Universiteit Leiden

nl en

Medezeggenschap: wees realistisch, eis het onmogelijke

De medezeggenschap aan de Universiteit Leiden functioneert op alle niveaus redelijk. Maar het kan beter, vindt de Universiteitsraad. Op de werkconferentie 'Van in inspraak naar invloed' op 3 februari, werd besproken hoe.

De zaal in PLNT zat tjokvol met leden van medezeggenschapsorganen, het voltallige college van bestuur, faculteitsbestuurders, directeuren, en collega’s van HRM en het diversitity office.

Werkconferentie medezeggenschap 'Van in inspraak naar invloed'

De voorzitter van van de Universiteitsraad (UR), Charlotte de Roon, en de voorzitter van het college van bestuur, Carel Stolker, werden tegenover elkaar gezet in een twistgesprek. De vraag die ter tafel lag was: nemen we de medezeggenschap nou wel echt serieus? Beide partijen konden zo een aantal zwaktes van de medezeggenschapspraktijk schetsen. ‘Goed, zo’n twistgesprek’, stelde de moderator van de middag, Nick Schoemaker van het Nederlands Debat Instituut, 'want uit meningsverschillen ontspringt de waarheid.'*

Lage prioriteit

'Nee, we nemen de medezeggenschap niet serieus genoeg’, vond UR-voorzitter Charlotte de Roon. ‘De medezeggenschap wordt - centraal en decentraal - niet altijd volgens de afspraken betrokken bij de besluitvorming. Daarnaast heeft de medezeggenschap een te lage prioriteit bij bestuurders en is er te weinig erkenning en waardering van leidinggevenden voor het werk in de medezeggenschap. De scholing op decentraal niveau schiet tekort, en hetzelfde geldt voor de ambtelijke ondersteuning. En de leden hebben te weinig tijd om alles altijd goed voor te bereiden.'

Werkconferentie medezeggenschap 'Van in inspraak naar invloed'
Charlotte de Roon (UR) en Carel Stolker (cvb) tegenover elkaar met in het midden moderator Nick Schoemaker.

Lage opkomst verkiezingen

Collegevoorzitter Carel Stolker wist daar wel wat tegenover te stellen. 'We nemen de medezeggenschap misschien wel té serieus. De opkomst voor de UR-verkiezingen komt maar net boven de 20% uit, dus wie vertegenwoordigen de leden van de medezeggenschap eigenlijk? Is het toevallig dat vertegenwoordigers vaak met voorbeelden en argumenten uit hun eigen afdeling of instituut komen? Wordt de achterban wel goed geconsulteerd en geïnformeerd? Ik hecht belang aan de informele kanalen. Dat werkt goed, mag ik wel zeggen na vele jaren rector en decaan te zijn geweest.’

Hoewel een aantal gevoelige punten werden benoemd, verliep het debat in alle harmonie. Vervolgens ging het over de hamvraag: hoe kan het beter? In zeven groepen werden allerlei aspecten van de medezeggenschap besproken en omgezet in aanbevelingen.

Werkconferentie medezeggenschap 'Van in inspraak naar invloed'
De onderlinge dialoog werd ook aangemoedigd.

Een greep

  • Is de medezeggenschap zichtbaar genoeg?
    Het probleem is niet zozeer de zichtbaarheid maar de betrokkenheid. Meer tijd en geld zijn nodig om de communicatie met de achterban beter op orde te brengen.
  • Is er voldoende onderling contact tussen de medezeggenschapsorganen? Nee. Aanbeveling: intervisie op gang brengen tussen leden van de medezeggenschap door de hele universiteit heen.
  • Hoe kan de betrokkenheid worden vergroot?
    Door alle vergaderingen live te streamen! Zo is er meer transparantie, wat het draagvlak vergroot. De achterban kan controleren of er terugkoppeling plaatsvindt en misschien wordt de cultuur wat minder conflictmijdend.
  • Zijn de raadsleden kundig genoeg?
    Dat kan beter. Aanbevelingen: de leden toegang geven tot wat eerder is besproken over een onderwerp. Dieptesessies invoeren waarin bestuurders en leden van een medezeggenschapsorgaan elkaar en elkaars standpunten beter leren kennen en begrijpen.
Werkconferentie medezeggenschap 'Van in inspraak naar invloed'
Doorkijkje naar het groepje dat sprak over diversiteit en inclusiviteit van de medezeggenschap.
  • Is de medezeggenschap divers en inclusief genoeg?
    In de UR wel, bij sommige faculteiten niet, de afspiegeling moet beter. Aanbeveling: met deze blik al naar de kandidatenlijsten kijken. Verder kunnen de leden van de medezeggenschap in een training leren hoe bias werkt en ook leren letten op de inclusiviteit van adviezen.
  • De rol van de bestuurders en de ondersteuning van de medezeggenschap
    Om een goed gesprekspartner te zijn van het bestuur, moeten medezeggenschapschapsorganen goed voorbereid zijn. Wat kan helpen is een ‘bestuurlijk geheugen’, zodat niet elke raad opnieuw hoeft te beginnen. Bij de UR vervullen de voorzitter en de griffier die rol. Aanbeveling: kijken hoe dit ook op decentraal niveau kan worden georganiseerd. De medezeggenschap moet tevens een goede afspiegeling van de populatie zijn. Aanbeveling: deelname aan medezeggenschap meenemen in de vlootschouw (de jaarlijkse blik van het faculteitsbestuur op de samenstelling van het personeelsbestand).

