Universiteit Leiden

nl en

‘Diversiteit breng je niet aan met een toverstokje’

Willen universiteiten openstaan voor meer studenten en medewerkers uit minderheidsgroepen, dan zijn alleen goede bedoelingen niet genoeg. Dat zegt diversity officer Frank Tuitt van de University of Denver. Hij spreekt op 22 januari op het jaarlijkse Diversiteitssymposium van de Universiteit Leiden.

De Leidse universiteit heeft de reputatie van een behoorlijk witte en geprivilegieerde universiteit. U probeert inclusiviteit te bevorderen in dit soort traditionally white institutions, zoals u dat noemt. Waarom is dat belangrijk?

‘We moeten beter in gaan zien dat de onderwijsomgeving niet neutraal is. Docenten en onderwijsmaterialen dragen allemaal bepaalde waarden in zich, en die waarden dragen zij bewust of onbewust uit. Zo is een docent vaak geneigd om literatuur voor te schrijven van auteurs die enigszins op hem of haar lijken, en zal een mannelijke docent zijn vrouwelijke studenten soms onbewust anders behandelen. Hoe kunnen we hiervoor waken? Dat is een vraag die we ons nog te weinig stellen.’

'We hebben te lang gedacht dat een organisatie die inclusiviteit wil bevorderen, automatisch inlevert op excellentie'

Kunt u aangeven hoe studenten met een andere achtergrond daar hinder van kunnen ondervinden?

‘In mijn eigen studietijd was ik een van de weinige Afrikaans-Amerikaanse studenten in een college Statistiek. De docent gebruikte datasets met verschillende indicatoren, waaronder gevangenisstraffen, inkomensverdelingen en gezondheidsfactoren. Zwarte mannen zoals ik eindigden in deze statistieken steevast op de slechtste positie. Ik werd er emotioneel van en vroeg me af wat mijn medestudenten over mij zouden denken. Het hielp zeker niet om me op het leren van de statistiek te concentreren. Het lijkt erop dat docenten zich vaak niet bewust zijn van dit soort gevoeligheden, waardoor een student uit een minderheidsgroep zich als het ware een gast kan voelen op zijn of haar eigen universiteit.’

U zegt dat ‘inclusive excellence’ de weg kan zijn naar meer inclusieve onderwijsorganisaties. Kunt u dat toelichten?

‘Ik vind dat je inclusiviteit en excellentie aan elkaar moet koppelen. We hebben te lang gedacht dat een organisatie die inclusiviteit wil bevorderen, automatisch inlevert op excellentie. Maar dat is nergens voor nodig, als je tenminste veranderingen doorvoert op een brede schaal. Het curriculum moet anders worden ingericht, je moet werken aan een fijner campusklimaat en meer kansengelijkheid. Zoals gezegd begint dat vaak bij een meer divers personeelsbestand. In Denver hebben we onder meer de werving van nieuwe medewerkers veranderd. Vacatures worden nu uitgezet onder een breder publiek zodat we andere kandidaten bereiken, vragen over inclusie behoren standaard tot het sollicitatiegesprek, dat soort dingen. Tot voor kort was ik de enige zwarte man op mijn faculteit, nu zijn er gelukkig meer.’

Over Frank Tuitt

Frank Tuitt is afgestudeerd als Doctor of Education aan Harvard University in de Verenigde Staten. Sinds 2004 werkt hij aan de University of Denver. Daar is hij momenteel senior adviseur voor de rector magnificus van de universiteit, decaan voor Inclusive Excellence en hoogleraar Hoger Onderwijs. In 2014 ontving Tuitt de Mildred García Exemplary Scholarship Award, een nationale prijs voor onderzoek naar studenten uit minderheidsgroepen.

In juni deed de TU Eindhoven iets soortgelijks: vacatures voor de vaste wetenschappelijke staf werden in het eerste half jaar van werving alleen nog opengesteld voor vrouwen. Dat leidde ook tot kritiek, want ga je niet op excellentie inleveren als je koste wat het kost een vrouw wil aannemen?

‘Je zult mij nooit horen pleiten voor het aannemen van minder gekwalificeerde mensen. Maar we vergeten soms dat deze argumentatie is gebaseerd op valse aannames. Het klopt gewoon niet dat bepaalde typen mensen genetisch superieur zijn aan anderen. De huidige verschillen worden veroorzaakt doordat we in een systeem leven dat bevooroordeeld is, waardoor niet iedereen dezelfde kansen krijgt. Het is dus zinvol om kansengelijkheid tot een van je speerpunten te verheffen, want excellentie is niet voorbehouden aan een exclusieve groep.’

Drie jaar geleden schreef u op de website van de Associations of American Colleges and Universities (AAC&U) dat ‘de pijnlijke realiteit is dat we niet geslaagd zijn in onze inspanningen, ondanks onze beste intenties’. Dat zou onder meer komen doordat veel activisten verleid zijn door de ‘happy talk’ over inclusiviteit. Wat verstaat u daaronder?

‘Veel onderwijsinstellingen hebben een mission statement op de website staan, waarin ze verklaren dat ze diversiteit aanmoedigen, of ze zetten bijvoorbeeld een student met een niet-Westers uiterlijk op de studiebrochures. Maar in de praktijk doen ze vaak weinig tot niets substantieels om daadwerkelijke veranderingen te stimuleren. Dat is een fase waar veel universiteiten doorheen gaan, alsof het hebben van goede bedoelingen betekent dat het werk erop zit. Maar dan begint het pas.’

U schreef ook dat traditionally white institutions teveel geloof hechten aan de effectiviteit van een diversity officer. Leiden was de eerste Nederlandse universiteit die deze functie in het leven riep. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat zij haar werk goed kan doen?

‘Zorg er allereerst voor dat de diversity officer voldoende middelen heeft, en dan niet alleen op financieel gebied. Het is zo mogelijk nog belangrijker dat deze functionaris niet in afzondering hoeft te werken, maar is ingebed in de bredere organisatie. Idealiter werk je samen aan betere inclusie en diversiteit. Belangrijk is bijvoorbeeld dat de diversity officer gebruik kan maken van de infrastructuur van de universiteit op het gebied van communicatie en beleid. Het diversity office is immers niet het office for everything.’

'Het hebben van goede bedoelingen betekent niet dat het werk erop zit'

U werkt inmiddels al vijftien jaar aan dit thema op de University of Denver. Welk advies wilt u uw collega’s van de Universiteit Leiden meegeven?

‘Wees niet bang als je een terugslag ondervindt. Mensen zijn nou eenmaal gewend om dingen op een bepaalde manier te doen, want iedere verandering is lastig. Geef het wat tijd, want een verandering van de ene op de andere dag is simpelweg niet realistisch. Diversiteit breng je niet aan met een toverstokje, het proces vereist moed, geduld en een zekere mate van mededogen met de mensen die van gedachten verschillen. Leiders moeten dus continu afwegen hoeveel verandering een organisatie kan verwerken. Maar ondervind je helemaal geen weerstand, dan weet je in ieder geval zeker dat je iets niet goed doet.’

Mail de redactie

Kom naar het Diversiteitssymposium

Het jaarlijkse Diversiteitssymposium wordt gehouden op woensdagmiddag 22 januari 2020 op de Faculteit der Sociale Wetenschappen. Frank Tuitt is een van de hoofdsprekers. Meer informatie en aanmelden.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie