Universiteit Leiden

nl en

Wat als de oceaan sneller verandert dan haar regels?

8 juni is Wereld Oceaan Dag, en de VN roept op tot ‘Herbeelden’: een nieuwe relatie met de oceaan. Maar hoe werkt dat als de realiteit zo snel verandert? We vragen het universitair docent zeerecht Hilde Woker.

De wereld is veel veranderd sinds het VN-Zeerechtverdrag, vaak ‘de grondwet van de oceaan’ genoemd en beter bekend als UNCLOS, in 1982 werd opgesteld. Toen was er nog geen sprake van klimaatvluchtelingen, offshore aquaculture in de volle zee, of drijvende installaties die plastic verzamelen. Hoe toepasbaar is dit verdrag dan nog? ‘Een grondwet is een soort basiskader met fundamentele normen, waarden, rechten en plichten,’ legt Woker uit. ‘De Nederlandse grondwet is ook al een paar honderd jaar oud. Dat het een grondwet is, impliceert juist dat het kan meebewegen met de tijd.’ 

Een grondwet die moet ademen

Dat gebeurt ook. In januari 2026 trad het zogeheten BBNJ-verdrag (Biodiversity Beyond National Jurisdiction) in werking, dat duidelijkere regels biedt voor het beschermen van biodiversiteit op volle zee en op de diepzeebodem. Zoals het creëren van Marine Protected Areas, waarmee verdragspartijen beschermde zeegebieden kunnen instellen op de volle zee. Ook erkent het verdrag inheemse kennis naast wetenschappelijk onderzoek, een opening die aansluit op een bredere beweging die de natuur niet langer alleen als juridisch object beschouwt. 

‘De oceaan verbindt verschillende perspectieven met elkaar’ 

‘De oceaan is niet meer alleen een plek waar staten actief zijn of baat bij hebben,’ zegt Woker. ‘Hoewel het zeker niet perfect is, is het bijzondere aan het BBNJ-verdrag dat het erkent dat de oceaan verschillende perspectieven aan elkaar verbindt, wat verder gaat dan UNCLOS. De band die bijvoorbeeld inwoners van eilanden in de Stille Oceaan hebben met de zee is totaal anders dan hoe de westerse wereld van oudsher naar de oceaan heeft gekeken.’  

Het BBNJ-verdrag staat daarin niet alleen. Twee jaar eerder, in 2024, gaf het Internationaal Zeerechttribunaal een opvallend advies af: CO2-uitstoot kan worden aangemerkt als mariene vervuiling onder UNCLOS. Een ogenschijnlijk technische uitspraak met vergaande gevolgen, waarmee het hele milieurechtelijke deel van het zeerechtverdrag opeens kon worden toegepast op klimaatverandering.  

Een nieuwe werkelijkheid

‘Uiteindelijk beheren we met het zeerecht onze relatie met de oceaan,’ zegt Woker. ‘En die relatie verandert vaak, en hevig. Honderden jaren geleden ging het over handel en kolonisatie en specerijen, maar ook over oorlogsvoering. Nu gaat het ook over wetenschap en milieubescherming, en de technologie gaat veel verder.’

‘Met het zeerecht beheren we onze relatie met de oceaan’ 

Het gevolg is een nieuwe werkelijkheid. Kunstmatige eilanden worden gebouwd om klimaatvluchtelingen op te vangen die hun eigen eilanden ontvluchten. Migrerende vissoorten ontsnappen aan bestaande quota. En dan is er de Ocean Cleanup-installatie: wat geen schip, platform of vaartuig is zoals UNCLOS dat kent. Het zeerecht probeert mee te bewegen. Maar terwijl het dat doet, gebeurt er ook iets anders. 

De Nederlandse paradox in de diepzee

Een van de redenen dat UNCLOS er kwam, was juist nieuwe technologie. In de jaren zestig en zeventig leek commerciële diepzeemijnbouw aanstaande, en er moesten internationale afspraken komen. Veertig jaar later is die mijnbouw er nog steeds niet omdat de regels niet af zijn. De Internationale Zeebodemautoriteit werkt aan het regelgevend kader, maar groeiende wetenschappelijke twijfel, ‘kennis over hoe weinig kennis er is,’ zoals Woker het formuleert, heeft tientallen landen ertoe gebracht een uitstel (moratorium) te bepleiten. 

Maar de Verenigde Staten, geen partij bij UNCLOS, willen niet wachten. President Trump tekende een executive order die het mogelijk maakt onder Amerikaans recht te mijnen in internationale wateren.  

‘Het zeerecht beweegt gelukkig mee, zolang we alert blijven op partijen die dat proberen te ondermijnen’ 

En daar wringt het voor Nederland. De technologie waarmee Amerikaanse bedrijven willen mijnen, is ontwikkeld door een Nederlands bedrijf, terwijl de Nederlandse politiek zich heeft uitgesproken tegen unilaterale diepzeemijnbouw. 'Terwijl wij als internationale gemeenschap allemaal zeggen: wat Amerika hiermee wil doen, mag niet,' zegt Woker. 'Het gaat in tegen het gemeenschappelijk erfgoed van de mensheid.' Het is precies de situatie waarvoor UNCLOS in het leven werd geroepen: om te voorkomen dat technologische voorsprong of nationale belangen bepalen wie de oceaan exploiteert en wie erbuiten staat. 

De zee voor onze deur

Het thema ‘Herbeelden’ begint, zegt Woker, met zien. ‘Het verbaast me hoe weinig aandacht er is voor de zee in onze maatschappij, terwijl de zee zo belangrijk is voor Nederland, een van oudsher maritiem land. Van de Caribische eilanden tot hoe we in andere landen bijdragen aan ontwikkeling van technologieën. Het zeerecht beweegt mee, gelukkig, maar we moeten alert blijven op partijen die dat elke keer proberen te ondermijnen.’  

Er valt voor Nederland nog veel te winnen. ‘Als wij denken aan de zee of oceaan, denken we aan helderblauwe tropische wateren, maar eigenlijk nooit aan de prachtige Noordzee. Terwijl er zoveel leeft, zoveel schoonheid in schuilt en we er voor zoveel handel afhankelijk van zijn. Dat beeld van de Noordzee zouden we best wat meer mogen omarmen.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.