Universiteit Leiden

nl en

Rol van de promotor

Als promotor bent u verantwoordelijkheid voor de begeleiding van uw promovendus. U leest hier meer over uw taken als promotor en de procedures en formulieren die u daarbij nodig heeft.

Kwaliteit verhogen van uw begeleiding

De kwaliteit van uw promotiebegeleiding is belangrijk voor het succes en welzijn van een promovendus. Om die reden heeft een diverse groep Leidse wetenschappers een aantal best practices opgesteld voor de begeleiding van promovendi aan de Universiteit Leiden. Deze ‘gedragsregels’ leggen de nadruk op een gedeelde verantwoordelijkheid van u als begeleider en de promovendus. Ze geven ook duidelijkheid over wat de verwachtingen mogen zijn van beide partijen. Aan de hand van deze gedragsregels kunt u uw PhD-begeleiding verder verbeteren. Bekijk voor meer informatie het document ‘Golden rules PhD supervision’ op deze pagina.

Starten van een promotie

Bent u gevraagd om op te treden als promotor? Dan bent u bij het starten van een promotie verantwoordelijk voor de volgende taken:

  • Bent u (schriftelijk) gevraagd op te treden als promotor en heeft u daarmee ingestemd? Binnen 3 maanden dient u in overleg met de promovendus een opleidings- en begeleidingsplan op te stellen. Stuur hiervan een afschrift naar de decaan.
  • Zijn er 2 promotores (of zelfs 3)? Bepaal dan als promotores onderling de taakverdeling en leg deze schriftelijk vast, met een afschrift aan de promovendus en de decaan.

Afronding van de promotie

Als promotor bent u verantwoordelijk voor de kwaliteit van de promotie. Is uw promovendus bijna klaar met zijn promotie? Dan beoordeelt u of het manuscript voldoet aan de eisen voor een promotie. Overeengekomen wijzigingen zullen opnieuw door u worden beoordeeld.

Goedkeuren van het proefschrift

Bent u van mening dat het manuscript geldt als een ‘proeve van bekwaamheid tot het zelfstandig beoefenen van de wetenschap’? Dan volgt uw goedkeuring. Zijn er meer promotoren? De goedkeuring komt pas als ook de andere promotor is gehoord.

Binnen 6 weken na het inleveren van het manuscript, stuurt u formulier 3 naar de promovendus. Hierin staat dat het manuscript al dan niet is goedgekeurd. De decaan en het College voor Promoties ontvangen hiervan een afschrift. Na de goedkeuring van het manuscript ontvangt u diverse stellingen van de promovendus. Voldoen deze aan de eisen, dan stuurt u de stellingen en uw oordeel daarover naar de decaan.

Samenstellen van een promotiecommissie

Ook vraagt u (met formulier 5a) aan de decaan om een promotiecommissie in te stellen. Daarbij zit een voorstel omtrent de samenstelling van de commissie. U stuurt eveneens voldoende exemplaren van het proefschrift mee, voor de leden van de commissie. Als promotor kunt u zelf geen deel uitmaken van deze commissie.

Binnen 6 weken na ontvangt van het proefschrift laat de commissie weten of de promovendus tot de verdediging kan worden toegelaten.

Samenstellen van de oppositiecommissie

Ondertussen stuurt u met formulier 8a de decaan een schriftelijk voorstel voor de samenstelling van de oppositiecommissie. U maakt zelf geen deel uit van de oppositiecommissie. De rector en de decaan (of door hen aangewezen vervangers) treden op als voorzitter respectievelijk secretaris.

  • De decaan brengt u op de hoogte van samenstelling van de oppositiecommissie en laat dit eveneens de promovendus en de pedel weten.
  • De pedel stelt het tijdstip van de promotie vast na overleg met de u, de promovendus en de decaan.

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie