Organisatie, Veiligheid
Nederlandstalige versie Archaeo-Sexism tentoonstelling
De hele maand maart van 2026 staat de reizende tentoonstelling Archaeo-Sexism in de F0-gang van het Van Steenisgebouw. De tentoonstelling nodigt uit tot nadenken over genderongelijkheid en sociale veiligheid binnen de archeologie en de bredere academische gemeenschap.
Omdat het een internationale tentoonstelling betreft, zijn de teksten van Archaeo-Sexism Engelstalig. Hieronder vind je de Nederlandse vertalingen per banner.
Paneel 2: Is er sprake van sexisme in de archeologie?
De tentoonstelling ArchéoSexisme, die in 2019 werd gelanceerd door de Archéo-Éthique Association en het collectief Paye ta Truelle, belicht hoe seksisme voorkomt in de archeologie – van veldwerk tot universiteit. Op basis van getuigenissen van archeologen uit Europa en Noord-Amerika laat de tentoonstelling zien dat dit geen zeldzame of geïsoleerde verschijnselen zijn.
Seksisme in de archeologie uit zich onder meer in grappen, pesterijen, seksuele intimidatie, aannames over wat iemand wel of niet kan, of vooroordelen bij het erkennen van iemands werk en prestaties. De unieke werkomstandigheden in archeologisch veldwerk versterken dit soms. De fysieke aard van het werk legt de nadruk op het lichaam van de archeoloog. Een opgraving dwingt mensen om nauw samen te leven en te werken, in een op zichzelf staande omgeving. Dat kan leiden tot rolbevestigende taakverdelingen en ongelijke machtsverhoudingen. Seksuele intimidatie door seniore collega’s komt voor, maar wordt vaak door de vingers gezien door opgravingsleiders.
Seksisme in de archeologie gaat echter verder dan alleen het veldwerk. In Nederland werken ongeveer evenveel mannen als vrouwen in de archeologie, maar mannen bezetten vaker leidinggevende posities en verdienen meer. Seksisme hangt ook samen met andere vormen van ongelijkheid, zoals racisme, queerfobie, leeftijdsdiscriminatie, validisme en klassisme. Daardoor hebben sommige groepen te maken met meerdere vormen van uitsluiting tegelijk.
Een arbeidsmarktrapport van Saxion uit 2023 laat zien dat, hoewel de lonen in de Nederlandse archeologie over het algemeen laag zijn, vrouwen oververtegenwoordigd zijn in de lagere loonschalen, terwijl mannen vaker hogere functies bekleden. Volgens het Europees Instituut voor Gendergelijkheid (EIGE, 2024) heeft 41% van de Nederlandse vrouwen te maken gehad met gendergerelateerd geweld – meer dan het EU-gemiddelde van één op de drie vrouwen. LGBTQIA+-personen krijgen hier nog vaker mee te maken. In 2025 zakte Nederland naar plaats 43 op de Global Gender Gap Index, vooral door stilstand in economische gelijkheid en politieke vertegenwoordiging.
Een Europese enquête uit 2021 laat zien dat 82% van de ruim duizend ondervraagde archeologen ervaring heeft met grensoverschrijdend gedrag, geweld, pesterijen, en intimidatie tijdens veldwerk, in het onderwijs of in laboratoria. Nederlandse deelnemers gaven aan minder bekend te zijn met professionele gedragscodes dan collega’s uit andere landen.
De vraag “bestaat seksisme?” is niet neutraal. Door het te stellen, lijkt het alsof seksisme nog bewezen moet worden, terwijl de verhalen van talloze archeologen al laten zien dat het een structureel probleem is. Deze tentoonstelling wil het bewustzijn over seksisme in de archeologie vergroten, om zo te komen tot een toekomstbestendig, genderinclusief, en divers vakgebied.
De tentoonstelling is aangepast aan de Nederlandse context, op basis van een internationaal samenwerkingsproject van Paye ta Truelle, de Archéo-Éthique Association en het Stanford Archaeology Center. De illustraties zijn gemaakt door professionele kunstenaars.
Laura Mary, Béline Pasquini, Ségolène Vandevelde, Amanda Gaggioli, Marten Jesse Pot, Miyuki Kerkhof
Paneel 3: Wie heeft de leiding? Het moet de man zijn
Bezoekers lopen me voorbij en gaan direct op de eerste man op de site af, op zoek naar de veldwerkorganisator (ik).
Paneel 4: 'Tijdens het hele veldwerk noemden ze me Barbie. Uiteindelijk heb ik alles opgegeven.'
In deze wereld heb ik alleen maar nadelen: ik ben een vrouw, ik ben lang en ik ben blond.
