Quentin Bourgeois wordt hoogleraar Europese Prehistorie
Archeoloog Quentin Bourgeois wordt per 1 september 2026 benoemd tot hoogleraar Europese Prehistorie. In zijn onderzoek richt hij zich op grote culturele verschijningen die zich in de prehistorie over enorme delen van Europa verspreidden.
Pan-Europese ontwikkelingen
'In mijn onderzoek heb ik me altijd geconcentreerd op grote culturele ontwikkelingen die het landschap van Europa als het ware hebben herschreven', vertelt Bourgeois. 'Één van de meest fascinerende fenomenen is de opkomst van de Corded Ware en Bell Beaker cultuur in het 3de Millennium voor Christus. Plots worden mensen over enorme afstanden op dezelfde manier begraven en vinden we quasi identieke graven langs de oevers van de Wolga of de Rijn. Hoe kan dit eigenlijk zo ontstaan in een tijd voor moderne communicatiemiddelen, of zelfs het schrift? En dit soort grootschalige culturele fenomenen zien we meerdere keren door de prehistorie heen, met bijvoorbeeld de verspreiding van de landbouw, het opwerpen van grafheuvels, en de urnenveldencultuur.’
'Rond 1000 voor Christus zie je urnenvelden opkomen in een gebied dat zich uitstrekt van Italië tot Denemarken en van Polen tot Engeland. Over gigantische afstanden gaan mensen op een vergelijkbare manier om met hun doden. Hoe ontstaan zulke patronen en hoe blijven ze bestaan?'
Generaties
Volgens Bourgeois biedt archeologie een unieke mogelijkheid om dit soort vragen te onderzoeken. Met behulp van grootschalige databases, radiokoolstofdateringen en landschapsreconstructies wil hij culturele ontwikkelingen over lange tijdsperiodes bestuderen. 'Wij kijken tegenwoordig vaak naar fenomenen door een heel korte tijdslens. In de archeologie kunnen we juist onderzoeken hoe fenomenen ontstaan die generaties lang voortduren.'
Een belangrijk doel van zijn leerstoel is om Nederlandse archeologische vondsten sterker te verbinden met internationale onderzoeksvragen. Nieuwe opgravingen en DNA-onderzoek laten volgens Bourgeois zien dat de Lage Landen daarin een bijzondere rol speelden. 'Recent onderzoek wijst erop dat deze regio in de prehistorie een unieke positie innam. Dankzij samenwerkingen met opgravingsbedrijven in Nederland hebben we data kunnen verzamelen die deze discussies naar een hoger niveau tillen.'
Succesvolle culturele fenomenen
Een kernpunt in Bourgeois’ aanpak is dat niet het object op zichzelf centraal staat, maar vooral wat mensen ermee deden. Daarmee bouwt hij voort op het werk van zijn in 2024 overleden collega David Fontijn, die liet zien dat archeologische vondsten vooral betekenis krijgen wanneer we kijken naar de handelingen en ideeën erachter. 'Je kunt kijken naar een bronzen zwaard als object, maar het wordt pas echt interessant als je onderzoekt wat mensen ermee deden. Mensen hebben misschien wel dezelfde objecten, maar krijgen deze ook dezelfde betekenis? Dat is iets wat we kunnen reconstrueren uit hoe zo’n object behandeld werd, en dat vertelt ons dan weer iets over welke handelingen breed gedeeld werden, en onderdeel waren van pan-Europese verschijnselen.'
Met zijn onderzoek wil Bourgeois achterhalen onder welke omstandigheden ideeën, handelingen en materiële vormen uitgroeien tot fenomenen die over grote delen van Europa herkenbaar worden. ‘Dat betekent niet dat zo’n fenomeen inherent beter of sterker is. De vraag is juist waarom sommige manieren van doen op uiteenlopende plekken worden overgenomen, aangepast en doorgegeven, terwijl andere veel lokaler blijven.’