Universiteit Leiden

nl en
Medewerkerswebsite Sociale Wetenschappen

Interview CvB: ‘Vertrouwen is een cruciale graadmeter’

Sinds half januari dit jaar geeft een vernieuwd College van Bestuur richting aan de Universiteit Leiden. Wat zijn hun indrukken en hun plannen? Het tweede deel van een kennismaking.

CvB-voorzitter Luc Sels, eerder rector van de KU Leuven, en Belg van nationaliteit, is zowel nieuwkomer in Leiden als in het land. Rector Sarah de Rijcke kent de universiteit goed, maar vanuit andere rollen: ze werkt al meer dan vijftien jaar in Leiden, als onderzoeker, Wetenschappelijk Directeur van het CWTS en decaan van de Faculteit Sociale Wetenschappen. Timo Kos was bestuurder van hogeschool Saxion en directeur onderwijs en studentzaken aan de TU Delft en is inmiddels ruim een jaar vicevoorzitter in het CvB. Als drietal vormen ze nu bijna vijf maanden als ons nieuwe College van Bestuur.

Luc, Sarah en Timo hebben de afgelopen maanden kennisgemaakt met veel medewerkers, studenten en onderdelen van de universiteit. Ze vinden het belangrijk zichtbaar en aanspreekbaar te zijn en het gesprek aan te gaan met de universitaire gemeenschap.

Wat hebben jullie in de eerste maanden geleerd van medewerkers en studenten dat jullie kijk op de universiteit heeft veranderd of verdiept?

Luc: ‘Zoals ik al aangaf: mijn beeld van een sterke Leidse universiteit wordt keer op keer bevestigd… Maar we zijn er te bescheiden over en kunnen dit wel beter uitdragen.’

Sarah wordt blij van de studenten: ‘Wat ik ontzettend leuk vind aan de baan van rector is het contact met studenten. Bijvoorbeeld de assessoren: wat een geweldige club betrokken studenten zeg. Ik zie ze regelmatig en dan bereiden ze onderwerpen in detail voor die we dan samen bespreken. Zoals bijvoorbeeld hun aanbevelingen over de rol van AI in het onderwijs, maar ook over hoe we de doorstroom naar onze masteropleidingen beter kunnen organiseren. Verder valt me enorm op hoe divers Leiden in de praktijk is. Ik bezoek veel faculteiten en dan zie je de volle rijkdom van al die verschillende disciplines, maar ook verschillende manieren van werken, en al die mooie manieren waarop mensen zich met de samenleving verbinden. Een geweldig breed en kleurrijk palet. Dat maakt dit werk zo mooi om te doen.’

Timo: ‘De passie en trots van collega’s dat ze voor deze mooie universiteit werken. Dit geldt ook voor vrijwel alle collega’s in de ondersteuning die ik het afgelopen jaar heb ontmoet. Zij zetten zich dagelijks in om vanuit hun professie maximale kwaliteit te leveren en dat ook nog eens zo efficiënt mogelijk te doen, zodat er zoveel mogelijk middelen naar onderwijs en onderzoek gaan. Juist die betrokkenheid van medewerkers is van cruciaal belang om dingen in deze soms complexe organisatie voor elkaar te krijgen.’

Als we over vier jaar terugkijken: wat zouden jullie dan graag bereikt willen hebben en wat merken onze medewerkers en studenten daarvan?

Luc: ‘Als ik één wens mag uitspreken, dan is het dat mensen met vertrouwen naar hun universiteit kijken. Vertrouwen tussen collega’s, vertrouwen in hun leidinggevenden, vertrouwen in wie bestuurt. Dat is minder tastbaar dan een nieuw gebouw of een nieuwe opleiding, maar voor mij is het een cruciale graadmeter. Als medewerkers en studenten voelen dat er naar hen geluisterd wordt en dat er tegelijkertijd kordaat en doordacht beslist wordt, ontstaat er rust en vertrouwen.

Ik zou ons ook graag toewensen dat het gesprek dan minder gaat over wat onder druk staat en meer over wat mogelijk wordt. De afgelopen jaren zijn in Nederland vaak getekend door onzekerheid, bezuinigingen en beperkingen. Maar een universiteit floreert pas echt als ze vanuit ambitie kan denken. Daarom zullen we ook buiten onze eigen muren een actieve rol moeten spelen: in Den Haag, Brussel, het publieke debat. We moeten blijven uitleggen waarom sterke universiteiten van vitaal belang zijn voor de samenleving, voldoende en stabiele financiering essentieel is en we ruimte moeten behouden om een eigen koers uit te zetten.

Daarnaast zou ik graag zien dat de complementariteit tussen onze campussen in Leiden en Den Haag nog zichtbaarder en vanzelfsprekender wordt. Maar ook dat we tegen dan nog sterker verankerd zijn in de ecosystemen rondom ons, van het Leiden Bio Science Park tot de partners in Leiden en Den Haag.  

