Universiteit Leiden

nl en

Samen onderzoek doen: docent en student in actie

Geen tentamens, maar meewerken aan echt juridisch onderzoek. In het vak ‘Onderzoeksassistent’ doen student én docent samen nieuwe inzichten op. Clemens Bakker en Bart Krans delen hun ervaringen: ‘Je bent op een andere manier met recht bezig.’

Bart Krans en Clemens Bakker tijdens een seminar in het Paleis van Justitie in Den Haag.
Bart Krans en Clemens Bakker

Toen Clemens Bakker en Bart Krans voor het vak Onderzoeksassistent aan elkaar werden gekoppeld, was er meteen een klik. Als student was Bakker op zoek naar extra uitdaging en wilde hij ervaring opdoen met rechtswetenschappelijk onderzoek. Die kans kreeg hij door aan te sluiten bij een project van Krans, waarin hij werkt aan een boek over de Europeanisering van het nationale civiele procesrecht.

Wat houdt die Europeanisering precies in?

Krans: ‘Het Europese recht beïnvloedt het Nederlandse civiele procesrecht op veel verschillende fronten. Sommige juristen hebben hier al veel kennis van, maar deze invloed op het nationale procesrecht is vaak groter dan men op het eerste gezicht zou denken. Zo is het voor rechtbanken bijvoorbeeld ingrijpend dat ze delen van het Europees consumentenrecht ambtshalve moeten toepassen, zelfs in zaken waarin de consument zelf verstek laat gaan. Het vergt studie, zowel op Europees als op nationaal niveau, om het volledig te doorgronden.’

Wat maakt dat onderzoek interessant?

Krans: ‘De invloed van het Europese recht op het nationale procesrecht speelt al lange tijd, maar is ook bijzonder actueel. Door voortdurende ontwikkelingen in Europese regelgeving en rechtspraak werkt het Europese recht steeds verder door in het nationale procesrecht. Het onderwerp is daarmee niet alleen wetenschappelijk interessant, maar ook relevant voor de civiele rechtspraktijk.’

Bakker: ‘Het project maakte me nieuwsgierig naar de wisselwerking tussen nationaal en Europees recht, met name op procesrechtelijk gebied, wat voor mij nog nieuw was. Het is waardevol om hier nu al kennis van te hebben, want de invloed van Europa op nationale rechtssystemen zal naar verwachting alleen maar toenemen.’

Hoe zag dat onderzoek eruit?

Bakker: ‘Mijn werkzaamheden bestonden voornamelijk uit het analyseren van recente jurisprudentie van onder meer het Hof van Justitie van de Europese Unie en het verzamelen van relevante internationale literatuur.’

Krans: ‘Het onderzoek bestaat uit een verzameling van verschillende deelonderwerpen. Clemens heeft op een zeer zorgvuldige manier geholpen door een aantal van deze deelonderwerpen in kaart te brengen. Zo heeft hij zich bijvoorbeeld verdiept in de mate waarin Nederlandse rechters verwijzen naar uitspraken van rechters in andere landen. Ook bij taken op andere capita heeft Clemens zich enthousiast ingezet en was zijn bijdrage nuttig.’

Bakker: ‘Naast het grotere project heb ik ook geholpen bij meerdere incidentele klussen. Een daarvan was de voorbereiding van een seminar bij een Zuidas-kantoor waar professor Krans een bijdrage leverde over de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht. Ik onderzocht hoe deze wetswijziging in de eerste maanden werd toegepast in de jurisprudentie. Het seminar zelf was ook een leerzame ervaring: ik ontmoette een raadsheer van de Hoge Raad, sprak met advocaten van grote en kleinere kantoren en deed inzichten op die ik in mijn scriptie kon verwerken.’

Hoe kijken jullie terug op jullie samenwerking?

Bakker: ‘Bijzonder plezierig. Wat ik er vooral leuk aan vond, was dat we regelmatig samenkwamen om te overleggen, vaak tijdens een lunch hier op het KOG. Dan ging het natuurlijk over het werk, maar ook over andere onderwerpen. Zo hebben we bijvoorbeeld veel gesproken over promoveren, waar ik echt veel aan heb gehad. Op uitnodiging van professor Krans ben ik ook meegeweest naar een seminar voor promovendi op het vlak van het burgerlijk procesrecht. In een mooie zaal bij het gerechtshof Den Haag presenteerden promovendi uit Leiden en Gent hun onderzoek. Dat vond ik leuk om mee te maken, evenals de borrel en het diner na afloop.’

Krans: ‘Zeer positief. Ik probeer altijd begeleiding op maat te bieden, omdat dat per student verschilt. Clemens vond het plezierig om aan één grotere klus te werken en tussendoor aan kleinere taken. Dat werkte erg goed, ook omdat Clemens snel en gedegen werkte. Hij heeft bovendien een brede interesse en neemt graag initiatief om verschillende dingen op te pakken. Dat maakt de samenwerking zeer plezierig.’

Zouden jullie dit vak aan andere studenten of docenten aanraden?

Bakker: ‘Absoluut, het is ontzettend waardevol om op een andere manier in contact te staan met een professor dan alleen tijdens een college. Je leert er heel veel van. Inhoudelijk heeft het mij ook echt geholpen, omdat je op een andere manier met het recht bezig bent. Je moet veel analytischer door de jurisprudentie heen om te bepalen wat relevant is.’

Krans: ‘Ik zou het ook zeker aanraden. Het Honours College organiseert het goed en je werkt met gemotiveerde studenten die net dat beetje extra willen doen. Dat alleen al maakt het waardevol.’

Over dit vak

Het vak Onderzoeksassistent is vak voor derdejaars studenten van het Honours College Law. Zij kunnen zich twee keer per jaar inschrijven voor een onderzoeksproject van een docent aan de faculteit. Zo ervaren zij hoe onderzoek in de praktijk in zijn werk gaat. Tegelijk krijgt de docent ondersteuning en een frisse blik bij het onderzoek. 

Ben je docent en ben je nieuwsgierig naar de mogelijkheden om samen te werken met het HC Law? Neem contact op via honours@law.leidenuniv.nl.

Ben je student en wil je weten wat het Honours College voor jou kan betekenen? Neem een kijkje op onze website!

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.