Wat wilde honing uit de Filipijnse jungle vertelt over biodiversiteit
In de Filipijnen verzamelen inheemse bevolkingsgroepen al eeuwenlang wilde honing. Een nieuwe chemische analyse van die honing geeft nu inzichten in de biodiversiteit van het gebied. ‘Én een extra reden om de nationale boom goed te beschermen’, aldus docent Merlijn van Weerd van het Centrum voor Milieuwetenschappen (CML) .
Palaui, een klein Filipijns eiland begroeid met tropisch bos, is een van de woonplaatsen van de inheemse bevolkingsgroep Agta. Daar verzamelen ze van oudsher op een duurzame manier wilde honing als bron van voedsel en inkomsten. Die honing is populair in de Filipijnen en staat bekend om z’n medicinale eigenschappen. Daardoor zijn er ook andere handelaren die beweren wilde honing te verkopen, maar stiekem met het product sjoemelen.
Om te kunnen aantonen wat kwalificeert als pure Filipijnse wilde honing, deed Van Weerd samen met een groep wetenschappers van de University of the Philippines onderzoek naar de karakteristieken ervan. ‘We hebben op drie verschillende eilanden wilde honing verzameld en die onderworpen aan een chemische analyse’, legt hij uit.
Biodiversiteit meten in honing
In de honing zochten de wetenschappers naar metabolieten, kleine moleculen die je kunt linken aan de plantensoorten waar de bijen hun nectar vandaan halen. ‘Daarmee kunnen we aan de ene kant identificeren van welke nectar de honing gemaakt is’, zegt Van Weerd. ‘Aan de andere kant kunnen we in de honing dan weer zien welke plantensoorten er in het gebied voorkomen. Een soort chemische afdruk van de flora.’
De analyse van de honing uit twee van de drie testlocaties in de Filipijnen laat zien dat de bijen hun nectar uit verschillende plantensoorten halen. Multiflorale honing, zoals dat heet. De honing van het eiland Palaui bestaat voornamelijk uit één unieke metaboliet: hypaphorine. ‘Die blijkt afkomstig van de narra (Pterocarpus indicus), de nationale boom van de Filipijnen.’
Nationale boom wordt flink bedreigd
Dat de honing van Palaui monofloraal is, en dus hoofdzakelijk afkomstig van één boomsoort, is voor de onderzoekers een verrassend resultaat. ‘Blijkbaar hebben de bijen echt een voorkeur voor deze soort. Het toont aan hoe belangrijk de narra-bomen zijn voor de lokale biodiversiteit én voor de inheemse bevolkingsgroep die leeft van de oogst van deze honing.’
Helaas gaat het niet goed met de boomsoort. Het harde hout is heel gewild, onder andere voor meubels. ‘Hoewel het ondertussen illegaal is om narra-bomen te kappen, blijven er maar weinig over in het land. Alleen op Palaui, waar weinig houtkap is geweest, staan er nog veel. We willen de lokale bevolking daarom heel graag helpen om de soort te beschermen. De resultaten van dit onderzoek kunnen daaraan bijdragen.’
Hart in de Filipijnen
De nieuwe analysetechniek van honing zou ook elders in natuurgebieden inzicht kunnen geven in welke (bedreigde) soorten er voorkomen. Van Weerd focust zich de komende jaren vooral op de Filipijnen. ‘Ik doe hier al meer dan twintig jaar onderzoek. In 2003 heb ik samen met Nederlandse en Filipijnse collega’s een stichting opgezet om de lokale natuur op verschillende manieren te beschermen’, aldus Van Weerd.
‘We zijn onder andere bezig met herbebossingsprojecten, waar ook het planten van narra-bomen een centrale rol speelt. Daarnaast helpen we bij het verwerven van landrechten voor de inheemse bevolkingsgroep, zodat ze eigenaar worden van het gebied en meer mogelijkheden hebben om het te beschermen.’
Actief een verschil maken als wetenschapper
Van Weerds stichting zet zich in voor wetenschappelijk onderzoek, natuurbescherming en samenwerking met de inheemse bevolking. ‘Dat alles heeft geleid tot veel interdisciplinair onderzoek, wat we nu ook gebruiken in een nieuwe Leidse bacheloropleiding in samenwerking met antropologie.’
Dat Van Weerd naast docent ook actief natuurbeschermer is, vindt hij een logische combinatie. ‘In de milieuwetenschap beschrijf je wat er allemaal misgaat op de planeet. Dat is heel belangrijk, maar ik wil dat niet constateren en vervolgens machteloos toekijken. Door zelf actie te ondernemen, kun je lokaal wel degelijk een verschil maken.’
Lees de wetenschappelijke publicatie bij Nature Scientific Reports.