De aanbevelingen worden op korte termijn gebundeld, in een klankbordgroep tegen het licht gehouden en vervolgens in een formeel voorstel aan het college van bestuur gegoten.

Werkconferentie medezeggenschap 'Van in inspraak naar invloed'
Rinnooy maakte reclame voor het boek: 'De strijd om de academie: de Leidse Universiteit op zoek naar een bestuursstructuur (1967-1971)' van Floris Cohen.

Alexander Rinnooy Kan: een lesje geschiedenis

Leids alumnus wiskunde Alexander Rinnooy Kan was jong - en betrokken - toen de medezeggenschap in het wetenschappelijk onderwijs werd afgedwongen. Van hem kregen de toehoorders een lesje geschiedenis: wanneer kreeg het wetenschappelijk onderwijs eigenlijk medezeggenschap en hoe ging dat? Rinnooy Kan is altijd een maatschappelijk betrokken persoon gebleven: een groot deel van zijn leven was hij werkzaam als bestuurder, ook in het wetenschappelijk onderwijs. Hij was onder meer hoogleraar en rector magnificus bij de Erasmusuniversiteit Rotterdam, voorzitter van de SER en voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO, later VNO-NCW.

Rinnooy Kan keek terug: hoe en wanneer kregen universitaire medewerkers en studenten medezeggenschap?

De jaren zestig
Rinooy Kan verhaalde met smaak en humor hoe de universitaire medezeggenschap in de roemruchte jaren zestig tot stand kwam. In Berkeley in de VS brak een studentenrevolte uit die oversloeg naar Europa: naar Berlijn, naar Parijs, naar Tilburg en via Amsterdam ten slotte ook naar het behoudende Leiden. Overal eisten de studenten democratisering van de universiteiten en richtten ze zich tegen de universiteitsbestuurders; in Nederland tegen de regenten gevat in de Duplex Ordo, bestaande uit de curatoren en de senaat. Deze laatste ging over onderwijs en onderzoek. Rinnooy Kan was er in Leiden bij, in de Pieterskerk, waar de opstand in de vorm van een bezetting één dag duurde. Rinnooy Kan: ‘De studenten streden overigens niet alleen voor democratie in het onderwijs maar keerden zich ook tegen het consumentisme, tegen de greep van het grootkapitaal, onder het motto Wees realistisch, eis het onmogelijke.’** Het toenmalige Leidse universiteitsbestuur reageerde met ‘repressieve tolerantie’, aldus Rinnooy Kan. ‘Het stuurde stencilapparaten voor het vermenigvuldigen van pamfletten en (vieze) broodjes naar de Pieterskerk, en paardendekens tegen de kou. Verder hield het zich afzijdig en na een dag was de bezetting alweer afgelopen.’ Toch waren ze geschrokken, en zo ook de politiek.

Werkconferentie medezeggenschap 'Van in inspraak naar invloed'
Charlotte de Roon en Carel Stolker in gesprek met Rinnooy Kan.

Wet Universitair Bestuur
Binnen de kortste keren, al begin jaren zeventig, trad de Wet Universitaire Bestuurshervorming in werking, die de medezeggenschap in het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek verankerde. Die ging véél verder dan menig student had durven hopen. In het nieuwe bestel werden de leiders van de studentenrevolte brave leden van de Universiteitsraad; het protest werd zo keurig ingekapseld. ‘Zoals gebruikelijk circuleerde de macht’, zei Rinnooy Kan: ‘De medezeggenschap had met vergaand beslissingsrecht echte macht.’ In 1996 werd dat, in de sfeer van verzakelijking die was ontstaan, goeddeels teruggedraaid: de UR kreeg alleen nog een adviserende en op een aantal punten een instemmende rol. De D66'er Rinnooy Kan betreurt dat. Hij vindt zelfs dat de medezeggenschap juist al betrokken moet worden bij de beleidsontwikkeling, in plaats van pas bij de definitieve plannen. Sterker nog: studenten moeten veel meer meepraten over het onderwijs. 'Hier wordt de medezeggenschap onderbenut.'

*     Aristoteles
* * Che Guevara. Zuid-Amerikaanse revolutionair en guerrillaleider. 

Tekst: Corine Hendriks
Beeld: Monique Shaw
Mail de redactie

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie