Universiteit Leiden

nl en

Even voorstellen: Ramona Negrón en Tessa de Boer

Ramona Negrón en Tessa de Boer zijn vanaf september 2020 als promovendi verbonden aan het Instituut voor Geschiedenis. Beiden doen zij onderzoek binnen het NWO VICI-project 'Exploiting the Empires of Others: Dutch Investment in Foreign Colonial Resources, 1570-1800' van Cátia Antunes. Hieronder stellen zij zich voor!

Ramona Negrón

Mijn naam is Ramona Negrón en ik ben sinds september werkzaam als promovenda bij het Instituut voor Geschiedenis, bij Economische en Sociale Geschiedenis (ESG). 

Universiteit Leiden is voor mij geen onbekende plek. Ik heb zowel mijn bachelor Geschiedenis (EG) en mijn research master Colonial & Global History hier afgerond. In de afgelopen jaren heb ik vooral onderzoek gedaan naar de Nederlandse koloniale geschiedenis, vaak gerelateerd aan slavernijgeschiedenis en smokkelhandel. Het was mijn droom om hier ook een PhD te doen, en die is uitgekomen! Het is nog wel wat onwerkelijk dat mijn docenten nu ineens mijn collega’s zijn.

Tijdens mijn studie heb ik mijn passie voor archiefonderzoek ontdekt. De afgelopen jaren heb ik mee mogen werken aan verschillende onderzoeksprojecten. Mijn vorige baan was bij Stadsarchief Amsterdam, waar ik werkte aan het Alle Amsterdamse Akten project. Ik heb de afgelopen jaren waarschijnlijk wel tienduizenden archiefstukken gezien. Het is fantastisch wanneer je iets vindt dat nooit iemand eerder heeft gezien, of wanneer je met die ene vondst een heel vraagstuk op kan lossen. Als ik uit moet leggen wat ik doe, zeg ik altijd dat ik 'rechercheur in de geschiedenis' ben. Net als mijn fascinatie voor true crime series, kan ik uren verdwalen in archieven op zoek naar die ene vondst die de puzzel kan oplossen. Deze maand heb ik onverwachts nog een dagje Nationaal Archief kunnen meepakken. Dat ging er wel heel anders aan toe dan normaal, maar het was geweldig om na maanden weer vierhonderd jaar oud papier in mijn handen te hebben.

Binnen het onderzoeksproject ‘Exploiting the Empires of Others’ doe ik onderzoek naar de vraag waarom en hoe handelaren uit de vroegmoderne Republiek handelden in het Spaanse rijk (en wellicht ook andere rijken). Ik doe dit aan de hand van een case study: de familie Coymans. Deze familie had naast een firma in Amsterdam ook een comptoir in Cádiz en verkreeg in 1685 het asiento op de slavenhandel. Uiteraard betekent dat in de toekomst ook archiefonderzoek in het buitenland, bijvoorbeeld in Cádiz en Sevilla. Die laatste stad is voor mij trouwens bijzonder, want mijn opa komt er vandaan. Oftewel: een mooie combinatie van oude archieven en veel paella, tortilla, pulpo, en sardinas fritas – veel gelukkiger kan je mij niet maken.  

Het thuiswerken vind ik wel lastig, maar gelukkig heb ik de afgelopen twee maanden toch nog wat dagen op kantoor kunnen werken, in de UB of het Arsenaal. Dat kantoor hebben ik en Tessa (voormalig en nieuwe collega!) trouwens al aardig ingericht met historische kaarten, planten, boeken, en snacks. Het scheelt ook dat ik al veel gezichten ken en het ook goed mogelijk is om online contact te houden met het team. Ik kijk ernaar uit om iedereen, zodra het kan, ook weer eens in persoon te zien!

Tessa de Boer

Mijn naam is Tessa de Boer en sinds 1 september ben ik niet meer student, maar medewerker van het Instituut voor Geschiedenis in Leiden! Ik ben begonnen in het VICI-project van Cátia Antunes ‘Exploiting the Empires of Others’, met als specifiek onderzoeksonderwerp de Nederlanders in het Franse rijk.

