Universiteit Leiden

nl en

Docenten over onlineonderwijs: wat werkt wel en wat werkt niet?

Onlineonderwijs is het ‘nieuwe normaal’. Maar of iedereen het als een succes ervaart, is nog maar de vraag. Voor de ene docent is een online college geven een eitje, voor de ander is het een ware zoektocht hoe hij zijn lessen in een digitaal jasje kan steken. Wat kunnen zij leren van elkaars ervaringen?

Wat gaat goed?

Christian Tudorache, universitair docent bij het Instituut Biologie Leiden, grijpt deze periode met beide handen aan om zijn practica in een nieuwe vorm te gieten. ‘Mijn studenten krijgen na een introductie en vóór het responsiecollege een casus om zich in de materie te verdiepen. Ik maak het interactief en leerzamer door de studenten extra uit te dagen; ik vraag hen de casus uit te leggen aan medestudenten. Je leert het beste als je het uitlegt aan een ander.’ Nu is biologie een ‘extreem praktisch vak’, zoals Tudorache het omschrijft, waardoor hij er zelfs over nadacht om zijn studenten naar de lokale visboer te sturen om de vangst van de dag te halen om thuis te kunnen ontleden. ‘Dat is natuurlijk niet haalbaar, want je hebt tenslotte directe begeleiding of een goede camera nodig, zodat ik kan meekijken. Daarom heb ik de casussen uitgebreid. Ik behandel nu verschillende thema’s theoretisch, die ik vroeger in het practicum heb behandeld, zoals de aanpassing van het verteringsstelsel of het brein van vissen aan hun omgeving.’ Wat Tudorache betreft blijft onlineonderwijs ook na de coronacrisis doorgaan. ‘Ik zie deze periode als een prachtige kans voor onderwijsvernieuwing. Bovendien denk ik niet dat we hierna teruggaan naar de oude manier van lesgeven. Ik verwacht dat practica zelfstandiger worden, dat je zelf van alles mag ontdekken.’ 

Ook promovendus Michiel Hooykaas van het Instituut Biologie Leiden heeft zijn fysieke practica voor zover mogelijk omgezet naar online practica. ‘Ik heb een paar digitale practicummodules vormgegeven op Blackboard, waarbij ik foto's van preparaten heb gebruikt, die ik heb aangevuld met onder andere quizvragen. Zo konden de studenten zelfstandig aan de slag, samen met de practicumsyllabus. Voor de studenten was het fijn dat ze ondanks alle hectiek de cursus konden voltooien en digitaal toch nog een reeks aan dieren konden bekijken.’  

Annelien Zweemer, promovendus bij het LACDR, gebruikt de online tools niet alleen voor haar lessen, maar ook voor ontspanning. ‘Twee keer per week organiseer ik een live yogasessie voor zo'n zes collega’s. Alle video’s die ik maak, publiceer ik in een apart Teams-channel van het LACDR. De afgelopen twee jaar maakte ik al veel gebruik van Kaltura en andere online platforms, omdat mijn vakken al een flipped classroom-opzet hadden. Ik vind het erg waardevol dat ik naar mijn idee nu tijdens een vak beter kan inspringen op de wensen en behoeften van studenten. Als er vragen zijn, maak ik een korte video met toelichting, die vervolgens voor alle studenten op ieder moment beschikbaar is. Ik heb het gevoel dat je daardoor meer mensen bereikt, want niet iedereen gaat nu eenmaal naar college of een werkgroep.’ 

Wat vinden docenten moeilijk?

Ondanks de positieve geluiden heeft onlineonderwijs ook een lastige kant. Zo is het als gastheer van een Live Room moeilijk om je publiek mee te krijgen, ondervindt Sylvestre Bonnet van het LIC. ‘Als je online communiceert, komt het regelmatig voor dat je nauwelijks feedback krijgt van de mensen die naar je luisteren. Normaliter kan je aan lichaamstaal zien hoe iemand op je reageert, maar nu is dat anders. Online is het lastiger inschatten of mensen hun aandacht erbij hebben en of ze daadwerkelijk begrijpen waar je het over hebt.’ Volgens Bonnet helpt het om te vragen om een reactie, al komt het vaak voor dat mensen niet durven te antwoorden of door de mute-knop niet echt aanwezig zijn. ‘De gastheer moet vragen durven stellen en de luisteraars moeten antwoorden durven geven. Ik denk dat we aan dit proces nog moeten wennen.’ 

Ook volgens Annelien Zweemer vergt online lesgeven duidelijkere instructies en een duidelijkere manier van feedback vragen. ‘Aangezien je niet alle studenten hoort of ziet, is het soms lastig de “stille” studenten bij je les betrekken of te interpreteren of ze simpelweg niet durven te praten of dat ze gewoon niet meedoen.’ Om dat te ondervangen, heeft ze een oplossing bedacht. ‘Geef bijvoorbeeld van tevoren kleine voorbereidende opdrachten mee en noem tijdens een sessie expliciet namen.’  

Martin Bright van het Mathematisch Instituut sluit zich bij hen aan. ‘Daarom proberen we vooral via e-mail en Blackboard met studenten te communiceren, al is Kaltura Live Room ook handig. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat studenten druk en gestrest zijn en minder gefocust op hun studie dan normaal. Daardoor vinden ze het misschien lastiger om hulp te vragen. Samen met andere docenten wil ik er alles aan doen om ervoor te zorgen dat de studenten betrokken blijven. We blijven zoeken naar de juiste manier.’ 

En ondanks zijn succesvolle online practica ziet Hooykaas dat je niet alles via digitale wegen kunt opvangen, al zou er budget en tijd voor zijn. ‘Een écht dier bekijken blijft anders dan een foto of video, zeker als het gaat om een klein dier waarvan je lastig duidelijke foto's kunt maken. Details zie je dan bijvoorbeeld pas goed als je draait met de microschroef van je microscoop en op verschillende afstanden scherp stelt, of als je een bepaalde structuur voorzichtig opzij duwt. Fysiek onderwijs, zeker bij practica, blijft een grote meerwaarde houden.’ 

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.