Universiteit Leiden

nl en
Medewerkerswebsite ICT Shared Service Centre

Even voorstellen: Anna-Luna Post

Anna-Luna Post werkt sinds oktober 2025 als VENI-onderzoeker bij het team Nederlandse en Koloniale Geschiedenis. Ze is begonnen aan haar project ‘(Un)Sustainable Expertise: Navigating Environmental Policy and Public Trust in the Dutch Republic (1600-1800)’. Hieronder stelt ze zich voor.

Misschien hebben we elkaar al ontmoet, op de gang of bij een seminar. Zo niet, kom dan vooral even hoi zeggen: ik zit naast de koffieruimte op de 1e verdieping bij het Huizinga.

Ik ben in 2020 gepromoveerd op een proefschrift over de bekendheid en geloofwaardigheid van Galileo Galilei. Daarin laat ik zien hoe Galileo’s roem in zijn eigen tijd gevormd werd door voor- en tegenstanders, en dat zijn bekendheid hem voor- en nadelen opleverde. Waar sommige tijdgenoten de aandacht die hij kreeg van het grote publiek als iets positiefs opvatten, zagen anderen het juist als een teken van zijn onbetrouwbaarheid, ijdelheid, en trots.

Na mijn promotie heb ik eerst een jaar als docent aan de Universiteit van Amsterdam gewerkt. Daarna kon ik met een Niels Stensen Fellowship en een NWO-Rubiconbeurs drie jaar naar het buitenland: eerst naar Los Angeles, daarna nog twee jaar naar Cambridge. Hier kon ik mijn proefschrift omschrijven tot een boek, dat recent is verschenen als Galileo’s Fame, en nieuw onderzoek opzetten.

Dat nieuwe onderzoek richtte zich op de geschiedenis van zeventiende-eeuwse polderprojecten. Daarbij wordt nieuwe kennis ingezet voor commercieel gewin, en ik was benieuwd of dit zou leiden tot frustratie die zich ook richtte op de experts die bij de landaanwinning betrokken waren. De investeerders beriepen zich bij het legitimeren van hun projecten namelijk steeds op het algemeen belang, maar verschillende partijen (bijvoorbeeld steden, boeren, vissers) zaten helemaal niet te wachten op hun plannen: zij waren vaak juist afhankelijk van het water waar investeerders land van wilden maken.

Op basis van onderzoek naar soortgelijke projecten in Engeland en Frankrijk verwachtte ik dat zij zich tegen de investeerders én tegen de ingenieurs en landmeters die bij de projecten betrokken waren zouden richten. Maar dat bleek eigenlijk wel mee te vallen. Wat wel gebeurde was dat de tegenstanders van droogleggingen óók gingen samenwerken met experts als ingenieurs en landmeters, juist om weerstand te bieden aan de plannen van investeerders.

Dat vond ik interessant, maar het riep ook nieuwe vragen op. Want wat gebeurt er als verschillende partijen gebruik gaan maken van het advies van verschillende experts? Wanneer wordt er wel, en juist niet naar experts geluisterd? Wie wordt er eigenlijk als expert gezien, en hoe veranderde dat in de loop der tijd? Maar ook: wat doet het met het vertrouwen in expertise als overheden ieder hun eigen adviseur naar voren schuiven, en de geloofwaardigheid van de andere partij misschien wel proberen te ondermijnen?

Dat zijn vragen waar ik me de komende tijd mee bezig ga houden. Ik wil specifiek kijken naar drie onderwerpen waarin veel gebruik wordt gemaakt van advies van deskundigen: waterbeheer, epidemieën, en landbouw. Dat zijn ook gebieden die nauw met elkaar verbonden zijn, én waarin overheden op lokaal, regionaal en nationaal niveau vaak met elkaar moesten samenwerken.


In dit onderzoek komen eigenlijk een paar lijntjes uit mijn eerdere projecten samen: mijn interesse in vertrouwen in wetenschap en de geloofwaardigheid van individuele wetenschappers enerzijds, en voor hoe de natuurlijke omgeving in Nederland gevormd is door verschillende partijen anderzijds.

Leiden is echt de ideale plek voor dit onderzoek. Er is een sterke interesse in wetenschaps- en kennisgeschiedenis, en natuurlijk een heel sterke traditie op het gebied van de Nederlandse politieke cultuur. Ik kijk er dan ook erg naar uit om hier de komende jaren aan de slag te gaan!

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.