Ik heb zowel mijn bachelor als mijn master geschiedenis in Leiden gedaan, dus ik ben zeker geen onbekende in het Huizinga. Qua specialisatie heb ik me toegelegd op vroegmoderne Europese geschiedenis, hoewel ik tijdens de master steeds meer richting de vaderlandse geschiedenis ben gedreven. Mijn masterscriptie ging over vroegmodern Amsterdam als diplomatieke stad. Het blijkt dat Amsterdam nogal wat pretenties had op dit gebied, en dat er daarom vragen gesteld kunnen worden over de positie van Den Haag en de autoriteit van de Staten-Generaal. Ik heb dus maar weinig achtergrond in de koloniale geschiedenis. Dat maakte het echter des te leuker om te ontdekken dat dit stukje diplomatieke geschiedenis juist heel relevant is voor een onderzoeksproject over koloniale investeringen: over consuls, economische diplomatie, gezanten met een plantageportfolio en prominente Amsterdamse handelshuizen kan ik inmiddels aardig wat vertellen. Het is een interessante uitdaging om kennis uit de ene context ineens toe te passen op een hele andere situatie; ik kijk er erg naar uit om hiermee te gaan puzzelen.

Een ander leuk aspect van het project is dat ik de komende jaren alle ruimte krijg om de archieven in te duiken. Hier kan ik geen genoeg van krijgen. Het afgelopen jaar heb ik voor het Stadsarchief Amsterdam gewerkt bij het Alle Amsterdamse Akten (AAA) project, waarbij we het vroegmoderne notarieel archief van de stad ontsloten. Ik heb een ongelofelijke variatie aan lang vergeten verhalen uit het oude Amsterdam kunnen lezen, variërend van langslepende handelsconflicten tot enorm levendige verslagen van dronken avonturen in de diepste krochten van de Jordaan. Bij AAA heb ik heel veel geleerd over archivistiek, diepgaand onderzoek voor mijn scriptie kunnen doen én alvast een stevige basis kunnen leggen voor het onderzoek van de komende vier jaar! Hoewel ik me nu helemaal ga storten op het promoveren, houd ik toch nog een voet tussen de deur bij het Stadsarchief: daar kan ik voor een paar uur per week mijn geliefde akten blijven ontsluiten.

Zowel bij AAA als nu hier in Leiden is het werk tot op zekere hoogte vanuit huis te doen. Hoewel ik thuis in het prachtige historische Heemskerk een ruime en rustige zolder als werkplek heb, is het zeker bij het opstarten van het onderzoeksproject fijn om continu ter plaatse te kunnen discussiëren over inhoudelijke en praktische zaken met andere leden van het team; dat is helaas minder goed mogelijk. Toch vind ik dat ik absoluut geen recht heb om te klagen. Ik heb werk wat ik vrij probleemloos vanuit huis kan doen; dat kan zeker niet iedereen zeggen in deze tijden. Daarnaast hoef ik niet helemaal vanaf nul te beginnen binnen het instituut omdat ik als student al veel gezichten in de wandelgangen heb gezien. Als laatste een kleine historische bonus aan de thuiswerkplek: ik kijk uit op een gigantisch, in een weiland verzonken middeleeuws slot (nu lopen er koeien overheen) en het kasteel van het Amsterdamse regenten- en bankiergeslacht Deutz, én als ik mijn verrekijker erbij pak kan ik bíjna het chateau van de Rendorp-familie zien.

Als ik niet in Leiden zit of thuis aan het werk ben, dan ben ik graag bezig met (stuntelig) snowboarden, 'dark tourism' en internetshoppen. Helaas is alleen het laatste nu mogelijk: zodra het groene licht gegeven wordt hoop ik snel ook mijn andere hobbies weer op te pakken.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.