En tenslotte hoop ik dat we tegen dan nog sterker geloven in de kracht van onze volledige academische breedte. De grote vraagstukken van onze tijd vragen om uitmuntende disciplines, maar ook om samenwerking tussen disciplines. We kunnen nog beter beseffen hoe archeologie, geesteswetenschappen, sociale wetenschappen, recht, geneeskunde en de natuurwetenschappen elkaar wederzijds versterken. Juist die combinatie maakt een universiteit als Leiden uniek.’

Sarah: ‘Als medewerkers en studenten over vier jaar zeggen: ik weet waar deze universiteit voor staat, ik herken mijzelf in de keuzes die worden gemaakt, en ik ervaar dat mijn bijdrage ertoe doet, dan hebben we iets wezenlijks bereikt. Voor onze profilering hoop ik bijvoorbeeld dat een aantal van de thema’s zijn uitgegroeid tot actieve interdisciplinaire gemeenschappen waar mensen uit verschillende faculteiten elkaar versterken, aan hetzelfde vraagstuk werken, en die partners buiten de universiteit weten te vinden. Het zou geweldig zijn als het tegen die tijd vanzelfsprekend is dat iemand in Leiden zegt: “Ik werk aan geopolitiek en veiligheidsrecht” of “Ik werk aan regeneratieve geneeskunde en ongelijkheid” en dat daar onmiddellijk een herkenbare Leidse smoel bij hoort.

Ik zie ook graag dat Academia in Motion overal in de organisatie leeft, en ook wordt geïmplementeerd. Dat promovendi die uitstekend onderwijs geven, of docenten die tijd steken in samenwerking en team science, of onderzoekers die data en code open beschikbaar maken, kunnen zeggen dat deze werkzaamheden gelijkwaardig meetellen. We hebben een duidelijk kompas en ook steeds meer “good practices”. Het LUMC heeft bijvoorbeeld een inspirerend nieuw PhD thesis framework, en alle faculteiten zijn hun loopbaanbeleid aan het herzien. De uitdaging is nu om het overal in de praktijk te brengen.’

Timo: ‘Ik zou willen bereiken dat de kwaliteit van ons brede onderwijs- en onderzoeksaanbod nog altijd van wereldniveau is en de maatschappelijke waarde ervan voor de bredere samenleving wordt gezien. En dat we op het gebied van onderwijs en onderzoek van een volger een koploper zijn geworden op thema’s als Digitale Autonomie en AI. Er gebeurt waanzinnig veel. Ook al blijft ook dat soms diep in de organisatie, en daar moeten we wat aan doen. Ik zou ook over vier jaar willen zeggen dat onze medewerkers en studenten voluit kunnen werken met een betrouwbare, veilige en eigentijdse digitale infrastructuur, en dat we in Europa een herkenbare stem hebben in het debat over digitale soevereiniteit en publieke waarden. Dat raakt direct aan onze academische vrijheid en onze onafhankelijkheid als instelling.’

Tot slot: welk aspect van onze universiteit geeft jullie het meeste vertrouwen voor de toekomst?

Luc: ‘Ik ben nog niet zo lang hier, maar de bereidheid van zoveel collega’s om verantwoordelijkheid te nemen voor het geheel heeft me bijzonder getroffen. Dat zie ik bijvoorbeeld in de samenwerking tussen onze decanen. Wat mij vertrouwen geeft, is dat er binnen die groep een sterk besef leeft dat het succes van één faculteit uiteindelijk verbonden is met het succes van de universiteit als geheel. Er wordt stevig gediscussieerd, zoals het hoort aan een universiteit, maar er is ook een grote bereidheid om samen verantwoordelijkheid te dragen. Als diezelfde geest van samenwerking zich vertaalt naar faculteitsbesturen, instituten, opleidingen en onderzoeksgroepen, dan worden de schouders onder deze universiteit erg breed. Dat is uiteindelijk wat mij het meeste vertrouwen geeft: de kracht van een gemeenschap die bereid is samen vooruit te gaan.’

Sarah: ‘De mensen. Onze universiteit heeft medewerkers en studenten die extreem betrokken zijn bij hun werk, die vaak meer doen dan strikt gevraagd wordt, en die bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor onderwijs, onderzoek en maatschappelijke verbinding. De ambitie die er altijd is, geeft veel vertrouwen. Die combinatie van inhoudelijke nieuwsgierigheid en betrokkenheid is een enorme kracht. Nu opletten dat we mensen niet overvragen. Prioriteren en focus aanbrengen is ook daarom belangrijk.’

Timo: ‘Absoluut de mensen. De individuele contacten met medewerkers zijn echt uitstekend. Het is heel fijn samenwerken, en dat geeft mij veel vertrouwen in de toekomst. Ik zie dat mensen hier bereid zijn om over de grenzen van hun eigen afdeling of faculteit heen te kijken. Op het moment dat die samenwerking structureel beter lukt – en daar werken we hard aan – komt er enorm veel energie vrij.’

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.