Universiteit Leiden

nl en

Marjo de Graauw wil met onderwijsvernieuwing de opleiding overstijgen

Marjo de Graauw heeft een bijzondere functie: ze is bij de opleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen verantwoordelijk voor onderwijsvernieuwing. In september verliet ze na vijf jaar de Leiden Teachers’ Academy (LTA). Welk project voerde de Graauw uit? Dit is het eerste in een reeks interviews met afgezwaaide LTA-ers.

‘Vijf jaar geleden waren docenten wel bezig met onderwijsvernieuwing, maar deed iedereen zijn of haar eigen ding. Dat is nu anders.’ Marjo de Graauw is ervan overtuigd dat de Leiden Teachers’ Academy (LTA) een belangrijke rol heeft gespeeld in het aanzwengelen van onderwijsvernieuwing binnen de hele universiteit.

Marjo de Graauw LTA
De Graauw met enkele studenten Bio-Farmaceutische Wetenschappen

Te ver voor de troepen uit

De Graauw is onderwijsvernieuwer in hart en nieren. Ze wil haar werkzaamheden niet alleen beperken tot de opleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen: het is haar streven dat haar vernieuwingen kunnen worden ingevoerd bij de hele faculteit en – nog beter - de hele universiteit.
Het project dat De Graauw als LTA-fellow in eerste instantie bedacht, bleek al snel te breed: ze wilde een digitaal docentenplatform bouwen, waarop docenten elkaar konden vinden, inspireren en concreet helpen. Het bleek te ver voor de troepen uit. En dus werden het twee andere projecten.

Peer feedback

Het eerste project was studenten tussentijdse digitale peer feedback te laten geven op elkaars geschreven materiaal, zoals papers en essays. Gebruikelijk is dat de studenten van de docent een eindoordeel krijgen en dat is het dan. voor de peer formuleert de docent (basale) vragen, zoals: sluit de achtergrondinformatie aan op de vraagstelling, is deze vraag relevant voor de lezer? En verder wordt de student gevraagd feedback te geven op het wetenschappelijke taalgebruik. De studenten krijgen de werkstukken van enkele andere, dus niet van alle, medestudenten te zien. Daarbij worden ze getraind om te zorgen dat ze niet zomaar wat commentaar opschrijven. En het oordeel is en blijft aan de docent, overigens ook met gebruik van hetzelfde feedbacksysteem.

Marjo de Graauw LTA
Tijdens een ander project: flipping the classroom

Tijdwinst

Het programma dat De Graauw gebruikt is Turnitin, oorspronkelijk ontwikkeld om plagiaat mee op te sporen. Het systeem biedt echter nog meer mogelijkheden, bijvoorbeeld om na feedback en eindbeoordeling per verslagonderdeel (bijvoorbeeld titel, inleiding, conclusies etc.) te bepalen hoe een bepaalde studentenpopulatie op de verschillende onderdelen scoort. De docent kan vervolgens extra, gerichte training aanbieden om de kwaliteit van het wetenschappelijk schrijven te verbeteren.

Tot genoegen van De Graauw heeft promovendus Bart Huisman afgelopen jaren samen met haar onderzocht hoe studenten deze vorm van feedback ervaren: de zogenoemde studentperceptie. De Graauw zelf onderzoekt nu of peer feedback de kwaliteit van de werkstukken verhoogt.

Academische vorming

Het tweede project betreft het bevorderen van academische vorming, wat in de opvatting van De Graauw breder is dan het aanleren academische vaardigheden. ‘Die vaardigheden zijn niet per se academisch’, zegt ze. ‘Wél academisch is het denken in competenties en daarop reflecteren, bijvoorbeeld in relatie tot de eisen van de arbeidsmarkt.’ Dit project sluit aan bij de leerlijn Academische Vorming van de opleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen. De Graauw heeft samen met Janine Geerling een e-learning platform ontwikkeld, gericht op de academisch vorming van studenten, met behulp van diverse skill-modules. 'Die zijn gekoppeld aan lopend onderwijs en/of een eindproduct dat de student moet opleveren, bijvoorbeeld een presentatie geven’, stelt De Graauw. ‘Op het platform is onder meer allerlei informatie te vinden, zoals: hoe plan en houd je een presentatie? Het wordt ondersteund door vrijwillige workshops, waarvoor zich tegenwoordig wel zestig tot negentig studenten inschrijven. Dat er geen studiepunten worden gegeven voor de workshops, maakt dat succes des te zoeter. De Graauw ontwikkelt het e-learning skills-platform nu op facultair niveau, samen met een team van deskundigen. Mogelijk wordt het ook elders in de universiteit geïmplementeerd.

Marjo de Graauw LTA
De afsluiting van het LTA Onderwijsfestival met co-voorzitter Chris De Kruif in 2018

Financiering

Het bedrag van 25.000 euro dat De Graauw als LTA-fellow kreeg, was natuurlijk bij lange na niet voldoende om de projecten te financieren en dus probeerde ze subsidies te verwerven. Met succes. Een frustratie daarbij is en blijft voor haar dat er nauwelijks subsidie is voor onderwijsvernieuwingsprojecten waarbij tegelijkertijd uitgebreid onderzoek wordt gedaan om de effectiviteit te meten. De Graauw: ‘De focus ligt veelal op óf onderwijsinnovatie óf onderzoek, terwijl het bij onderwijsvernieuwing juist belangrijk is om effecten te meten. Ik heb echt geluk gehad dat een promovendus onderzoek kon doen naar het peer feedbackproject.’

Lunchlezingen

Het voorzitterschap  van de LTA, afgelopen jaar, dat ze deelde Chris De Kruif (Rechtsgeleerdheid), vatte De Graauw vooral praktisch op. ‘De LTA is een geweldige community’, zegt ze. ‘We waren er vooral op uit kennis verder te brengen en meer docenten te betrekken. Niet voor iedereen komt onderwijs op de eerste plaats, voor veel wetenschappers is dat toch hun onderzoek. Die wil je ook bereiken dus blijven we innoveren en nadenken over hoe we zoveel mogelijk docenten kunnen inspireren en betrekken bij de onderwijsinnovatie.’

Marjo de Graauw LTA
Ook in 2018: ontvangst van het certificaat Senior Kwalificatie Onderwijs

Van docent naar universitair docent

Waardering heeft De Graauw ook gekregen: op grond van haar prestaties als onderwijsvernieuwer werd ze genomineerd voor de SURF Onderwijs Award en ze ontving de Turnitin Global Innovation Award. Senior docent De Graauw kreeg een vaste aanstelling als universitair docent en ze ontving de Senior Kwalificatie Onderwijs (SKE). Én: ze mag als stagebeoordelaar optreden voor MSc-studenten Onderwijskunde, die betrokken zijn bij de ontwikkeling van het e-learning skills-platform. ‘YES, dacht ik toen ik het te horen kreeg. Het voelde als erkenning voor mij als onderwijsprofessional.’

De Leiden Teachers' Academy werd vijf jaar geleden opgericht om onderwijsinnovatie te stimuleren en te verspreiden. De fellows worden lid voor vijf jaar en krijgen 25.000 euro om in die tijd een eigen onderwijsinnovatieproject uit te werken en het resultaat open te stellen voor gebruik door andere docenten. 

De Academy begon in 2014 met tien fellows en werd in de loop van de jaren uitgebreid tot plm. 25. De bedoeling is dat dat aantal nu stabiel blijft: leden die er vijf jaar op hebben zitten, maken plaats voor nieuwkomers. Dat is dit jaar voor het eerst het geval. Nieuwe fellows worden voorgedragen door de faculteiten; de winnaar van de Onderwijsprijs van de Universiteit Leiden wordt automatisch lid. Dit jaar is dat docent Oudengels, Thijs Porck.

In een reeks artikelen brengen we de door de afzwaaiers ontwikkelde onderwijsvernieuwingsprojecten voor het voetlicht.

Tekst: Corine Hendriks
Foto banner: De Graauw in het project 'Flipping the classroom'
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie