Universiteit Leiden

nl en

Wetenschappelijke integriteit: duidelijke afspraken kunnen schade voorkomen

Ingrid Tieken-Boon van Ostade en Frits Koning zijn de vertrouwenspersonen Wetenschappelijke Integriteit van de Universiteit Leiden. Tieken is er voor alle faculteiten behalve Geneeskunde/LUMC, want daar vervult Koning de functie. ‘Het is van groot belang om, voordat een onderzoeksproject van start gaat, goede, onderlinge afspraken te maken’, zegt Tieken.

Fraude

Van tijd tot tijd wordt de wetenschappelijke wereld opgeschrikt door fraudeschandalen. Er is bijvoorbeeld gesjoemeld met onderzoeksdata of met de resultaten van een onderzoek om wenselijke conclusies te krijgen of met de regels voor zorgvuldige bronvermeldingen wordt het niet zo nauw genomen (plagiaat). Dit kan alle universiteiten treffen en is schadelijk voor de wetenschap.

Voor het goed functioneren van wetenschap is wetenschappelijke integriteit van essentieel belang. Inbreuk op wetenschappelijk integer handelen bedreigt zowel de kwaliteit als de betrouwbaarheid van de wetenschap. Dat kan leiden tot directe schade, bijvoorbeeld aan de omgeving of patiënten, en kan het publieke vertrouwen in de wetenschap en het vertrouwen tussen wetenschappers onderling aantasten.

De vertrouwenspersoon Wetenschappelijke Integriteit is het eerste aanspreekpunt bij vragen of omstandigheden die spelen bij wetenschappelijke integriteit en verdenkingen jegens een (ex-)medewerker van de Universiteit Leiden.

Zorgen en cultuurverschillen

De onderzoekers die bij  Ingrid Tieken in haar rol als vertrouwenspersoon wetenschappelijke integriteit aankloppen, komen volgens haar vaak met de volgende twee zorgen die de wetenschappelijke integriteit kunnen bedreigen. De ene zorg betreft de positie van een onderzoeker in de lijst van auteurs in een artikel. De andere kwestie betreft het zonder overleg overnemen of naar buiten brengen van onderzoeksresultaten van een ondergeschikte onderzoeker door een projectleider of hoogleraar.

Tieken probeert in een gesprek met een onderzoeker altijd eerst goed vast te stellen wat er aan de hand is. ‘Soms is het echte probleem dat de verhoudingen op de werkvloer niet optimaal zijn of dat er een conflict speelt. Als dat het geval blijkt, verwijs ik door naar een andere vertrouwenspersoon die daarbij kan bemiddelen.’

Tieken: ‘Er bestaan grote cultuurverschillen tussen faculteiten, instituten en onderzoeksgroepen die van doorslaggevende betekenis kunnen zijn voor de auteursvolgorde bij een publicatie. Het kan zijn dat het op de ene plaats in de universiteit vanzelfsprekend is dat de hoogleraar of onderzoeker die een project heeft binnengehaald en/of er leiding aan geeft, altijd als eerste auteur wordt genoemd, terwijl dat op de andere plek de onderzoeker kan zijn die het betreffende deel van het onderzoek heeft uitgevoerd en beschreven.’ Onderzoekers die niet weten wat de gewoontes zijn, kunnen sterk gefrustreerd raken. Tieken: ‘Ze vinden: ík heb toch het onderzoek gedaan en ík heb toch het artikel geschreven… Ze ervaren een gebrek aan wetenschappelijk integriteit. Onderzoekers benaderen mij soms in zo’n situatie, vaak ook om hun hart te luchten, en te vragen of iets normaal is. Meestal geef ik eerst het advies dit binnen het eigen onderdeel aan te kaarten. Bij de projectleider of een directeur. Het is toch vaak een kwestie die samenhangt met wat gebruikelijk is in die specifieke wetenschappelijke omgeving.’

Gebruikmaken van data

Een ander punt is waarmee Tieken regelmatig te maken heeft is, is dat een wetenschapper voor een eigen publicatie gebruikmaakt van de data van een ondergeschikte onderzoeker, bijvoorbeeld een promovendus of een student, soms zelfs zonder de naam van de onderzoeker in die publicatie te noemen. Die ziet dat en is onaangenaam verrast. Tieken: ‘Dat kan om een aantal redenen zijn. De onderzoeker betreurt het dat het zonder overleg is gebeurd, of dat überhaupt zijn of haar naam niet wordt genoemd. En soms heeft de onderzoeker het idee dat het wetenschappelijke gras voor de voeten wordt weggemaaid. Voor promovendi geldt: zij moeten er nog op promoveren!’

En wat als een gedeelte van het onderzoeksverslag van een andere onderzoeker – soms een student – vrijwel letterlijk wordt overgenomen zonder bronvermelding? Ook kan het zijn dat een project door meerdere jongere wetenschappers wordt uitgevoerd en dat kan weer aanleiding zijn tot discussie over de (volgorde van de) auteurslijst. Daarnaast kan het voorkomen dat een onderzoeker het werk van een ondergeschikte onderzoeker gebruikt in een lezing zonder diens naam te noemen, vertelt Tieken. Ook bij dit soort kwesties is volgens Tieken van belang: maak helder wat gebruikelijk is bij dat instituut of in die onderzoeksgroep en maak hier goede afspraken over met alle betrokken onderzoekers. ‘Dat voorkomt een hoop problemen in een later stadium.’

Commissie Wetenschappelijke Integriteit

Naast de vertrouwenspersoon heeft de universiteit  ook een commissie Wetenschappelijke Integriteit. Deze commissie onderzoekt klachten die een vermoeden van een schending van de wetenschappelijke integriteit betreffen door een medewerker van de Universiteit Leiden of het LUMC. De commissie is samengesteld uit hoogleraren van alle faculteiten.

De Commissie Wetenschappelijke Integriteit bestaat uit twee kamers: een kamer waar klachten kunnen worden ingediend wegens vermoede inbreuk op de wetenschappelijk integriteit tegen (ex-)medewerkers van de Universiteit Leiden en een kamer waar klachten kunnen worden ingediend wegens vermoede inbreuk op de wetenschappelijk integriteit tegen (ex-)medewerkers van het LUMC. 

Iedere onderzoeker die een inbreuk op de wetenschappelijke integriteit vermoedt, kan zich rechtstreeks tot de commissie wenden. ‘In het algemeen raad ik het af om meteen naar de commissie te stappen’, zegt ze, ‘omdat het meestal niet het geëigende pad is en ook omdat het zo’n zware stap is.‘ De vertrouwenspersoon adviseert en heeft geen onderzoeksbevoegdheid, de commissie heeft die wel. ‘De commissie moet, mits een klacht ontvankelijk wordt verklaard, hoor en wederhoor plegen. Dan blijkt wie de aanklager is en wie de aangeklaagde, en dat is voor het vervolg van de relatie nooit goed. Daarom lijkt het mij verstandig om eerst andere wegen te bewandelen, als dat op niets uitloopt, kan men altijd nog naar de commissie stappen.’

Over de Gedragscode Wetenschappelijke Integriteit

In 2018 is de nieuwe gedragscode Wetenschappelijke Integriteit vastgesteld. Deze code is ondertekend door alle universiteiten, NWO, KNAW, de organisaties voor toegepast onderzoek (zoals TNO), de academische ziekenhuizen en de hogescholen.

In de code worden vijf leidende principes voor integer wetenschappelijk onderzoek nader toegelicht en uitgewerkt: eerlijkheid, zorgvuldigheid, transparantie, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid.

Ook wordt ingegaan op schendingen van de code met daarbij aandacht voor de verschillende zwaarte van schendingen. Fraude, plagiaat en falsificatie (het verzinnen van data) worden gerekend tot de meest ernstige vormen van schending van wetenschappelijke integriteit. Slordigheden waardoor fouten zijn ontstaan, zijn ook laakbaar maar minder ernstig.

Een belangrijke aanvulling in de code Wetenschappelijke Integriteit is de aandacht voor de zorgplicht van de instelling. Het College van Bestuur heeft in het najaar van 2018 een werkplan Zorgplicht code WI vastgesteld, dit betreft bijvoorbeeld aspecten als voorlichting, cursussen en communicatie, datamanagement en het opzetten van facultaire ethische commissies.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie