Universiteit Leiden

nl en

Van digitale toegang tot automatische gebaarherkenning: COIn-subsidies maken nieuw onderzoek mogelijk

De COIn-subsidies stellen onderzoekers in staat om de infrastructuur voor hun onderzoek te verbeteren. De initiatiefnemers van twee projecten vertellen hoe de beurs hen heeft geholpen.

Mehmet Kentel en Alp Yenen hebben nu toegang tot Muteferriqa

Universitair docenten Mehmet Kentel en Alp Yenen en gebruiken de COIn-beurs om toegang te krijgen tot Muteferriqa, een online zoekportaal voor Ottomaanse periodieken en boeken.

‘Toegang tot Ottomaanse bronnen heeft in het verleden voor grote uitdagingen gezorgd’, stellen de onderzoekers. ‘Eerdere generaties hadden te kampen met beperkte toegang tot archieven. Sinds het midden van de jaren 2000 zijn de Ottomaanse archieven echter verbeterd, waardoor wetenschappers nu in staat zijn om het Ottomaanse bestuur over een uitgestrekt gebied, van Algerije tot Azerbeidzjan en van de Adriatische Zee tot Arabië, gedurende meerdere eeuwen te bestuderen. Tegelijkertijd heeft deze omslag een overwegend staatsgerichte visie versterkt. Ottomaanse periodieken, die van het midden van de negentiende eeuw tot de jaren twintig van de vorige eeuw zeer invloedrijk waren, waren bijzonder moeilijk toegankelijk en bruikbaar. Ze waren verspreid over bibliotheken, archieven en privécollecties in verschillende landen en moesten traditioneel pagina voor pagina worden doorgenomen, wat geavanceerde taalvaardigheden vereiste.

Recente digitaliseringsinitiatieven hebben hier verandering in gebracht. Door deze ontwikkeling ontdekten we Muteferriqa, een online zoekportaal voor Ottomaanse tijdschriften en boeken, dat verschillende grote collecties samenbrengt en geavanceerde zoekmogelijkheden biedt. Om toegang tot deze opmerkelijke database te verkrijgen, hebben we een aanvraag ingediend voor de COIn-subsidie, die specifiek onderzoeksinfrastructuurprojecten ondersteunt.

We hebben de subsidie gebruikt om drie jaar toegang tot het platform te verkrijgen. Deze toegang is niet beperkt tot ons eigen gebruik, maar is beschikbaar voor alle leden van de Universiteit Leiden, inclusief studenten. Om deze infrastructuur beter bekend te maken bij de onderzoeksgemeenschap van de LU, hebben we een online trainingssessie georganiseerd, waarin vertegenwoordigers van Muteferriqa hebben laten zien hoe het platform effectief kan worden gebruikt. We zijn van plan om in het voorjaar van 2026 nog een online bijeenkomst te organiseren en in het najaar van 2026 willen we een workshop organiseren met andere LU-onderzoekers om te laten zien hoe de infrastructuur onderzoek naar de late Ottomaanse en Midden-Oosterse geschiedenis vergemakkelijkt. We hopen dat er bij de bredere LU-gemeenschap veel belangstelling voor deze database zal zijn, zodat de universiteit na deze drie jaar toegang tot de database zal blijven verlenen.'

Victoria Nyst kan automatisch handgebaren analyseren

In het HANDS!Lab for Sign Languages and Deaf Studies wordt door dove en horende wetenschappers onderzoek gedaan naar gebarentalen van dovengemeenschappen. Nyst en mede-aanvrager Peter van der Putten (LIACS) werken al jaren samen op het gebied van automatische gebaarherkenning. De COIn-beurs stelt hen in staat een draagbaar Motion Capture Lab samen te stellen, waarmee je off the grid, in realtime, kunt vastleggen hoe mensen bewegen. De grote bonus is dat deze toolkit automatisch een 3D-analyse maakt van een gebaar.

Een van de projecten waar het  Leiden Mobile MoCap Lab voor gebruikt gaat worden is dat van postdoc Adrien Dadone naar de gebaren die eeuwenlang door heel Europa gebruikt werden in Benedictijner kloosters waar gedurende (een deel van) de dag niet gesproken mocht worden. Vanaf de 11e eeuw stelden kloosters lijsten met gebaren samen, wat het mogelijk maakt om te achterhalen in hoeverre die monastieke gebaren op elkaar en op hedendaagse gebarentalen lijken. ‘We weten dat er overlap zit in die gebaren uit verschillende talen en plaatsen, maar het was tot nu toe lastig om ze goed te vergelijken: sommige lijsten zijn opgesteld in het Latijn, andere in het Oud-Engels’, legt Nyst uit. ‘Bovendien moeten alle gevonden gebaren gevisualiseerd worden om ze te kunnen vergelijken, wat veel tijd en kennis van de onderzoeker vraagt.’

Automatiseren en analyseren

De COIn-beurs zorgt ervoor dat dit proces wordt vergemakkelijkt. Nyst: ‘Zodra studenten van het LIACS (via LUdev) de toolkit hebben ontwikkeld waarmee je op een laagdrempelige manier motion- onderzoek kunt doen, kunnen we de gevonden gebaren dankzij het PhD onderzoek van (nu postdoc) Manolis Fragkiadakis  automatisch vergelijken met die van allerlei andere gebaren.’ Ook de onderzoeken van Nargess Asghari (Signs on Paper) en gast-promovenda Lisa Lepp (Machine translation and co-creation) kunnen met de nieuwe techniek aan elkaar worden verbonden, evenals de grote datasets van Westafrikaanse gebarentalen en de in aanmaak zijnde lexicale database (Leiden SignBank).

Creatief project

Daarnaast biedt de beurs de studenten van LUdev de kans om een creatief project uit te voeren. ‘Naast het concrete vraagstuk over de monastieke gebaren, bieden we hen de kans om te experimenteren met de techniek’, legt Nyst uit. ‘Ze koppelen dan bijvoorbeeld muziek aan gebaren. Strek je je rechterarm uit, hoor je een bastoon. Je linkerarm? Iets hogers. Zo zou je op basis van een dans de bijpassende muziek kunnen genereren.'

Over de COIn-subsidie

Deze beurs van 5.000 tot 30.000 euro is bedoeld om onderzoeksinfrastructuur te verbeteren, bijvoorbeeld door softwarelicenties, applicaties, elektronica of labapparatuur aan te schaffen. Meer informatie om in aanmerking te komen vind je op deze pagina.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.