Universiteit Leiden

nl en

Steun voor Programmanormen met aanpassing

Het onderwerp Programmanormen roept binnen de faculteit veel reacties op. Is de grote variëteit aan opleidingen wel in één set uitgangspunten te vangen? Waarom willen we dat eigenlijk? En leidt dat tot het beoogde resultaat? De Faculteitsraad vroeg om een verduidelijking van de doelstellingen van de Programmanormen. Het Faculteitsbestuur kwam aan die wens tegemoet, maar dat leidde op woensdag 10 juni niet tot instemming van de Faculteitsraad. Na een stevige discussie sprak de raad weliswaar haar steun uit voor het project, aangezien zij de doelstellingen van de Programmanormen steunt, maar besloot zij het moment van instemmen met de specifieke richtlijnen uit te stellen.

De faculteit Geesteswetenschappen biedt een breed palet aan opleidingen aan. De curricula van deze opleidingen vertonen een grote variëteit als het gaat om het aantal onderwijseenheden en de aangeboden onderwijsvormen. Ook zijn er verschillen in het aantal keuzevakken en in aard en omvang van de afstudeerrichtingen. Het gevolg is dat het onderwijsaanbod voor studenten per opleiding sterk verschilt. Daarbij komt dat een groot aantal opleidingen door verschillende instituten wordt bestaft, die ieder eigen richtlijnen voor de docentonderwijstijd hanteren. Dit leidt tot een ongelijkheid in urenbelasting voor docenten. En dat is onwenselijk binnen één faculteit.

Het beoogde resultaat

De Programmanormen vormen een beleidsinstrument voor de inrichting van het onderwijs en voor versterking van het overleg tussen opleidingen en instituten. Aan de hand van de drie modellen is de onderwijsinspanning op een transparante manier te verdelen. Tevens kunnen de programma’s zo georganiseerd worden dat het onderwijsaanbod meer gestroomlijnd wordt en op een efficiënte manier wordt ingericht, zodat onze (beperkte) middelen maximaal worden benut. Een andere belangrijke doelstelling van het project Programmanormen is het verlagen van de werkdruk door de onderwijsinzet te beperken en de onderzoekstijd te vergroten.

Samengevat heeft het project Programmanormen drie doelstellingen:

  • meer eenheid en balans brengen in het onderwijs (ook in het belang van de studenten);
  • de werkdruk verlagen;
  • de besluitvorming en afstemming binnen de facultaire matrixstructuur verbeteren.

Met de invoering van de Programmanormen wordt over de gehele faculteit een vermindering van 15% docentinspanning nagestreefd met als gevolg een winst van 10% onderzoektijd. Minder docenturen, meer onderzoekstijd dus. Het bereiken van deze doelstelling zal afhangen van de mate waarin opleidingen bereid en in staat zijn hun programma te herzien, en stoelt in gelijke mate op de medewerking van de instituten die bereid moeten zijn de taakverdeling transparant te houden.

Hoe ziet het project Programmanormen eruit?

De Programmanormen bestaat uit drie modellen die alleen in onderlinge samenhang tot het gewenste resultaat kunnen leiden:

1. Het modelcurriculum, het kader dat richtlijnen geeft voor het aantal onderwijseenheden en werkgroepen van opleidingen.

2. Model Docent-Onderwijs-Tijd, waarmee de uren worden gespecificeerd die aan de verschillende onderwijstaken worden toegekend.

3. Model Taakstelling Onderwijs, Onderzoek, Bestuur & Beheer, dat betrekking heeft op de verhouding in percentages tussen deze drie taakgebieden.

Vragen van de Faculteitsraad

Op woensdag 10 juni gaf de Faculteitsraad duidelijk aan dat zij de doelstellingen van het project Programmanormen steunt en ook wil dat het Faculteitsbestuur met het project doorgaat. Nu al instemmen met alle drie de onderdelen van het project vond de Faculteitsraad echter nog te voorbarig; de raad wil eerst meer informatie ontvangen over hoe het deelproject ‘Modelcurriculum’ uitvalt voor de verschillende opleidingen en of het doel van de werkdrukvermindering hiermee ook daadwerkelijk gehaald wordt. Het instemmingsmoment voor het gehele project wordt daarom verschoven naar september/oktober.

Tijdens de discussie kwam nog een ander punt van zorg aan de orde: de vrees voor kwaliteitsverlies indien het brede aanbod aan vakken wordt ingeperkt. Hoe behouden we de kwaliteit als we bijvoorbeeld (keuze)vakken zouden schrappen of samenvoegen? Het Faculteitsbestuur benadrukt dat aan de eindtermen en de onderwijskwaliteit niet getornd wordt: het gaat alleen om hervormingen waar die acceptabel zijn. Ook ziet de raad graag dat in het hele traject vaker momenten van terugkoppeling en evaluatie van de Programmanormen zullen plaatsvinden.

Met steun van de Faculteitsraad vooruit

Het Faculteitsbestuur is het met de Faculteitsraad eens dat er zorgvuldig gehandeld en regelmatig geëvalueerd dient te worden. Met de steun van de Faculteitsraad wordt nu uitgekeken naar de programmarapportages die 15 juni ingeleverd zijn. Die rapportages zullen een beter inzicht in de mogelijke effecten van de Programmanormen geven.

In het najaar wordt de Faculteitsraad om instemming met de Programmanormen gevraagd. Een nieuwe planning met terugkoppelings- en evaluatiemomenten wordt opgesteld.

Mail de redactie

Meer informatie over het project Programmanormen en een lijst Vragen en antwoorden vind je op de website.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.