De dag van Jasper – Tussen fysiotherapie en financieringsvraagstukken
Hoe ziet een werkdag eruit tijdens het herstel van een heupoperatie? Deze week wisselen oefeningen en fysiotherapie zich af met gesprekken over wetenschappelijke staf, ethiek en de verdeling van toekomstige sectorplanmiddelen.
Jasper Knoester is de decaan van de Faculteit Wiskunde & Natuurwetenschappen. Hoe gaat het met hem, wat doet hij precies en hoe ziet zijn dag eruit? In elke nieuwsbrief geeft Jasper een inkijkje in zijn leven.
Woensdag, 26 augustus
‘Om zeven uur sta ik op. Het huis voelt ongebruikelijk levendig. Gisteravond zijn Xuefei en Kamiel teruggekomen uit China en die zijn met hun jetlag natuurlijk allang wakker. Jasmijn is sinds zondag weg, ze zit in de kennismakingstijd van Minerva en mag geen contact hebben met me. Kortom, het is wennen om mensen om me heen te hebben in de vroege ochtend.
Na het ontbijt doe ik mijn oefeningen. Dat is zeer nodig na de heupoperatie. De meeste oefeningen dienen om de spieren te mobiliseren, een paar voor krachtontwikkeling. Aan het einde zit ik nog tien minuten op de hometrainer terwijl ik naar het nieuws kijk en dan is het weer even klaar.
Werken doe ik vandaag deeltijds en online. Ik begin om negen uur met overleg met Monique Leemkuil over benoemingen, bevorderingen en nominaties van wetenschappelijke staf. We hebben lang niet overlegd en ondanks het zomerreces ligt er een stevig lijstje om te bespreken.
Wortels van oude bomen beschermen
Vervolgens heb ik het bilateraal overleg met Barbara Gravendeel, prefect van de Hortus botanicus. De hortus is behoorlijk anders dan onze acht instituten en de onderwerpen in de gesprekken met Barbara zijn ook vaak anders dan die met instituutsdirecteuren. Het gaat van wetenschappelijke subsidieaanvragen tot uitdagingen om wortels van oude bomen te beschermen bij reparaties aan waterleidingen.
Verder trainen bij de fysiotherapeut
Hierna ga ik naar de fysiotherapeut. Ongeveer een kilometer, ik zou het al kunnen lopen, maar op de heenweg doe ik de helft van de reis toch maar per tram om wat energie te sparen. Ik begin met 10 minuten op de fiets, elke week iets meer weerstand. Vervolgens laat ik zien hoe de oefeningen gaan. Ik heb een goede therapeut, die eerst enthousiast constateert dat ik flink vooruit ben gegaan en vervolgens kritisch wijst op de fouten die ik maak bij de oefeningen en het lopen. Fijn, alleen zo komt het goed. De laatste 20 minuten is het hard werken met nieuwe krachtoefeningen en als de 45 minuten om zijn, vind ik het ook wel goed geweest.
Ik loop naar huis, lunch snel en rust op bed. In de middag zijn er nog drie overleggen. Eerst een gesprek met Olga Gadyatskaya, voorzitter van onze ethische commissie, en Monique Leemkuil, secretaris. Het werk van deze commissie wordt ingewikkelder. Dat gaat deels om de afbakening ten opzichte van de werkzaamheden van experts en commissies die zich bezighouden met kennisveiligheid en regelgeving rond AVG (privacy-wetgeving). Er is een betere beschrijving van het mandaat nodig. Ook is er behoefte aan een beter systeem om aanvragen in te dienen en te verwerken. We maken een aantal afspraken over acties voor een volgend overleg.
Onderhandelen over de toekomst
Hierna spreek ik José Kiss over het volgende Wetenschapsberaad (het plenaire overleg met de wetenschappelijk directeuren) en het extra online bètadecanen-overleg dat over een uur begint. Dat laatste overleg van de dag vergt veruit de meeste energie. Het gaat vandaag over de verdeling van de sectorplanmiddelen, die het nieuwe kabinet hopelijk gaat toekennen, over de verschillende bètafaculteiten. We kennen het totale jaarlijkse bedrag waarover voor het bètadomein wordt gesproken, en nu is het aan de decanen om tot een redelijk onderlinge verdeling te komen. We vormen een heel collegiaal overleg, maar geldverdeling stelt verhoudingen altijd op de proef. Er zijn dus ook een aantal stevige discussiepunten en als voorzitter moet ik goed scherp blijven. Gelukkig convergeren we op de meeste punten. Voor de rest wordt iedereen met een opdracht naar huis gestuurd en een kleine subcommissie zal zich komende weken buigen over geschilpunten die er daarna nog liggen. Op 18 september moeten we het over een finale verdeling eens worden.
Ik sluit de laptop en neem rust. Het avondeten met zijn drieën doet me goed en geeft me genoeg energie om de keuken op te ruimen. Bij de anderen slaat de jetlag toe en al snel lijkt het weer alsof ik alleen thuis ben. Ik kijk even wat voetbal en bereid een paar vergaderingen en de opening voor het academisch jaar voor. Ik ga niet te laat naar bed. Deze toch niet al te volle dag heeft best energie gekost en ik weet nu al dat het om vijf uur morgenochtend opnieuw levendig zal zijn in huis.’