Tijdens een opgraving noemden ze me voortdurend “Barbie”, ook nadat ik duidelijk gezegd had dat ik dat niet leuk vond.
Volgens hen was het een compliment. Het was onmogelijk om hen aan het verstand te brengen dat vergeleken worden met een pop die alleen mooi en stil moet zijn, helemaal niet flatterend was.
Paneel 5: Een van de begeleiders trok aan mijn vlechten en deed alsof hij me van achteren nam
Het was mijn eerste opgraving. De sfeer was best goed, op de dubbelzinnige opmerkingen en flauwe grappen na. Op een dag besloot ik mijn haar in vlechten te dragen.
Die middag liep een van de begeleiders achter me langs, greep mijn vlechten vast en deed alsof hij me van achteren nam, terwijl hij aan mijn haar trok. Hij moest er hard om lachen.
Ik verstijfde van angst en schaamte. Sindsdien heb ik mijn haar nooit meer zo gedragen.
Paneel 6: Vooroordeel: 'Ik bedoel het niet seksistisch, maar…'
'Niet om seksistisch te doen, maar jij graaft best goed voor een meisje, hoor. Beter dan onze kerels daar.'
#ArcheoSexism
Paneel 7: 'Past je man op?'
Bij de eerste conferentie die ik bezocht nadat mijn zoon was geboren, vroeg men me telkens opnieuw of mijn man “aan het oppassen” was.
Paneel 8: Geïnternaliseerd seksisme en genderbevestigende taakverdeling
Tijdens mijn eerste opgraving durfde ik niet te vragen of ik met een houweel mocht werken. Dat leek me iets voor sterke mannen (ik ben klein en niet erg gespierd). Mannen werkten efficiënter, zei men, en niemand wilde het tempo vertragen. Op een dag bood een begeleider aan me te laten zien hoe ik een houweel moest gebruiken. Toen ontdekte ik dat het meer om techniek ging dan om spierkracht. Het bleek helemaal niet zo moeilijk, en ik vond het nog leuk ook!
Na enkele jaren gewerkt te hebben in Frankrijk, waarin ik zoals zoveel vrouwelijke archeologen heb moeten vechten voor dezelfde erkenning als mijn mannelijke collega’s, kwam ik terecht op een opgraving buiten Frankrijk, ergens rond de Middellandse Zee. Tot mijn verbazing bestond het team uit twee mannen (een ervan was de zoon van de verantwoordelijke) en een grote groep vrouwelijke studenten. De eerste keer dat ik een houweel oppakte, verstijfde iedereen. “Wat doe je? Dat is te zwaar, laat dat een man doen.” Zelfs de kruiwagen werd uit mijn handen gerukt. Uiteindelijk waren alleen de drie mannen bereid om me echt te laten werken. Zij hielpen me de zware emmers te dragen, in plaats van me te verbieden iets zwaars te doen. De vrouwen die me probeerden tegen te houden, leken ongemakkelijk bij mijn inzet, alsof ik hun bevoorrechte positie bedreigde om hun handen uit hun mouwen te steken.
Op een opgraving waar ik werkte, waren juist veel meer vrouwen dan mannen. Dat was een bewuste keuze van de projectleider, die vond dat vrouwen “beter waren in precisiewerk, volhardender en beter in organisatie”. Mannen waren volgens hem “handiger bij zwaar werk”, maar “minder goed in samenwerken en minder gemotiveerd”. In theorie moesten we allemaal dezelfde taken uitvoeren, maar in praktijk kregen vrouwen al het voorbereidende en organisatorische werk toebedeeld: batterijen opladen, het terrein opruimen, de voedselvoorziening regelen, de verwerking plannen. Wat als ‘empowerment’ werd gepresenteerd, betekende in feite een dubbele werkdruk.
In het veld deden de mannen vooral het zichtbare werk – het zware graafwerk waar iedereen even bij stil stond om hun spierkracht te bewonderen – of ze mochten de hoofdsleuf uitdiepen. De rest van het team moest dan zorgen dat hun werk met voorrang kon doorgaan: meten, zeven, aanvullen. Het probleem was niet dat er prioriteiten waren, maar dat er nooit werd afgewisseld. Hoe vaak we het ook vroegen, mannen en vrouwen bleven beperkt in vaste rolpatronen.
De mannen leerden daardoor nooit hoe ze veldwerk moesten plannen of organiseren. Ze deden geen precisiewerk en waren aan het einde uitgeput. De vrouwen bleven grotendeels onzichtbaar; zij leerden niet om snel en efficiënt onder druk te werken in prioritaire zones. Uiteindelijk vertrok iedereen half opgeleid. De mannen werden geprezen om hun efficiëntie, terwijl dat bij vrouwen vanzelfsprekend werd gevonden – en nauwelijks met een bedankje werd beloond.
Paneel 9: Identiteit: De vriendin van Bob
Mijn vriend en ik volgen allebei hetzelfde promotietraject. We hadden al een relatie voordat we werden toegelaten, met een verschil van vier jaar. We hebben dus nooit tegelijk aan het traject deelgenomen. Hij werkt meestal in het buitenland aan zijn proefschrift.
Toch, toen een van mijn mannelijke professoren ontdekte dat wij een relatie hadden, riep hij uit: 'Dus daarom zit jij hier!'
Ik moest uitleggen dat ik was toegelaten omdat het uitstekende programma bij mij past, en dat ik op mijn eigen verdiensten was aangenomen – niet op die van mijn vriend.
Paneel 10: Grind gooien in het decolleté van vrouwen
Toen ik student was, deed ik veldwerk via de universiteit. De professor die de opgraving leidde, had samen met zijn assistenten een spel bedacht waarbij ze grind in het decolleté van vrouwelijke studenten gooiden wanneer die voorovergebogen werkten.
Ze hadden zelfs een puntensysteem bedacht op basis van waar het grind terechtkwam.
Paneel 11: Opgravingsbegeleider = Man
Twee tweedejaars archeologiestudenten gaan mee op een zomeropgraving.
De één heeft dat al eens eerder gedaan, de ander niet.
Wie mocht de begeleider worden? De man.
Paneel 12: 'Ik ben verbaasd dat dit werk door een vrouw is gedaan'
Een van de meest seksistische situaties die ik ooit in de archeologie heb meegemaakt, gebeurde tijdens een proefschriftverdediging.
Een jonge vrouw had net haar proefschrift verdedigd, het resultaat van jarenlang onderzoek. Ze kreeg complimenten voor haar uitzonderlijke werk. De voorzitter van de commissie stond op en feliciteerde haar. Iedereen glimlachte en was blij voor de promovenda.
Op dat moment zei een gerespecteerde expert:
'Ik moet toegeven dat ik verbaasd ben dat dit werk door een vrouw is gedaan!'
De zaal viel stil. De andere commissieleden keken ongemakkelijk.
De jonge vrouw wist niet wat ze publiekelijk moest zeggen tegen een hoog aangeschreven academicus.
Ik hoop oprecht nooit meer zoiets te hoeven meemaken.
Paneel 13: Op het kruispunt van discriminaties…
Transfobie – 'de afwijking die we niet in een hokje kunnen plaatsen'
Ik weet niet goed waar ik moet beginnen. Misschien bij het bijna dagelijkse misgenderen (het gebruik van de verkeerde voornaamwoorden), onbedoeld of niet, wat na drie weken het vermoeiend werd. Of het voortdurend noemen van mijn ‘deadname’ (naam gekregen bij geboorte) in plaats van mijn gekozen naam, ondanks mijn herhaalde verzoeken. Tijdens het werk werd ik aangestaard, kreeg ik onbeschofte vragen over mijn lichaam en zelfs een student die herhaaldelijk vroeg of hij mijn borst mocht aanraken. Het hield niet op. We sliepen in slaapzalen die niet gemengd waren, waardoor steeds de vraag opkwam waar ik zou moeten slapen. Dat maakte me erg ongemakkelijk. Ondanks dat sommige mensen probeerden begrip te tonen, had ik het gevoel dat de meesten me zagen als een curiositeit, een “afwijking”, iemand die niet in een hokje paste.
Racisme – 'hé, schattig bruin meisje'
De ontvangst door de leidinggevenden was erg opdringerig. Ik werd voortdurend beoordeeld op mijn uiterlijk. De opmerkingen waren altijd specifiek. Eén van de verantwoordelijken bleef maar herhalen dat ik “precies zijn type” was. Hij maakte opmerkingen over mijn rondingen en volle lippen en noemde me zijn “gazelle” of “panter”. Ik reageerde nooit, deels uit ongeloof, deels uit angst. Ik was student en hij was de leidinggevende. Misschien was het voor hem normaal, maar ik voelde me er ongemakkelijk bij. Het duurde de hele periode dat ik daar werkte. Ik herinner me dat andere verantwoordelijken niet eens de moeite namen mijn naam te leren en me alleen “het schattige bruine meisje” noemden. Ik was voortdurend boos en op mijn hoede.
Homofobie – “ik was De Lesbienne”
Ik werkte als vrijwilliger op een site in een klein team. In het begin wilde ik niet dat iemand wist dat ik lesbisch was. Niet omdat ik het wilde verbergen, maar omdat ik vond dat het niets met mijn werk had te maken. Op een dag flapte een teamlid dat er per ongeluk uit. Vanaf dat moment werd ik het middelpunt van alle aandacht. Elk gesprek leek over mijn seksualiteit te gaan. Ik kreeg intieme vragen over mijn privéleven. Er waren blikken die ik niet prettig vond. Een man in het team had een nicht “zoals ik” en bleef aandringen om ons aan elkaar voor te stellen. Na een tijdje verspreidde het “nieuws” zich naar andere teams en werd ik bekend als “De Lesbienne”
Racisme – “een man noemde me ‘bananenmeisje’”
De vraag “Waar kom je vandaan? Uit Frankrijk? En daarvoor?” was niets nieuws. Ik had er nooit veel bij stilgestaan. Tot een man me op een dag voor de grap “bananenmeisje” noemde. Het was vernederend, maar ik sprak hem er meteen op aan. Hij stamelde iets, en vanaf dat moment had ik een reputatie: de “boze zwarte vrouw” [een racistische karikatuur die zwarte vrouwen neerzet als onrein, dominant en agressief]. Toch dacht ik: als niemand iets zegt, verandert er nooit iets.
Paneel 14: Seksuele gunsten en objectivering
Als onderdeel van mijn masteropleiding kreeg ik tijdens mijn veldwerk te horen dat ik een seksuele relatie moest aangaan met een medeprojectleider, zodat ik informatie kon verkrijgen en die kon doorgeven aan mijn begeleider.
Hij hoopte in de jaren daarna een vergunning te krijgen voor een nieuw project.
Ik weigerde en mijn begeleider nam wraak.
Paneel 15: Mansplaining
De meest duidelijke vormen van seksisme die ik in de archeologie heb meegemaakt, gebeurden tijdens veldwerk. Ik ben vrij slank, en daardoor nemen mensen vaak aan dat ik geen zwaar werk aankan. Mannen stonden erop om kruiwagens voor me te duwen, en een veiligheidscoördinator zei zelfs dat ik geen kruiwagens mocht gebruiken of emmers mocht dragen, met mijn gender als reden.
Misschien ben ik niet zo sterk als sommige anderen in het veld, maar ik ken mijn eigen grenzen. Wanneer mensen beweren dat zij beter weten wat mijn lichaam aankan dan ikzelf, nemen ze mijn zeggenschap over mijn eigen lichaam af.
Mensen hebben niet alleen mijn fysieke capaciteiten onderschat vanwege mijn gender, maar ook mijn verstandelijke. Op een project werkte ik samen met een man die nauwelijks veldwerkervaring had, maar die erop stond zijn mening te geven aan vrouwen met veel meer ervaring dan hij, mijzelf inbegrepen. Hij gaf me voortdurend instructies, hoewel hij daar geen enkele bevoegdheid toe had. Dat deed hij zogenaamd om te helpen, maar in werkelijkheid gaf zijn gedrag me het gevoel dat hij mijn expertise of mening niet serieus nam.
Paneel 16: Seksueel grensoverschrijdend gedrag
Ik liep in de zomer stage op een opgraving. Op een dag, terwijl ik wat materieel aan het opruimen was, liep de projectleider achter me langs en fluisterde in mijn oor:
“Eigenlijk zou ik je graag op je billen slaan, maar mijn vrouw is te dichtbij.”
Ik was totaal van streek. Later hoorde ik dat ik niet de enige was tegen wie hij zulke opmerkingen had gemaakt.
Paneel 17: 'Jij, jij veegt de vloer vanaf die kant, dan kan ik van bovenaf naar je billen kijken.'
Tijdens een opgraving was het zo warm dat ik koos voor een korte broek en een mouwloos shirt. Ik kreeg de opdracht om de vloer te vegen in een van de lagere sleuven. Toen ik dat te horen kreeg, zei iemand:
“Veeg de vloer goed schoon, dan kan ik je vanaf hier in de gaten houden en je billen bewonderen.”
Ik voelde me enorm ongemakkelijk, omdat ik moest vooroverbuigen om te vegen en mijn decolleté zichtbaar was.
Paneel 18: Seksuele objectivering
Tijdens de opgraving van de universiteit, keken ouderejaars studenten (de begeleiders) op de eerste dag toe hoe de eerstejaars het terrein opkwamen, terwijl ze beslisten met wie ze wel of niet naar bed wilden.
