Universiteit Leiden

nl en
Medewerkerswebsite Vastgoed

Taskforce geeft advies om onderwijs beter te vertegenwoordigen

Hoe kan de stem van het onderwijs beter vertegenwoordigd worden in de faculteit? In opdracht van het Faculteitsbestuur boog de Taskforce Sturing en Organisatie Onderwijs zich de afgelopen maanden over die vraag. Nu ligt er een uitgewerkt advies. Vice-decaan en opdrachtgever Jos Schaeken en Onderwijsdirecteur van LUCAS en taskforcelid Esther Op de Beek lichten toe.

De afgelopen jaren stond het onderwijs in de faculteit onder druk. Door financiële tekorten dreigden verschillende opleidingen te sneuvelen én werden structurele weeffouten in de organisatie duidelijk. ‘We halen het grootste deel van onze inkomsten uit het onderwijs, maar op opleidingsoverstijgend niveau is de onderwijsvertegenwoordiging onvoldoende belegd’, vertelt Op de Beek.

‘In de huidige situatie hebben we vice-decanen die het onderwijs als geheel overzien. Zij denken in een  vrij geïsoleerde positie beleid uit, dat vervolgens wordt voorgelegd aan alle opleidingsvoorzitters in een heel groot overleg. Die opleidingsvoorzitters zijn verantwoordelijk voor de kwaliteit en inhoud van hun eigen programma, maar zijn niet altijd op de hoogte van budgetten of de kosten van vakken. Dat maakt het lastig om mee te denken over vragen als: bij hoeveel cursussen in een programma zijn werkgroepen te bekostigen? Tegelijk is het niet wenselijk dat instituten bezuinigingsmaatregelen nemen op onderwijs zonder daarover met hen in gesprek te gaan. Toen de faculteit financieel onder druk stond, kwam dat aan het licht en heeft een kerngroep van opleidingsvoorzitters zich georganiseerd om dat tussenniveau te gaan behartigen. De taskforce heeft nu een overlegstructuur uitgewerkt die dat initiatief formaliseert.’

Matrixstructuur

Daarbij is het niet de bedoeling wijzigingen aan te brengen in de matrixstructuur van de faculteit, die personeel en financiën bij instituten belegt en de kwaliteit en de inhoud van onderwijs bij opleidingen. Schaeken: ‘We hadden ook opdracht kunnen geven om een organisatiestructuur buiten de matrix te maken, waarin de relatie tussen instituten en opleidingen eenduidig wordt en de rollen en verantwoordelijkheden van vice-decaan, onderwijsdirecteur en opleidingsvoorzitter helderder worden, maar we zitten in een periode waarin we net een reorganisatie hebben afgewend. De matrixstructuur aanpakken zou waarschijnlijk een formele reorganisatie betekenen. Daarbij zouden weliswaar geen gedwongen ontslagen vallen, maar iedereen zou een ander plekje in de organisatie krijgen, inclusief bijvoorbeeld wisselingen van leidinggevende. Dat is op dit moment niet de keuze van het FB.’

Clustering

Vooralsnog ligt de nadruk van het advies dus op een verandering van de overlegcultuur. Om de stem van het onderwijs beter te laten horen, zouden ook verschillende commissies, zoals examencommissies, moeten worden geclusterd. Ook wordt een facultair onderwijsberaad (afgekort: het FOWB) ingesteld, waarin negen ‘clustervertegenwoordigers’ plaatsnemen naast een onderwijsdirecteur, de hoofden van OSZ en BAS, en de assessor. De clustervertegenwoordigers zullen verschillende opleidingen vertegenwoordigen.  Op de Beek: ‘In zo’n klein overleg kun je goed verschillende belangen inbrengen; faculteitsbrede onderwijsdossiers (zoals AI), beschikbaarheid van personeel en financiën, inclusief die van OSZ, en de koppeling met de onderzoeksprofielen van de instituten. Tegelijkertijd kunnen de clustervertegenwoordigers ook de mensen die nu misschien minder worden gehoord een stem geven.’

Snel aan de slag

Wanneer de adviezen van de taskforce in mei inderdaad worden aangenomen, kunnen ze als het aan Schaeken ligt snel in de praktijk worden gebracht. ‘Hopelijk kan dan meteen een uitvraag plaatsvinden naar clustervertegenwoordigers. We streven naar een zo evenwichtig mogelijk gezelschap, met een goede balans in de samenstelling wat betreft gender, ervaring en andere kenmerken, die samen een goede afspiegeling van alle opleidingen vormen. De taskforce heeft bovendien in gesprekken met opleidingsvoorzitters gemerkt dat het verschil uitmaakt – zowel voor de feitelijke representatie als de ervaring daarvan – of je opleiding bij één instituut hoort of door verschillende instituten gedeeld wordt. Omdat er al veel is voorbereid door de taskforce, hopen we per 1 september van start te kunnen. Ik zie uit naar de startbijeenkomst van het FOWB in september. Esther zal daar helaas niet meer bij zijn want ze stapt binnenkort over naar de VU, waar ze tot hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde is benoemd. Een geweldige stap die we haar als FB enorm gunnen.’ 

De taskforce bestond uit: Egbert Fortuin (voorzitter), Aya Ezawa, Casper de Jonge, Renée Joosse (tevens secretaris), Jaap Kamphuis, Joëlle Koning, Esther Op de Beek

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.