Artsen ontdekken eenvoudige manier om risico op terugkeer hersentumor te voorspellen
Het risico op terugkeer van een hersentumor blijkt beter te voorspellen door onder de microscoop het aantal afweercellen in de tumor te tellen. Dat blijkt uit onderzoek van het LUMC, Erasmus MC en de Universiteit van Heidelberg.
Een meningeoom is de meest voorkomende hersentumor. De tumor zit niet in de hersenen zelf, maar aan de binnenkant van het hersenvlies. Meestal is het een goedaardige tumor. Toch kunnen mensen veel klachten krijgen, zoals hoofdpijn en uitval van lichaamsfuncties. Neurochirurg Eelke Bos (Erasmus MC) legt uit: ‘De tumorcellen van een meningeoom groeien meestal niet een ander weefsel in. We spreken dan van een goedaardige tumor. Maar de groei van de tumor geeft wel klachten zoals hoofdpijn en uitvalsverschijnselen, omdat het op de hersenen drukt. Er is dus niets goedaardigs aan deze benigne hersentumoren.’
De behandeling bestaat meestal uit een operatie, bestraling of een combinatie daarvan. Ook bestraling kan klachten geven die het dagelijks leven flink beïnvloeden, zoals concentratieproblemen, vergeetachtigheid en vermoeidheid. Daarnaast komt een deel van de meningeomen na verloop van tijd terug. Dat zorgt bij veel patiënten voor blijvende onzekerheid.
Voorspellen is lastig
Artsen delen tumoren in risicogroepen in. Bij de meeste tumoren helpt deze indeling om te voorspellen hoe ernstig het verloop zal zijn en hoe groot de kans is dat de tumor terugkomt. Meestal blijft die voorspelling stabiel: iemand in een lage risicogroep blijft dat ook in de jaren daarna. Bij meningeomen werkt dat anders. Zelfs bij een lage risicoklasse kan de tumor toch terugkomen.
Niek Maas, neuropatholoog bij het LUMC en Erasmus MC: ‘De vraag die we ons de afgelopen 10 jaar hebben gesteld is: kunnen we wat doen aan die onzekerheid? Voor de risicobepaling wordt nu vaak gekeken naar het DNA‑profiel van de tumor. Dat vraagt om geavanceerde en dure technieken. We wilden daarom niet alleen de risicobepaling verbeteren, maar ook onderzoeken of dit op een betaalbare manier kan, zodat het wereldwijd toepasbaar is.’
De resultaten van het onderzoek van onder andere Maas en Bos werd recent gepubliceerd in het wetenschappelijk tijdschrift Nature Genetics.
Unieke verzameling in Heidelberg
Voor dit onderzoek waren veel tumoren nodig. Maar meningeomen zijn zeldzaam, ook al zijn ze de meest voorkomende hersentumor. In Nederland krijgen ongeveer 1600 mensen per jaar deze diagnose en slechts een deel daarvan wordt geopereerd. Dankzij een samenwerking met Prof. Felix Sahm van de Universiteit van Heidelberg kreeg het team toegang tot DNA‑profielen van de tumor uit 4500 patiënten. Maas volgde een deel van zijn opleiding tot patholoog in Heidelberg en werkt nog dagelijks met Sahm samen.
Maas legt uit: ‘Over de hele wereld worden patiënten met meningeomen geopereerd en wordt het DNA‑profiel van de tumor in kaart gebracht. Die profielen worden voor een speciale berekening, allemaal naar Heidelberg gestuurd. Bij een deel van de patiënten is er toestemming dat Heidelberg de profielen ook voor onderzoek kan gebruiken. Ze hebben daarom de grootste collectie aan genetische data van meningeomen en dat is een ware schatkist voor het onderzoek.’
DNA-profielen van de tumor
Het DNA‑profiel van een tumor laat zien welke genen aanwezig zijn en welke genen ‘aan’ of ‘uit’ staan. Deze informatie wordt wereldwijd gebruikt om risicogroepen in te delen. Dankzij de grote hoeveelheid gegevens in Heidelberg zagen de onderzoekers dat die indeling bij meningeomen geen harde grenzen heeft. Maas zegt hierover: ‘We hebben aangetoond dat er geen strakke scheidingen zijn tussen de verschillende risicogroepen. De groepen lopen in elkaar over. Het zijn geen aparte hokjes, maar een glijdende schaal.’
‘Door gebruik te maken van een simpele en goedkope techniek die pathologen dagelijks inzetten, kan men nu ook in landen waar geen geavanceerde technieken beschikbaar zijn een betere risicobepaling maken.’
Onder de microscoop
Naast de DNA‑profielen bekeken de onderzoekers het tumorweefsel ook onder de microscoop. Dat leverde nieuwe inzichten op. Maas vertelt: ’De microscopiebeelden hebben ons veel geleerd. Niet de tumor zelf, maar vooral de afweercellen in de tumor spelen een belangrijke rol. In tumoren met een laag risico zitten meer cellen van het immuunsysteem en deze cellen zijn in rust. Bij hoog‑risicogroepen zagen we veel minder immuuncellen en die zijn juist actief.’
Op de beelden zagen de onderzoekers bovendien dat één stukje tumorweefsel plekken kan bevatten met veel immuuncellen én plekken met weinig immuuncellen, soms maar enkele millimeters van elkaar. Maas: ’Deze ontdekking bevestigt dat de risicoprofielen in elkaar overlopen en geen afgebakende hokjes zijn.’
Een eenvoudige en betaalbare oplossing
Waar de microscoop liet zien dat het risico binnen één tumor al sterk kan verschillen, biedt deze ontdekking ook een praktische oplossing: het risico op terugkeer is beter te voorspellen door simpelweg het aantal immuuncellen te tellen dan met de huidige beoordeling onder de microscoop. Maas legt uit: ‘Door gebruik te maken van een simpele en goedkope techniek die pathologen dagelijks inzetten, kan men nu ook in landen waar geen geavanceerde technieken beschikbaar zijn een betere risicobepaling maken.’ Of het tellen van immuuncellen ook de duurdere DNA-testen in Nederland kan vervangen, is nog niet duidelijk. ‘Eerst is aanvullend onderzoek nodig om te vergelijken hoe nauwkeurig de voorspelling is. Daar gaan we de komende jaren hard aan werken.’
Op de foto: neuropatholoog Niek Maas. Niek werkt zowel in het LUMC als in het Erasmus MC.