Universiteit Leiden

nl en

Strijd tegen longkanker begint niet in het ziekenhuis

Op Wereld Longkankerdag (1 augustus) staat naast de ziekte ook de mens achter de diagnose centraal. Een gesprek én een blik in de glazen bol met hoogleraar Longchirurgie Koen Hartemink (LUMC, Antoni van Leeuwenhoek) over de toekomst van de longkankerzorg.

Volgens Hartemink ligt de toekomst van de longkankerzorg in een combinatie van preventie, vroegdiagnostiek, samenwerking, innovatie en kennisdeling. ‘Longkanker behoort nog altijd tot één van de meest voorkomende en dodelijkste vormen van kanker. Juist daarom moeten we op alle fronten tegelijkertijd investeren’, zegt Hartemink. Zijn ambitie is helder: minder mensen met longkanker én voor iedere patiënt de best mogelijke behandeling.

Zijn werk reikt veel verder dan de operatiekamer. Hij zet zich in voor wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, betere organisatie van de zorg en geeft voorlichting aan jongeren over de risico's van roken en vapen.

Vroege diagnose kan levens redden

Preventie begint volgens Hartemink met eerlijke informatie. Daarom bezoekt hij scholen om jongeren voor te lichten over de schadelijke gevolgen van vapen en roken. ‘Jongeren worden dagelijks beïnvloed door influencers die vapen neerzetten als een gezond alternatief voor roken. De jeugd heeft recht op betrouwbare informatie. Als arts voel ik de verantwoordelijkheid om dat verhaal te vertellen.’

Daarnaast zet hij zich in voor landelijke besluitvorming over de effectiviteit van screening op longkanker. Vroegdiagnostiek kan volgens hem levens redden, omdat tumoren dan vaak nog in een vroeg stadium worden ontdekt en minder ingrijpende behandelingen mogelijk zijn. Screenen kent echter ook nadelen en hierover dient goed nagedacht te worden. ‘Het is duur, is het niet beter om dit geld te besteden aan preventie? Verder geven de hoog-risicogroepen die je het liefst wil screenen vaak geen gehoor aan het verzoek tot screening. En daarnaast levert screening ook niet-kwaadaardige afwijkingen op die zorgen voor onzekerheid, extra diagnostiek en operaties.’

Koen Hartemink: ‘Wanneer we patiënten, kennis en ervaring beter bundelen, kunnen we veel sneller onderzoek doen.'

De juiste zorg op de juiste plek

Ook de organisatie van de longkankerzorg kan beter, vindt Hartemink. Hij pleit voor een combinatie van centralisatie én regionalisatie.

‘Ik ben geen voorstander van alle zorg op één plek. Hoogspecialistische behandelingen horen thuis in centra die daar dagelijks ervaring mee hebben, terwijl andere zorg juist zo dicht mogelijk bij de patiënt georganiseerd moet worden. En dan heb ik liever een hoogspecialistisch centrum dan vier.’ Door deze expertise te bundelen, neemt niet alleen de kwaliteit van de zorg toe, maar kan ook sneller wetenschappelijk onderzoek worden uitgevoerd, meent Hartemink.

Die samenwerking tussen ziekenhuizen vormt een belangrijk speerpunt in zijn visie. Volgens de longchirurg behandelen veel ziekenhuizen longkanker, maar is de kennis nog te vaak versnipperd. ‘Wanneer we patiënten, kennis en ervaring beter bundelen, kunnen we veel sneller onderzoek doen. De resultaten kunnen vervolgens sneller worden vertaald naar de dagelijkse praktijk en nieuwe behandelrichtlijnen.’ Als voorbeeld noemt hij het gezamenlijk onderzoek naar vroegstadium longkanker waarbij data gebundeld wordt in een studie: ESLUNG.

Ook het aandeel van patiënten speelt een belangrijke rol. Als lid van de medisch-specialistische adviesraad van de patiëntenorganisatie Longkanker Nederland ziet Hartemink dagelijks hoe waardevol de inbreng van patiënten is.

‘De patiëntenorganisatie vormt de brug tussen arts en patiënt. Zij weten als geen ander wat patiënten belangrijk vinden en denken mee over richtlijnen, wetenschappelijk onderzoek en nieuwe studies.’

Een blik in de glazen bol

Waar moet Nederland volgens Hartemink over tien jaar staan als het gaat om longkankerzorg? Zijn eerste wens is een beter georganiseerd zorglandschap, waarin complexe longkankerzorg is geconcentreerd in minder, maar grotere expertisecentra die intensief samenwerken met regionale ziekenhuizen.

Daarnaast hoopt hij dat samenwerking in wetenschappelijk onderzoek vanzelfsprekend is geworden. Binnen de door hem opgezette Dutch Thoracic Group ziet hij daarvoor een belangrijke rol weggelegd. Onderzoekers moeten eenvoudig ideeën kunnen delen, gezamenlijk studies opzetten en profiteren van elkaars kennis. Tot slot pleit de longchirurg voor meer structurele investeringen in onderzoek.

‘Het opzetten van wetenschappelijke studies is nu vaak onnodig ingewikkeld. Onderzoek en innovatie verdienen veel meer logistieke en financiële ondersteuning. Uiteindelijk betaalt iedere goede investering zich dubbel en dwars terug in betere zorg en maatschappelijke winst.’

Zijn missie is samen te vatten in vijf speerpunten: preventie en voorlichting, optimale screening en vroegdiagnostiek, verdere verbetering van behandelingen voor alle stadia van longkanker, meer gepersonaliseerde zorg voor uitgezaaide ziekte en blijvende investering in onderwijs, kennisdeling en wetenschap.

Op Wereld Longkankerdag is zijn boodschap dan ook duidelijk: ‘De strijd tegen longkanker begint niet pas in het ziekenhuis, maar al bij samenwerking, preventie en de ambitie om de zorg elke dag een stap beter te maken.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.