Universiteit Leiden

nl en

Onderwijsvraag

Voor elk collegejaar wordt het actuele onderwijsprogramma per opleiding vastgesteld. De globale inhoud wordt vastgelegd in het Onderwijs- en Examenregeling. De detailinformatie wordt in de e-Studiegids vermeld.  De faculteiten zorgen ervoor dat opleidingsvoorzitters en studiecoördinatoren tijdig een programmaschema ontvangen, dat zij kunnen gebruiken om dit in kaart te brengen.

Vragen?

Heeft u vragen over het onderwijsprogramma? Neem dan contact op met het facultaire onderwijsbureau.  

Gids Kwaliteitszorg

In de eerste stap wordt de totale onderwijsvraag in kaart gebracht in de vorm van onderwijsprogramma’s. Deze onderwijsprogramma’s voldoen aan de bijbehorende vereisten (programma-eisen), en dekken in het geval van BA/MA onderwijs, de eindtermen van de opleiding(-en) waardoor de kwaliteit van het onderwijs gewaarborgd is. Zie hiervoor ook: Gids Kwaliteitszorg (Engelstalige versie).

Formuleren onderwijsvraag

In november ontvangen de opleidingsvoorzitters en studiecoördinatoren een programmaschema om te gebruiken bij het formuleren van het nieuwe onderwijsprogramma en de inzet van docenten. Het programmaschema bevat de informatie van het huidige studiejaar en dient als uitgangspunt voor het onderwijs in het nieuwe jaar. Het schema is ook belangrijk voor de onderwijsdirecteuren. Zij kunnen hiermee de onderwijslast van de docenten bepalen en zo staf wel of niet toewijzen aan opleidingen. Het ingevulde schema moet bij de onderwijsdirecteuren worden ingediend. 

Het opleidingsbestuur formuleert samen met de studiecoördinator het programmaschema en de docent inzet voor de programma’s en onderdelen onder verantwoordelijkheid van de opleiding:

  • bachelorprogramma, inclusief eventuele specialisaties
  • masterprogramma, inclusief eventuele specialisaties
  • pre-mastertraject (indien van toepassing)
  • minorprogramma

De coördinator van het Facultaire Honour programme formuleert een programma voor de Honours Onderwijs.  

Onderwijsinzet in het kader van het Leiden University College The Hague en Pre-University wordt geformuleerd en aangeleverd aan de instituten door de betrokken coördinatoren.

Aandachtspunten opstellen onderwijsprogramma en aanvraag staf inzet

Een zo efficiënt mogelijk gebruik van onderwijs 

Door onderwijs te delen wordt de bestede tijd zo efficiënt mogelijk gebruikt, en blijft tegelijkertijd zoveel mogelijk tijd over voor de begeleiding van studenten, onderzoek, of het ontwikkelen van nieuwe initiatieven voor onderwijs en onderzoek.

Onderwijs: gedeeld en op het juiste niveau 

Efficiënt gebruik van onderwijs mag niet ten koste gaan van het (gevraagde) niveau. Dit betekent dat BA-programma’s niet structureel gebruik kunnen maken van MA-onderwijs. 

Bij gedeeld onderwijs van 'gewone' masters en research masters moet duidelijk zichtbaar zijn wat het onderscheid is tussen het onderwijs voor de verschillende doelgroepen, bijvoorbeeld door de verdieping van de stof voor de ResMA-studenten duidelijker te presenteren.

Studiesucces 

Bij het opstellen van het onderwijsprogramma is het belangrijk rekening te houden met de studeerbaarheid van het programma, en in dat kader de voorgestelde maatregelen studiesucces. De formulering van het programma biedt dan ook een gelegenheid om de leerlijnen tussen de cursussen te expliciteren, bijvoorbeeld door (struikel)cursussen op een ander moment te plaatsen.

Seminar BA-eindwerkstuk 

Om vertraging bij het schrijven van het BA-eindwerkstuk te voorkomen is afgesproken dat alle opleidingen een seminar opnemen in het programma. Zo kan studenten extra structuur worden geboden in het schrijfproces, kan de afgesproken planning beter worden gehandhaafd en kunnen studenten elkaar onderling steun bieden. Zie ook: Toelichting opzet scriptieseminars BA. Ook in masterprogramma’s is het opnemen van een scriptieseminar wenselijk.

Docent inzet partij buiten de faculteit 

Eventuele docent inzet van buiten de faculteit verloopt ook via het instituut. In het beoogde onderwijsprogramma moet deze vraag dan ook expliciet worden gemaakt, zodat het instituut kan beoordelen of het bereid is eigen capaciteit in te zetten dan wel het extern ‘in te kopen’.

Uitwisselings studenten

Uitwisselings studenten moeten vóór 1 april op basis van het aanbod in de E-Studiegids aangeven welk onderwijs zij willen volgen. Het is daarom belangrijk bij de inrichting van het onderwijs ook rekening te houden met deze doelgroep (zie kolom K in het programmaschema). Bij de beoordeling of een cursus toegankelijk is voor uitwisselings studenten speelt o.a. mee: de capaciteit; en het instapniveau.

Minoren  

De coördinatoren van de minorprogramma's zijn tegelijk met de opleidingsbesturen aangeschreven met het verzoek wijzigingen in het minorenprogramma door te geven.  
Voor de samenstelling van een minor/keuzepakket gelden speciale eisen. Meer informatie over het proces met betrekking tot het aanbod van minoren/keuzepakketten staat op minoren.

Zie verder: programmaschema invullen

Facultaire eisen minor

De faculteit heeft een procedure voor het minoraanbod vastgesteld. Lees hier over de minorprocedure en de selectiecriteria.

Aan een minor wordt faculteitsbreed een aantal eisen gesteld.

  • Een minor heeft een omvang van 30 ec, in beginsel verdeeld over 15 ec per semester, in overleg is programmering in blokvorm (1 semester van 30 ec) mogelijk;
  • Een minor heeft een logische samenhang en opbouw in niveau;
  • Een minor bevat ten minste één cursus op niveau 300;
  • De eerste 15 ec van de minor (de vakken van het eerste semester) zijn als zelfstandig pakket te volgen voor studenten van opleidingen van andere faculteiten die geen vrije keuzeruimte van 30 ec hebben (o.a. Rechtsgeleerdheid).

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie