Wat kunnen universiteiten leren van hun banden met de tabaksindustrie?
Onderzoekers van de Universiteit Leiden en onderzoeksinstituut Solid Sustainability Research hebben een nieuwe studie gepubliceerd in PLOS Climate over de banden tussen Nederlandse universiteiten en de tabaksindustrie. Met dit onderzoek willen zij bijdragen aan de discussie rondom vergelijkbare universitaire banden met de fossiele brandstofindustrie.
De studie had aanvankelijk als doel lessen te trekken uit het beleid van Nederlandse universiteiten ten aanzien van samenwerkingen met de tabaksindustrie, vanuit de verwachting dat wetenschappelijke instellingen een voortrekkersrol zouden spelen op het gebied van tabaksontmoediging. De onderzoekers constateerden echter dat, ondanks de breed gedeelde opvatting dat samenwerking met de tabaksindustrie ‘ongepast’ is, expliciet beleid hierover grotendeels ontbreekt. Daarnaast ontdekten ze dat er in de afgelopen twee decennia verschillende banden tussen Nederlandse universiteiten en de tabaksindustrie zijn blijven bestaan.
Universiteiten nemen geen voortouw
Ook hadden de onderzoekers verwacht dat universiteiten een voortrekkersrol zouden spelen in de bestrijding van tabaksgebruik, aangezien academisch onderzoek juist de eerste inzichten opleverde in de schadelijkheid ervan. In de praktijk bleek echter dat universiteiten vooral de publieke opinie volgden, in plaats van deze te sturen. Een klein aantal onderzoekers en medische professionals probeerden actief het bredere publiek te bereiken.
-
Een Shell-advertentie uit 2024 waarin wordt gesuggereerd dat het onderzoek naar biobrandstoffen leidt tot een fabriek waar biobrandstof wordt geproduceerd voor schoner reizen. -
De bouw van de biobrandstoffenfabriek waarnaar in de advertentie wordt verwezen, is in september 2025 afgeblazen.
Rechtvaardigen ondanks gezondheidsgevaar
Net als de tabaksindustrie, heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de fossiele brandstofindustrie aangemerkt als een belangrijke factor in de wereldwijde toename van niet-overdraagbare ziekten, zoals hart- en vaatziekten, kanker en diabetes. Toch blijven veel universiteiten samenwerkingen met deze sector rechtvaardigen, bijvoorbeeld wanneer deze worden gekoppeld aan de energietransitie. Ook wordt de fossiele brandstofsector nog vaak gezien als een belangrijke stakeholder bij het vormgeven van het Nederlandse klimaatbeleid.
Academici lijken zich nog onvoldoende bewust van gevaar
Veel onderzoekers zijn zich nog onvoldoende bewust van de manieren waarop bedrijven uit deze sectoren academische samenwerkingen gebruiken om beleidsmaatregelen te vertragen en de publieke opinie te beïnvloeden. Beide sectoren hanteren vergelijkbare strategieën, zoals het zaaien van twijfel en het verwerven van legitimiteit door aansluiting te zoeken bij de academische wereld. Verder sturen ze wetenschappelijk onderzoek en gebruiken dit om technologische ‘oplossingen’ te promoten die hun bedrijfsmodellen in stand houden (zoals e-sigaretten en blauwe waterstof). Ook spelen ze in op jongeren, bijvoorbeeld via donaties aan studentenverenigingen.
Complexiteit fossiele brandstof
De onderzoekers erkennen dat er ook belangrijke verschillen bestaan tussen de tabaks- en fossielebrandstofsector, met uitzondering van „luxe-uitstoot“ – zoals vliegreizen voor vakanties of het gebruik van SUV’s – zijn fossiele brandstoffen verweven met andere delen van de economie en daardoor moeilijk uit te faseren. Desondanks pleiten zij ervoor dat universiteiten, onderzoeksfinanciers, wetenschappelijke tijdschriften en medische professionals hun banden met beiden sectoren kritisch onder de loep nemen, gezien de enorme impact op volksgezondheid en milieu.
Wat levert het de universiteiten op?
Juist nu Nederlandse universiteiten hun beleid rond externe samenwerkingen aanscherpen door druk van studenten, medewerkers en de maatschappij, ligt er een kans om de omgang met verschillende commerciële sectoren te gelijk te trekken en nu wel een leidende rol te spelen in klimaatactie. Zo kunnen universiteiten hun academische integriteit versterken, belangenconflicten beperken en onderzoeksactiviteiten beter afstemmen op doelen rond volksgezondheid en duurzaamheid.
Meer draagvlak na toepassen beleid
Ervaringen uit de praktijk laten zien dat steun voor beleid vaak toeneemt na invoering. Zo groeide het draagvlak voor een rookverbod nadat deze in gebouwen was ingevoerd. Een vergelijkbare verschuiving vond plaats aan de VU Amsterdam, nadat de banden met de fossiele brandstofindustrie werden beëindigd.
De boodschap aan universiteiten is dus helder: neem initiatief. Hoe dat er uit kan zien is helder geformuleerd aan de hand van een aantal aanbevelingen die hieronder te vinden zijn.
8 aanbevelingen
- Stimuleer beroepsorganisaties, goede doelen en zorgprofessionals om zich uit te spreken over de gezondheidsrisico’s van fossiele brandstoffen en te pleiten voor een consistente benadering van gezondheidschadelijke industrieën binnen de academische wereld en het beleid.
- Pleit voor een WHO-kaderverdrag voor de regulering van fossiele brandstoffen, waarin het belangenconflict van de fossiele industrie op het gebied van volksgezondheid en klimaatbeleid expliciet wordt erkend, en waarin een verbod op lobbyen en reclame wordt opgenomen.
- Vergroot de transparantie over banden tussen de academische wereld en de industrie, inclusief zowel directe als indirecte financiering, om weloverwogen besluitvorming te bevorderen.
- Moedig wetenschappelijke tijdschriften en onderzoeksfinanciers aan om beleid te ontwikkelen rond de betrokkenheid van de fossiele industrie, naar voorbeeld van de maatregelen die zijn ingevoerd door zogenoemde ‘tabaksvrije’ tijdschriften en financiers.
- Informeer en onderwijs onderzoekers en studenten over de strategieën van de industrie om regelgeving en beleidsverandering te vertragen, bijvoorbeeld door dit op te nemen in verplichte ethiektrainingen.
- Bouw de invloed van de fossiele industrie op de totstandkoming van onderzoeksagenda’s, onderzoeksconsortia en publieke financieringsprogramma’s geleidelijk af.
- Evalueer nieuwe samenwerkingen met de fossiele industrie kritisch, met name op het gebied van energietransitie en duurzaamheidsprojecten, om belangenconflicten te voorkomen.
- Wijs een onafhankelijke instantie aan die toezicht houdt op en onderzoek doet naar de strategieën van de industrie, zodat academisch beleid in lijn blijft met doelstellingen op het gebied van volksgezondheid en klimaat.