Universiteit Leiden

nl en

Thuiswerken tijdens corona: Larissa Schulte Nordholt

Nu de maatregelen weer zijn aangescherpt, ziet het ernaar uit dat thuiswerken voorlopig nog de norm blijft. Hoe gaat het de medewerkers van het Instituut voor Geschiedenis af? Larissa Schulte Nordholt deelt haar ervaring.

Er vliegen al de hele dag kraaien af en aan. ‘Ik denk dat er een kraaienfamilie op ons dak woont’ zeg ik tegen mijn partner Wouter, met wie ik tegenwoordig een kantoor deel. Terwijl ik tevergeefs probeer een conclusie te schrijven van een hoofdstuk, hoor ik de kraaien boven mijn hoofd heen en weer schuifelen. In die zin is mijn nieuwe thuiskantoor – we zijn net verhuisd – niet zo heel anders dan het kantoor in Leiden. Ook in Leiden wees ik kamergenoten zo nu en dan op de activiteiten van de lokale fauna.

Ik mis ze wel, die kamergenoten. Ik mis de lange gesprekken over de meest uiteenlopende onderwerpen, van Xenos theesetjes op de schilderijen van Eugène Delacroix tot de mysterieën van peer review. Ik mis de kantoorgeluidjes, het getik en geschuifel, slokjes koffie en geblader in boeken. Ik mis ook de mogelijkheid om zo nu en dan, at random, te kunnen vragen wat mijn kamergenoten van een zin vinden, of ‘ie wel goed loopt. En ik mis natuurlijk ook de borrels of het gemak waarmee een van ons naar de UB liep om boeken voor iedereen op te halen of in te leveren.

Promoveren kan soms best een eenzame bezigheid zijn en de coronacrisis heeft het eiland van mijn onderzoek nog wat verder van het continent doen afdrijven. Tegelijkertijd voel ik soms een beetje tegenzin om mee te doen aan sociale activiteiten via Teams en dergelijke. Het blijft een magere vervanging voor echt menselijk contact. Maar het online vergaderen heeft ook een aantal lichtpuntjes gebracht: Ik weet van tenminste vijf collega’s dat ze een kat hebben en hoe die heet en bij één heb ik een hondje gespot – al moet ik daar de naam nog van achterhalen.

De verhuizing heeft ons gelukkig goed gedaan. Niet alleen zorgt het voor een welkome afwisseling van omgeving, in mijn nieuwe huis is het thuiskantoor ook een verbetering ten opzichte van het oude exemplaar. Ik ben gepromoveerd van de keukentafel, met uitzicht op een meestal haastig opgemaakt bed, naar een heus bureau, met lades voor mijn rommel en een uitzicht op de tuin van de buren, met kat en kraaien als ik geluk heb. Bovendien kan ik ook eindelijk plaatsnemen voor een imposante boekenkast tijdens het beeldbellen, zoals elke zichzelf serieus nemende historicus. Het nieuwe huis waar we zijn ingetrokken heeft onze habibat aanzienlijk vergroot en ook de mogelijkheid om rondjes te lopen is exponentieel toegenomen.

We wonen nu vlakbij het Forum Hadriani, dat is de plek van de eerste wetenschappelijke archeologische opgraving onder leiding van de leidse hoogleraar C.J.C. Reuvens. Ik heb een tijdje geleden in de Hortus botanicus een vetplantje gekocht, om mezelf er aan te herinneren dat je ook onder barre omstandigheden kan bloeien, maar eigenlijk is dat hier niet meer zo nodig.[1]


Toch kijk ik reikhalzend uit naar het moment dat we elkaar allemaal weer offline kunnen zien. Ik hoop vurig dat het zo ver zal zijn vóórdat mijn contract afloopt in de loop van het komende jaar.

[1] Dat doet me er wel aan denken dat ik graag de huismeesters wil bedanken, dat ze maandenlang mijn plantjes in Leiden water hebben gegeven, waardoor deze nog steeds leven en zelfs in goede gezondheid verkeren! 

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.