Universiteit Leiden

nl en

Samen sterk in hightech: 125 jaar samenwerking tussen de Universiteit Leiden en de Leidse Instrumentmakers School

Al 125 jaar werken de Universiteit Leiden en de Leidse Instrumentmakers School samen aan wetenschap en technologie. Die samenwerking is vandaag urgenter dan ooit, nu de vraag naar hightech vakmensen snel groeit: 40.000 extra mensen in 2030.

De samenwerking tussen de Universiteit Leiden en de Leidse Instrumentmakers School (LiS) gaat terug tot het begin van de twintigste eeuw. Natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes had toen een duidelijke wens: wetenschap bedrijven door opstellingen te bouwen en daarmee te experimenteren. Omdat hij de juiste vakmensen niet kon vinden, richtte hij zelf een school op om ze op te leiden. Zo ontstond de LiS, letterlijk naast het laboratorium waar baanbrekend onderzoek werd gedaan.

Die fysieke en inhoudelijke nabijheid is nooit verdwenen. Ook nu de universiteit en de LiS samen zijn gevestigd op het Leiden Bio Science Park, blijft de band sterk. ‘Zonder universiteit geen LiS, en zonder LiS zou veel onderzoek hier, maar ook innovaties elders, niet mogelijk zijn’, zegt Stef Vink, directeur van de LiS.

Van links naar rechts: Victor van der Horst (programmamanager Beethoven), Irene Groot (hoogleraar bij Universiteit Leiden) en Stef Vink (directeur van de Leidse Instrumentmakers School)
Van links naar rechts: Victor van der Horst (programmamanager Beethoven), Irene Groot (hoogleraar bij Universiteit Leiden) en Stef Vink (directeur van de Leidse Instrumentmakers School)

Dagelijkse praktijk in het lab

In de dagelijkse praktijk is die verbondenheid overal zichtbaar. Hoogleraar Irene Groot werkt intensief samen met de fijnmechanische dienst (FMD), waar technici werkzaam zijn die zijn opgeleid aan de LiS. Voor haar onderzoek naar duurzamere chemische processen gebruikt zij speciaal ontwikkelde microscopen.

‘Zonder de mensen van de FMD zou mijn onderzoek niet kunnen bestaan’, zegt Groot, ook lid van de Raad van Toezicht van de LiS. ‘We ontwerpen en bouwen onze unieke onderzoeksopstellingen samen. Zij leveren het vakmanschap dat wij als wetenschappers niet hebben.’ 

Het contact gaat verder dan alleen het bouwen van apparaten. Wetenschappers, promovendi en technici werken dagelijks samen, lossen problemen op en verbeteren opstellingen stap voor stap. Dat nauwe contact is volgens Groot essentieel voor goed onderzoek.

‘We hebben mbo-, hbo- en wo‑opgeleiden allemaal nodig. Innovatie ontstaat pas echt als praktijk en theorie samenkomen.’

Samen werken aan de toekomst: Beethoven en nieuwe master

De samenwerking krijgt extra urgentie door een grote maatschappelijke uitdaging: Nederland heeft tot 2030 ongeveer 40.000 extra mensen nodig in de hightechindustrie. Wereldwijd is de vraag nog veel groter. Om aan die behoefte te voldoen, is het nationale programma Beethoven opgezet, waarin onderwijsinstellingen en bedrijven samenwerken om meer technici en onderzoekers op te leiden.

Wat bedoelen we met hightech?

Met hightech denken we vaak aan computerchips, maar het begrip is breder. Het gaat om technologie waarbij nieuwe kennis, nauwkeurige apparatuur en praktisch vakmanschap samenkomen. Denk aan medische apparatuur in de operatiekamer, ruimtevaartinstrumenten of nieuwe materialen of technieken zoals 3D-printing.

Hightech draait altijd om iets fysieks dat gemaakt en getest moet worden. Software is daarbij ook belangrijk, maar staat vooral in dienst van fysieke apparaten, om ze beter te ontwerpen of te gebruiken. Daarom is samenwerking tussen onderzoekers en technici essentieel.

De Universiteit Leiden en de LiS zijn samen actief binnen Beethoven Zuid‑Holland. Programmamanager Victor van der Horst ziet daarin een duidelijke opdracht: ‘We hebben mbo-, hbo- en wo‑opgeleiden allemaal nodig. Innovatie ontstaat pas echt als praktijk en theorie samenkomen.’

Een concreet resultaat van Beethoven is de nieuwe universitaire masterspecialisatie High Tech & Innovation (HTI), die in 2026 start. Studenten leren daarin niet alleen de wetenschap achter hightech, maar ook hoe innovaties daadwerkelijk tot stand komen. ‘Hierin verkennen we ook samenwerkingen tussen het mbo en het wo’, licht Van der Horst toe.

Samen leren over grenzen heen

Voor de komende jaren ziet Stef Vink vooral kansen in een sterke driehoek tussen LiS, universiteit en bedrijven. ‘Door opleidingen, onderzoek en praktijkvragen samen te brengen, kunnen we hightech sneller en effectiever ontwikkelen.’

Studenten profiteren daarbij van elkaars perspectief, denkt Vink. ‘Onze studenten laten universitaire studenten zien wat in de praktijk maakbaar is. Een idee kan op papier prachtig zijn, maar soms onmogelijk of extreem duur om te bouwen. Dat inzicht is goud waard.’

Vier 125 jaar LiS mee

Ter gelegenheid van haar 125-jarig jubileum organiseert de LiS een feestelijke en inhoudelijke bijeenkomst.

Meer informatie en aanmelden
Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.