinner op 6 juli, en schreef een recensie.

Hortus

Het Summer Dinner begint met een ontvangst op een zonnig terras met een koel drankje, wij zien glimpen van het weelderige groen van de Hortus botanicus. De huiswijn, een niet te zware chardonnay, en het bier, smaken goed, en er zijn natuurlijk ook veel niet-alcoholische dranken om uit te kiezen. Binnen zijn diverse (kleine) groepen en er is een flink aantal tweepersoonstafeltjes gedekt, bij elkaar voor zo’n 60 gasten. Sommige collega’s zijn met hun familie of vrienden gekomen, anderen zitten met collega’s aan tafel.

Vlees, vis en vegetarisch

Op tafel komt een mooie schaal brood met lichtgezouten fleur-de-sel-roomboter en geroosterde amandelen. Dat smaakt goed. De kaart is overzichtelijk met per gang een vlees-, vis- en vegetarisch gerecht. Ik kies als voorgerecht voor de tartaar van zeebaars, grapefruit marmelade en een gintonic-schuim. Mijn tafelgenoot gaat voor de krokant gebakken camembert met gebakken bramen en notenbrood-toast. Voor de vleesliefhebber staat er dan nog een brioche met pulled pork, dillechips en bbq-saus op het menu.

Twee kookpitten

Prima gerechten, de vis is subtiel van smaak, de camembert is niet heel vet, en had misschien hooguit nog iets warmer gemogen. Waarschijnlijk het gevolg van de beperkte keukenruimte van de kok, Rob Jongejans, die voor ongeveer 60 mensen een compleet diner voorzet met (slechts) twee kookpitten, een bakplaat en twee ovens. Knap! Het hoofdgerecht is voor mij weer vis: gebakken roodbaars, parelgort met citrus en komkommer, venkelsalade. Mijn tafelgenoot heeft de kalfsentrecote, rosé gegaard, aardappeltortilla, seizoensgroenten en vadouvan-jus. Beide gerechten zijn heerlijk en de borden prachtig opgemaakt, en doen absoluut niet onder voor wat de plaatselijke (betere) horeca aanbiedt. Hoe doet die kok dat toch in die kleine keuken?

Karel van ’t Reve

Om ons heen zijn de gasten geanimeerd met elkaar in gesprek. De hoge ruimte is prachtig, opvallend zijn de kunstzinnige lampen aan het hoge plafond en, natuurlijk, de uitspraak van Karel van het Reve op de muur: ‘Ik geloof niet dat je meningen effectief kunt bestrijden door de uiting ervan te verbieden.’ Een zin die goed past bij het motto van deze universiteit, Bolwerk van Vrijheid, en die rector Carel Stolker deze julimaand in Elsevier uitvoerig toelicht.

Alleen voor medewerkers

Wat volgt is nog een nagerecht in stijl. Voor mij de proeverij van rood fruit, mascarpone ijs, nougatine en violet schuim. Voor mijn partner de soep van wilde perzik, saffraanmousse, madeleine, en frambozen. De smaken zijn mooi op elkaar afgestemd. Voor dit alles betalen we 22,50, en een glas wijn erbij kost 2,50. Dat zou forse concurrentie betekenen voor de horeca. Die hoeft zich echter geen zorgen te maken, de Faculty Club is in principe alleen voor medewerkers van de universiteit toegankelijk.

Zwarte brigade

We moeten niet vergeten hier te vermelden dat ook de ‘zwarte brigade’ het uitstekend doet. De gangen worden, onder de bezielende leiding van Erwin Florie, netjes uitgeserveerd en de glazen tijdig bijgeschonken. Een heel klein verbeterpuntje is misschien dat alle menukaarten worden ingenomen als de bestelling wordt genoteerd. Zo kan men makkelijk aan de tafels zien wie al besteld heeft en wie niet. Laat ze volgend jaar toch maar op de tafels staan.

De togakamer in het Academiegebouw.
De togakamer in het Academiegebouw.

Plafondschilderingen

De koffie gebruiken we in de brasserie en/of in de tuin. En dan komt Erick van Zuijlen ons halen voor een rondleiding door het Academiegebouw. Die voert niet alleen door het gebouw, maar vooral ook door de rijke geschiedenis van de universiteit en haar tradities. In de ruimte die nu dienst doet als garderobe, wijst Van Zuijlen op fragmenten van plafondschilderingen die tijdens de renovatie van het Academiegebouw in 2009 aan het licht kwamen. ‘Dit was ooit de stiltekapel van de dominicanessen die het gebouw als klooster gebruikten, voordat de universiteit het overnam. Het hele plafond is voorzien van schilderingen, maar deze herstellen is helaas te kostbaar.’

Oranjes

Van Zuijlen weet zijn publiek te boeien met uitgebreide kennis en anekdotes uit het hart van de academische gemeenschap. In het Groot Auditorium wijst hij op de vele verbanden tussen de Universiteit en de Oranjes, van het glas-in-lood met Willem van Oranje tot het wandkleed dat Wilhelmina geschonken heeft. In de togakamer vertelt hij over het strikte togaprotocol van de Leidse universiteit. Mannelijke hoogleraren dragen een wit overhemd, zwarte das en zwarte schoenen onder de toga (vrouwen dragen dezelfde kleuren). ‘Mocht een hoogleraar eigenwijs zijn en toch bruine schoenen mee hebben, dan lenen wij hem een zwart paar. Uiteraard wel een maatje te klein, zodat hij het de volgende keer wel uit zijn hoofd laat!’

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie