Suïcidepreventie
Als medewerker kun je geconfronteerd worden met signalen van suïcidaliteit bij een student, of – in uitzonderlijke gevallen – met een suïcide(poging). Dit zijn ingrijpende situaties waarbij het belangrijk is dat je weet wat je kunt doen en waar je ondersteuning kunt vinden.
Hulpmiddelen voor preventie
Er zijn hulpmiddelen voor zelfmoordpreventie beschikbaar die je kunnen ondersteunen bij het herkennen en bespreekbaar maken van zorgen over (mogelijke) suïcidaliteit, zoals:
• de signaleringskaart
• de handreiking ‘Omgaan met signalen omtrent suïcide bij studenten’
• de 113-gesprekskaart
Deze materialen helpen je om het gesprek aan te gaan, grenzen te bewaken en waar nodig door te verwijzen naar passende hulp. Je hoeft het hierbij niet ‘perfect’ te doen: aandacht, betrokkenheid en het durven aangaan van het gesprek maken al verschil. Daarnaast helpen de materialen je met de vraag wie je in welke situatie het beste in kunt schakelen.
Trainingen voor preventie
De laagdrempelige ‘Vraag maar’- training van 113, is een gratis webinar en geschikt voor iedereen die wil weten hoe je het gesprek aangaat met iemand waar je je zorgen over maakt.
Meer verdieping biedt de fysieke suïcidepreventie training van 113. Deze duurt een dagdeel. De universiteit biedt deze training van 113 gratis aan. De 113 training helpt je om goed voorbereid te zijn en je handelingsbekwaam te voelen bij zorgen om en signalen van suïcide.
Bekijk de cursusplanning voor alle trainingen.
Handelswijze na een (poging tot) zelfdoding
Een situatie waarbij een (poging tot) zelfdoding heeft plaatsgevonden is zeer ingrijpend voor alle betrokkenen. Daarbij vragen veel zaken tegelijkertijd om aandacht en handelingen.
Binnen de universiteit zijn daarom protocollen voor postventie (ondersteuning en nazorg) beschikbaar: ‘Handelen na een suïcide’ en ‘Handelen na een poging tot suïcide’.
Deze beschrijven stap voor stap welke acties nodig zijn en wie, waarvoor verantwoordelijk is. De coördinatie hiervan ligt bij het decentrale crisisteam (DCT).