#ArcheoSexism
Paneel 19: Een ongelegen zwangerschap
Ik was net begonnen aan mijn promotieonderzoek. Ons team bestond uit zes mensen: twee vrouwen en vier mannen. We werden geacht aan ons onderzoek te werken en op veldwerk te gaan. Op een dag raakte mijn collega zwanger.
Mijn begeleider kwam mijn kantoor binnen en zei koel:
'Ik hoop niet dat jij de volgende bent, anders komt er helemaal niets meer van het werk terecht.'
Paneel 20: Manieren om discriminatie te bestrijden
Algemene aanbevelingen
-
Luister zonder oordeel naar iedereen die slachtoffer is van discriminatie of intimidatie. Neem hun ervaring serieus en bied steun.
-
Indien nodig, moedig aan professionele hulp te zoeken: medische, juridische of emotionele steun moet beschikbaar zijn.
-
Zet niemand onder druk om melding te doen, maar geef wel informatie over de mogelijkheden (bijv. anoniem via vertrouwenspersonen, bij het College voor de Rechten van de Mens, of de politie).
-
Wees een actieve omstander. Reageer op discriminerende opmerkingen of gedrag zodra ze plaatsvinden. Zelfs als dat niet direct lukt, is het nooit te laat om iets te zeggen of steun te tonen.
-
Reflecteer op je eigen gedrag en bij wat het betekent om actief bondgenoot te zijn. We kunnen ervoor kiezen om onszelf en de mensen om ons heen te leren om zorgvuldig te reageren.
-
Werk aan preventie. Herken situaties die een onveilige werkomgeving veroorzaken en pak samen vastgeroeste discriminerende gewoonten aan.
Specifieke aanbevelingen
Als je leiding geeft, informeer je team dat iedereen recht heeft op een onbevooroordeelde leer- en werkomgeving, vrij van discriminatie op grond van genderidentiteit, huidskleur, religie, leeftijd, afkomst, sociaaleconomische positie, beperking, seksuele oriëntatie, ouderschap of andere persoonlijke kenmerken. Geef teamleden toegang tot informatie en trainingen over hoe discriminatie kan worden voorkomen.
Uit onderzoek blijkt dat internationale studenten, startende medewerkers, LHBTQIA+-personen, mensen met een beperking en collega’s van kleur vaker risico lopen op intimidatie en discriminatie. In de dagelijkse werkpraktijk is het belangrijk bewust om te gaan met machtsverhoudingen en kwetsbaarheden die verbonden zijn aan identiteit.
Veldwerkverantwoordelijken worden sterk aangemoedigd om twee vertrouwenspersonen aan te stellen met verschillende genderidentiteiten, zodat deelnemers eventuele problemen tijdens het veldwerk in vertrouwen kunnen bespreken. Zo wordt een veilige en ondersteunende werkomgeving bevorderd.
Bij seksuele intimidatie of aanranding
Seksueel grensoverschrijdend gedrag wordt nog altijd te weinig gemeld, maar heeft vaak een grotere impact dan andere vormen van intimidatie. Het vraagt daarom om extra aandacht.
-
Toon steun aan het slachtoffer en zorg voor hun veiligheid, waarbij anonimiteit wordt gewaarborgd als dat nodig is.
-
Volg het geldende beleid en protocollen, ongeacht de positie van de dader.
Als je leidinggevende bent in het veld, in het lab of binnen het project- of onderzoeksteam, reageer dan onmiddellijk op het grensoverschrijdende gedrag: geef een eerste waarschuwing en neem disciplinaire maatregelen om het gedrag te stoppen, herhaling te voorkomen en, indien nodig, herstel te bieden aan de melder.
Wanneer niet duidelijk is of er sprake is van discriminerend gedrag, moet een onderzoek worden gestart en moeten de betrokken partijen worden geïnformeerd. Na afronding van het onderzoek worden passende sancties toegepast.
-
Hanteer een slachtoffergerichte benadering en verwijs slachtoffers zorgvuldig naar beschikbare hulpbronnen (medisch, juridisch, psychologisch of emotioneel).
Een Europees initiatief ter bestrijding van discriminatie
Het “Chantier Éthique”-label is een hulpmiddel dat is ontwikkeld door het collectief Paye ta Truelle en de Archéo-Éthique Association om ethisch verantwoord gedrag op archeologische opgravingen te bevorderen.
Het label is beschikbaar voor alle project- en veldleiders en kan worden gebruikt als onderdeel van een programma of als preventieve maatregel.
De gedragscode en de bijbehorende richtlijnen kunnen worden gedownload via:
https://archeoethique.wixsite.com/association/charte-chantier-ethique