Universiteit Leiden

nl en
Medewerkerswebsite Archaeological Sciences
Je ziet nu alleen algemene informatie. Selecteer je organisatie om ook informatie te zien over jouw faculteit.

Strafovername moet anders: ‘Het gaat om drie tot soms wel acht jaar langere straf’

Wie als Nederlander in een ander EU-land wordt veroordeeld maar liever zijn straf in Nederland uitzit, kan normaliter niet naar een rechter om gehoord te worden. De Nederlandse minister van Justitie en Veiligheid besluit uiteindelijk, maar nieuw onderzoek concludeert dat dit moet veranderen.

Nederlanders (of mensen die voldoende binding hebben met Nederland) die in het buitenland zijn veroordeeld kunnen verzoeken hun straf thuis uit te zitten. Dat heet strafovername. In Nederland beslist de minister van Justitie en Veiligheid of zo'n verzoek wordt ingewilligd, niet een rechter. Hoogleraar Europees strafrecht Jannemieke Ouwerkerk en hoogleraar Straf(proces)recht Marloes van Noorloos onderzochten in opdracht van het WODC samen met de Universiteit Groningen de de WETS-procedure (de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties).  In hun bevindingen stelden zij vast dat de procedure op meerdere punten tekortschiet.

Wat is strafovername?

Elk jaar zitten honderden Nederlanders een gevangenisstraf uit in het buitenland. Soms willen zij die straf liever in eigen land uitzitten, dichtbij familie. Met het oog op een goede terugkeer in de maatschappij is het soms mogelijk gevangenisstraf in Nederland uit te zitten via strafovername: een juridische procedure waarbij een ander land de tenuitvoerlegging van de straf overneemt. Ook niet-Nederlanders die voldoende binding met Nederland hebben komen ervoor in aanmerking.

Er zijn twee wetten voor internationale strafovername: de WETS voor landen binnen de EU, en de WOTS voor landen buiten de EU waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten. Voorwaarden zijn onder meer dat de veroordeelde aantoonbare binding heeft met Nederland, dat de straf onherroepelijk is, en dat beide landen akkoord gaan. Onderzoek toont aan dat ex-gedetineerden die via strafovername terugkeren minder vaak vervallen in crimineel gedrag dan ex-gedetineerden die zelfstandig terugkeren. Strafovername is dus niet alleen een kwestie van medemenselijkheid, maar dient ook een maatschappelijk belang.

Wat er in de praktijk misgaat

Mensen zitten in Nederland regelmatig langer vast dan ze in het land van veroordeling zouden hebben gedaan. Een van de oorzaken ligt in een wetswijziging uit 2021 toen Nederland de regels voor voorwaardelijke invrijheidsstelling aanscherpte. Voorwaardelijke invrijheidsstelling (VI-regeling) betekent dat iemand eerder vrijkomt en zich aan bepaalde voorwaarden (zoals een contactverbod) moet houden, als stok achter de deur om geleidelijk terug te keren in de samenleving. De regeling verschilt sterk per land.

Sindsdien geldt in Nederland, ook als Nederland een straf overneemt van een ander land: na twee derde van je straf kom je niet meer automatisch voorwaardelijk vrij, maar mag je maximaal twee jaar eerder naar buiten – wat je straf ook is. Bij strafovername heeft de minister de bevoegdheid dit mee te nemen en strafvermindering toe te passen, maar in de praktijk gebeurt dat zelden tot nooit.

Structureel patroon

De gevolgen zijn concreet. Er zijn jaarlijks zo’n 200 tot 300 zaken waarin Nederland een straf overneemt van een ander EU-land, maar de impact kan enorm zijn. Precieze cijfers daarover zijn niet beschikbaar, maar de praktijk kent volgens Ouwerkerk voorbeelden van veroordeelden die in Nederland vele jaren langer vast hebben gezeten dan in het land van veroordeling waarschijnlijk het geval zou zijn geweest. ‘De rechter in dat buurland legt een straf op met inachtneming van de dáár geldende VI-regeling. Die gaat niet kijken: je bent een Nederlander, wat zou het daar zijn?’

Van Noorloos benadrukt dat het waarschijnlijk om een structureel patroon gaat, geen uitzondering. ‘Deze gevallen zijn nooit door een rechter getoetst, dus we weten niet precies om hoeveel het gaat.’ Ouwerkerk voegt toe: 'Al zijn het maar vijf gevallen, het gaat wel om grote verschillen van drie tot soms wel acht jaar langere straf. Dat zijn forse consequenties, en vooral omdat je er als veroordeelde niets tegen in kunt brengen. Het wordt automatisch voor je beslist.’

De rechter aan het roer

De oplossing uit het rapport is helder: haal de beslissende rol weg bij de minister en leg die bij de rechter in Nederland. In een herziene procedure moet de veroordeelde worden gehoord, schriftelijk of mondeling, en heeft hij recht op bijstand van een advocaat. Uitspraken worden openbaar gemaakt. ‘Bij onze aanbeveling om een rechtelijke procedure op te tuigen is rekening gehouden met het andere perspectief,’ licht Van Noorloos toe. ‘Er speelt een terechte vrees dat je dan hele lange, tijdrovende procedures krijgt. Dat wil je ook voorkomen.’

De onderzoekers pleiten daarom voor een gespecialiseerde rechter. ‘Het aantal is eigenlijk te klein om te zeggen dat elke rechter in Nederland dit moet kunnen,’ zegt Ouwerkerk. ‘Maar alleen al een gespecialiseerde rechter die vanaf het begin kijkt naar zo'n VI-regeling, om te voorkomen dat iemand langer vastzit dan het vonnis in het land van veroordeling, brengt ons al een heel stuk verder.’

Hoe realistisch is verandering?

Van Noorloos verwacht geen grote politieke weerstand. ‘Ik denk dat men politiek heel goed aanvoelt: dit is niet alleen iets wat wij doen. Dit is wat landen met elkaar hebben afgesproken.’ Het Hof van Justitie heeft bovendien een aantal punten zo expliciet benoemd dat sommige aanpassingen onvermijdelijk zijn.

De vraag is hoe ver die aanpassingen gaan, met het grootste vraagteken bij de VI-regeling. Om het probleem van te lang vastzitten structureel op te lossen, zou de rechter al bij de aanvang van de strafovername moeten kunnen kijken en per geval beoordelen wanneer iemand in aanmerking komt voor vervroegde vrijlating. Maar zelfs een gedeeltelijke hervorming zou al een verbetering zijn ten opzichte van wat er nu is. ‘Alles wat daaraan zou gebeuren, zou al beter zijn dan wat het nu is,’ concludeert Ouwerkerk. ‘Want nu gebeurt er eigenlijk niets.’


Lees het volledige rapport van het onderzoek: Hervorming van strafovername.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.