Vice-decaan Jeroen Touwen over AI en onderwijs: Denkwerk moet niet worden uitbesteed
Een van de hete hangijzers in het academisch onderwijs is de komst van Generatieve AI (GenAI). Vice-decaan Jeroen Touwen laat zijn gedachten gaan over het toekomstige effect van de grote taalmodellen op onderwijs en toetsing.
Hoe wordt er in de Faculteit Geesteswetenschappen aangekeken tegen GenAI?
In onze ‘talige’ faculteit wordt veel belang gehecht aan het geschreven werkstuk. GenAI en Large Language Models (LLM’s) veroorzaken daarom bij ons meer consternatie dan elders. De docenten en onderzoekers uit de Expertgroep AI hebben daar dit voorjaar onder begeleiding van Maarten Bergwerff en Ferdinand Harmsen veel over nagedacht en gediscussieerd. Zij zijn tot twee hoofdvragen gekomen: Hoe gaan we in de toekomst toetsen wat we van oudsher met een werkstuk of essay wilden toetsen? En: leren onze studenten straks nog wel kritisch zelfstandig nadenken en goed formuleren?
Dat laatste klinkt alsof de geesteswetenschappelijke kern van het onderwijs onder druk staat.
Ik hoor FGW-collega’s wel eens zeggen: sinds de komst van de taalmodellen zullen we onze leerdoelen moeten herzien. De computer kan immers helder voor je schrijven en formuleren. Dat is een verkeerde insteek. Ten eerste: we moeten studenten nog altijd leren om de juiste vragen te stellen. Ten tweede: voor het stellen van de juiste vragen is kennis nodig. Ten derde: we moeten ons wapenen tegen desinformatie, fouten en hallucinaties die de GenAI produceert. Het is absoluut essentieel dat de toekomstige academici op basis van kennis, inzicht en met name kritische vaardigheden hun bijdrage leveren aan de informatiesamenleving.
Kun je dat toelichten?
Het denkwerk moet niet worden uitbesteed aan GenAI. We willen immers dat studenten vakoverstijgende en conceptuele vaardigheden uit de vakspecialisatie verwerven, zoals kritisch nadenken en zelfstandig analyseren. Daarvoor is het bijvoorbeeld nodig dat studenten worstelen met vraagstukken op een abstract conceptueel niveau.
Wat anders wordt dan vroeger is dat studenten dit niet meer leren door zelfstandig werkstukken te schrijven. Daarom pleit ik voor een reflectie op de manier waarop we doceren en toetsen om onze eindkwalificaties te bereiken. Dat betekent: sommige dingen moeten meer in de klas, andere kunnen vaker thuis.
Hoe ziet dat er in de praktijk uit?
We moeten ervoor zorgen dat de risico’s van AI aandacht krijgen in de colleges. Dit komt onder andere aan de orde in het nieuwe kerncurriculumvak. Ik kan me daarnaast ook voorstellen dat een docent de opdracht geeft om met pen en papier, zonder digitale hulpmiddelen, een probleemstelling met subvragen of een hypothese op te schrijven. De resultaten kunnen tijdens het college besproken worden aan de hand van peer review, waarbij studenten elkaars notities becommentariëren. Door hier een cijfer of een pass/fail aan te verbinden, maak je duidelijk dat zelfstandig nadenken een serieus onderdeel van het vak is. Sommige docenten kiezen ervoor om de laptops tijdens collegereeks helemaal in de tas te laten, en studenten reageren daar positief op.
Tegelijkertijd kun je AI ook gebruiken om het leerproces te versterken. Een docent kan een chatbot zo inrichten dat deze op basis van de collegestof de student uitdaagt om de goede vragen te stellen. Zo’n bot geeft de juiste feedback en vraagt stevig door, een beetje zoals je oudere broer, je moeder of je huisgenoot dat vroeger deed. Probeer de Overhoorbot Sophie maar eens, of de History Research Guide (zie verder hier). Leiden ontwikkelt speciaal hiervoor het platform LUCA (in een beveiligde omgeving).
Hoe kunnen we ervoor zorgen dat studenten de GenAI ook buiten colleges goed gebruiken?
Je kunt studenten vragen een ‘logboek’ of ‘conversation history’ als bijlage bij hun essay in te leveren waarin de discussie met de chatbot is opgenomen. Feedback hierop geven helpt om te reflecteren op de waarde van AI. Als studenten meerdere versies van een scriptie inleveren, kun je aan de ontstaansgeschiedenis zien hoe hun denkproces zich heeft gevormd.
Dus het toetsen moet in de toekomst anders?
We zijn veel bezig met best practices voor AI-proof toetsen: de oplossingen daarvoor worden op de ECOLe-website gedeeld. Daarnaast hebben we de richtlijnen voor toetsing herzien. Niet alles hoeft te veranderen: een tentamen in ANS staat nog steeds als een huis.
Kunnen we het gebruik van AI niet gewoon verbieden?
Met verbieden bereid je studenten niet goed voor op hun professionele leven. Of ze nu een baan buiten de universiteit of in het wetenschappelijk onderzoek nastreven, ze moeten leren omgaan met AI.
Vind je het niet kwalijk dat de grote datacentra zoveel energie en water gebruiken?
Dat is een zorgwekkend aspect van de AI-revolutie. In de nieuwe facultaire richtlijnen komt te staan dat we ernaar streven om aandacht en alternatieven te hebben voor studenten met gewetensbezwaren. En het wordt voor docenten geen verplichting om AI toe te passen in hun onderwijs.
Zie ook: ECOLe: AI in het onderwijs