Universiteit Leiden

nl en

Bevers hadden grote invloed op hoe mensen leefden tijdens de steentijd

Bevers hadden duizenden jaren een grote invloed op het Nederlandse ecosysteem en de mensen die daarin leefden. Dat blijkt uit onderzoek van archeoloog Nathalie Brusgaard. De knaagdieren werden gebruikt voor voedsel, kleding, gereedschap en zorgden voor een landschap waarin veel andere diersoorten voorkwamen.

De bever lijkt een recente verschijning in Nederland door zijn opkomst de laatste jaren. De diersoort stierf in de negentiende eeuw uit in Nederland en werd in 1988 geherintroduceerd. Maar daarvoor was de bever duizenden jaren op grote schaal aanwezig. Brusgaard: ‘Het is echt een inheemse diersoort. Met ons onderzoek wilden we kijken hoe mensen vroeger met de aanwezigheid van de bever omgingen. Daar was tot nu toe geen goed beeld van.’

Gereedschap gemaakt van beverbotten en -tanden

Meest voorkomende zoogdieren

Brusgaard analyseerde samen met collega-archeoloog Shumon Hussain (Aarhus University) oude opgravingen in Nederland, Zuid-Scandinavië, het Baltisch gebied en Rusland. Daaruit bleek dat bevers een veel groter deel uitmaakten van het menselijke dieet en landschap van Noord-Europa dan gedacht. Jager-verzamelaars joegen in de midden en late steentijd op bevers voor hun vlees, pels, bevergeil, en gebruikten hun botten en tanden om gereedschap van te maken. Op sommige archeologische vindplaatsen in Nederland waren bevers een van de meest voorkomende zoogdiersoorten, zo blijkt uit het onderzoek dat onlangs verscheen in The Holocene.

Biodiversiteit

Volgens Brusgaard zorgden de bevers voor een divers ecosysteem. Het knaagdier verandert het waterniveau in zijn leefomgeving zodat de ingang van zijn burcht onder water staat, maar hij wel droog kan slapen. Daarvoor moet het water op een specifiek niveau staan, wat de bever regelt door het maken van dammen.

Ook andere organismen, zoals vissen, watervogels, en bepaalde planten profiteren van het landschap dat zo ontstaat. ‘De bever zorgt voor veel dynamiek in een bos, wat goed is voor de biodiversiteit. Op archeologische vindplaatsen waar veel sporen van bevers waren, bleken ook veel sporen van otters, wilde zwijnen, snoek, baars, en karpers voor te komen. Die diersoorten gedijen goed in het ecosysteem dat de bever creëert.’

Beverlandschappen

Het onderzoek wijst erop dat mensen graag in dit soort ‘beverlandschappen’ verbleven voor de aanwezigheid van voedsel en grondstoffen. ‘Wij vermoeden dat jager-verzamelaars profiteerden van de rijke biodiversiteit die bevers schepten.’ Uit sporen op botresten wordt duidelijk dat mensen bevers opaten. Uit onderzoek naar beverschedels blijkt dat jagers de knaagdieren doodden met een klap op hun kop, vermoedelijk om de pels niet te beschadigen zodat die nog gebruikt kon worden. De kaken en tanden van bevers werden gebruikt om gereedschap te maken voor houtbewerking.

Discussie over bevers in Nederland

Brusgaard hoopt dat haar onderzoek bijdraagt aan de discussie over de aanwezigheid van de bever in Nederland. ‘De bever is terug, doet het supergoed en groeit in populatie. Ecologen en natuurbeheerders verwelkomen het dier omdat hij goed is voor de biodiversiteit. Maar zijn aanwezigheid zorgt ook voor overlast, bijvoorbeeld voor de landbouw. Als de bever jouw akker onder water zet, ben je daar niet blij mee.’

Het onderzoek van Brusgaard laat zien dat de mens duizenden jaren heeft geprofiteerd van de bever. ‘We kunnen lessen leren uit het verleden. Ook nu hebben wij allemaal baat bij een gezond ecosysteem. We moeten opnieuw leren samenleven met de bever.’

Tekst: Tom Janssen

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.