Marnix Wallinga geeft preadvies over privaatrechtelijke handhaving
Op 11 juni verdedigde Marnix Wallinga zijn preadvies over de Savings and Investments Union (SIU) bij de Vereniging voor Financieel Recht. Het preadvies ging over de privaatrechtelijke handhaving van het Europese kapitaalmarktenrecht.
De SIU is een breed pakket aan EU-initiatieven, gepubliceerd in maart 2025, om ervoor te zorgen dat het spaargeld van Europese burgers beter wordt ingezet voor investeringen in de Europese economie. Het is de opvolger van het in 2015 gelanceerde plan om te komen tot een Kapitaalmarktunie. Het idee van de SIU is dat Europeanen veel geld op spaarrekeningen hebben staan, terwijl bedrijven in Europa vaak moeite hebben om voldoende financiering te krijgen voor groei, innovatie en de groene en digitale transitie. Een centrale vraag daarbij is hoe de naleving van het kapitaalmarktenrecht effectief kan worden gewaarborgd.
Sinds de jaren ’60 van de vorige eeuw is privaatrechtelijke handhaving structureel onderbelicht gebleven. De Uniewetgever zet al decennialang primair in op publiek toezicht en bestuursrechtelijke handhaving van de kapitaalmarktenvoorschriften. Hoewel dit verklaarbaar is vanuit een historisch-institutioneel perspectief, betoogt Wallinga dat de EU juist belangrijke stappen zou kunnen zetten door met een weloverwogen privaatrechtelijke handhavingsstrategie te komen. Dit zou niet alleen de beleggersbescherming ten goede kunnen komen, maar daarmee mogelijk ook kapitaalmarktintegratie.
Wallinga doet hiervoor een aantal concrete beleidsvoorstellen. ‘Een weloverwogen handhavingsstrategie omvat ten eerste dat de Uniewetgever vaststelt welke doelstellingen precies worden nagestreefd met privaatrechtelijke handhaving en welke middelen daarvoor worden ingezet om die te realiseren’, vertelt de universitair hoofddocent. ‘Daarnaast omvat die strategie dat de Uniewetgever kennis verzamelt vanuit de lidstaten over hoe privaatrechtelijke handhaving binnen de nationale rechtsstelsels in de praktijk functioneert.’
Volgens hem kunnen daarmee de overkoepelende beginselen van handhaving in kaart worden gebracht, evenals de obstakels in het nationale recht voor beleggers op weg naar bijvoorbeeld schadevergoeding en de instrumenten om die obstakels te beslechten. ‘De Uniewetgever zal zowel de voordelen en kansen als de nadelen en bedreigingen van de beschikbare handhavingsalternatieven zorgvuldig tegen elkaar moeten afwegen’, stelt hij. ‘Mede in het licht van de geharmoniseerde toezichtrechtelijke handhavingsarchitectuur.’
Een overkoepelende handhavingsstrategie omvat daarnaast ook dat de Uniewetgever alternatieven verkent om de bestaande fragmentatie te verkleinen als het politiek onhaalbaar blijkt om privaatrechtelijke handhaving te harmoniseren. Wallinga: ‘Als de Uniewetgever daadwerkelijk de handhaving van het EU-kapitaalmarktenrecht wil simplificeren, doet hij er bijvoorbeeld goed aan om als onderdeel van de SIU-plannen in te zetten op de versterking van de mechanismen van verticale en horizontale gerechtelijke dialoog.’