Universiteit Leiden

nl en

Op zoek naar nieuwe concepten om ziekten te behandelen

Medicijnontwikkeling is een lang proces, dat begint met fundamenteel onderzoek. Het Leiden Academic Centre for Drug Research (LACDR) wordt wereldwijd gezien als een van de topinstituten. Wetenschappelijk directeur Hubertus Irth: ‘Wij testen stofjes en zoeken naar nieuwe concepten om een ziekte te behandelen.’

Hubertus Irth

Het LACDR is een van de acht onderzoekscentra van de Faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. Het bedrijft wetenschap, maar ‘de markt’ is niet ver weg. Het LACDR weet zich omringd door het LUMC en het Bio Science Park, met zijn farmaceutische en aanverwante bedrijven. Het ontwikkelen van medicijnen, zegt Irth, is per definitie interdisciplinair. ‘Het doel is hier niet de verdere ontwikkeling van de chemie, of een andere discipline. Het doel is het geneesmiddel, of beter gezegd: de bestrijding van de ziekte. Alles staat in dienst daarvan. Daar hebben we veel disciplines bij nodig. Van oudsher chemici, biologen, wiskundigen en informatici. En tegenwoordig ook AI-specialisten.’

Onderzoek binnen het LACDR begint vaak met een ­nieuwe techniek of concept. ‘Dat conceptuele is belangrijk, we lopen vóór op de farmaceutische industrie, zijn vaak nog niet bezig met de toepassing en de markt­kansen. We hebben het idee dat een bepaalde chemische stof zou kunnen werken tegen een ziekte. Dan testen we het effect en of die stof niet toxisch is.’

Ontdekkingsfase

Vanaf het allereerste onderzoek aan een potentieel nieuw medicijn kan er nog van alles misgaan. Het kost daardoor gemiddeld twaalf jaar om een succesvolle introductie te kunnen vieren. Irths centrum richt zich op het vroege deel van de ontwikkeling. ‘Wat wij de ontdekkingsfase noemen.’ Die kan zomaar een jaar of zes duren. Als bewezen is dat een stof werkt, dat hij veilig is, er een redelijk laagdrempelige toediening mogelijk is, en het middel is gepatenteerd, pas dan wordt het op mensen getest. En dan pas, in de medische en klinische fase, komen de artsen erbij.

De ambitie is om in die ontdekkingsfase het testen steeds meer met behulp van AI te doen. Dat terrein gaat volgens Irth nog een enorme vlucht nemen, met als resultaat steeds betere reken- en modelleermethoden. Op die manier er vroegtijdig achter komen of een middel het gewenste effect kan hebben, scheelt niet alleen tijd, geld en proefdieren, maar ook veel frustratie, zegt hij. ‘Het kan voor een onderzoeker heel zwaar zijn als een middel waar je vijf jaar aan hebt gewerkt, het niet haalt.’

Durven dromen

Tot uitspraken over de succeskans van nieuwe middelen, of voor welke ziektes op welke termijn een betere genezingskans zal zijn, laat Irth zich niet verleiden. ‘Je moet wel durven dromen, maar wij horen ook met feiten te werken. Ik ga niet zulke grote dingen zeggen als dat we ziektes als kanker of alzheimer over zoveel tijd kunnen genezen.’ Wat hij wel kan zeggen: ‘Wij proberen een bijdrage te leveren aan de best mogelijke geneesmiddelen. We ­zoeken altijd naar nieuwe concepten, zoals celtherapie of gepersonaliseerde medicatie, waarmee je een ­ziekte kunt bestrijden.

Het volledige artikel is in de 2023 oktobereditie van het alumnimagazine Leidraad te lezen (p. 22-23). In het magazine staan daarnaast nog meer artikelen over medicijnontwikkeling.

Tekst: Job de Kruiff
Foto: Taco van der Eb

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.