Opiniestuk Luc Sels: Wat Den Haag scherper ziet dan Brussel
Zowel Nederlandse als Europese leiders spreken in hun toekomstplannen over onderzoek en innovatie. Maar Nederland spreekt het belang ervan nu ook scherper uit dan Brussel, aldus Luc Sels, voorzitter van het College van Bestuur.
Vanwege de gekozen cookie-instellingen kunnen we deze video hier niet tonen.
Bekijk de video op de oorspronkelijke website of‘Op 15 september maakte ik mijn eerste Prinsjesdag mee. Voor deze pas in Nederland gelande Belg was het een nieuwe ervaring. Ik vind het wel mooi hoe een toekomstgerichte Rijksbegroting verpakt wordt in een traditierijk ceremonieel.
Op 16 september volgde een traditie waar ik al wat langer vertrouwd mee ben: de State of the Union van Ursula von der Leyen. Er zijn veel parallellen tussen de Troonrede en de State of the Union. Zowel Den Haag als Brussel wijzen op de grote versnelling van de wereld waarin we leven, beklemtonen de risico’s van strategische afhankelijkheid, kaarten veiligheid en weerbaarheid aan en willen het toekomstig verdienvermogen versterken.
Maar er is ook een verschil dat me opvalt. De Nederlandse regering sprak zich duidelijk uit over het belang van onderzoek en innovatie. Wetenschap wordt daarbij niet als een gescheiden beleidsterrein gezien, maar als een hefboom voor brede welvaart en strategische relevantie in domeinen als digitalisering en AI, veiligheid en weerbaarheid, energie- en klimaattechnologie, life sciences en biotechnologie.
In de Europese State of the Union namen wetenschap, onderzoek en innovatie een ontgoochelend bescheiden plaats in. Ik lees zo’n State of the Union natuurlijk door de bril van een wetenschapper en universiteitsbestuurder. Een landbouwer zoekt wellicht sneller naar woorden als agri en food en aan de uiteinden van het politieke spectrum scrolt men ongetwijfeld naar thema’s als migratie.
Ik uit mijn bezorgdheid echter ook als Europeaan. Want opvallend veel van wat Von der Leyen in die overigens krachtige en prachtige speech wel aankaartte, zal uiteindelijk een antwoord moeten krijgen in kennis, wetenschap en innovatie.
Neem China. Von der Leyen wees terecht op het enorme Europese handelstekort en op de dringende nood om minder afhankelijk te worden voor Chinese kritieke grondstoffen. Dat lijkt op het eerste gezicht materie voor handelsbeleid en diversificatie. Maar het raakt ook de kern van wetenschap en innovatie. Wie minder afhankelijk wil zijn van chips, batterijen, AI of geneesmiddelen moet de hele keten versterken: van fundamenteel onderzoek en technologische ontwikkeling tot innovatie, productie en opschaling. Wetenschappelijke kracht is ook geopolitieke macht.
Neem AI. Terecht wijst Von der Leyen op de mogelijkheden ervan in onze gezondheidszorg, de werking van onze bedrijven of de dienstverlening in onze samenleving. Maar Europa moet meer kunnen dan technologie die elders wordt ontwikkeld op een fatsoenlijke wijze toepassen. Technologische soevereiniteit en digitale autonomie zijn thema van de dag rond vele tafels. Het zijn doelen die maar gerealiseerd kunnen worden vanuit uitstekende wetenschap die innovatie voedt en tot bedrijvigheid leidt.
Neem Canada. Dat premier Mark Carney eregast was vind ik een magistrale zet. Canada is een fantastische partner voor Europa en dat zal alleen maar versterken naarmate de gekte aan de andere kant van ‘Lake America’ verder groeit. Het is vooral een geweldige partner in onderzoek en innovatie. De associatie van Canada met het onderzoeksprogramma Horizon Europe toont precies hoe ik Europese strategische autonomie graag begrijp: een minder afhankelijk Europa is helemaal geen gesloten Europa, integendeel. Een sterke eigen kennisbasis stelt ons in staat om krachtige connecties te maken met de democratische middenmachten waar ik Canada graag toe reken.
Neem Horizon Europe, het Europese onderzoeksprogramma waarover net nu zo scherp onderhandeld wordt. Het door de Commissie voorziene budget van 175 miljard euro staat erg onder druk en zelfs innovatieleiders als Duitsland en Nederland willen het bedrag drukken. Zou je er dan als commissievoorzitter niet net nu op wijzen dat Europa maar een sterkere kennisgedreven economie kan worden als we durven investeren en onderzoek, innovatie, talent, kapitaal en ondernemerschap beter op elkaar laten aansluiten.
Om al deze redenen had wetenschap in die krachtige speech een meer prominente plaats verdiend. Niet als het volgende beleidsterrein naast defensie, energie, handel en digitale autonomie, wel als het stevige fundament eronder. Strategische macht is moeilijk te realiseren zonder wetenschappelijke kracht. Dus ja, hier spreekt de wetenschapper. Maar ook, hier spreekt de Europeaan. Ursula von der Leyen schetste het Europa dat we nodig hebben. De onderhandelingen over Horizon Europe en het European Competitiveness Fund zullen mee bepalen of we ook in staat zijn het de noodzakelijke kennisbasis te geven.’