Kleine signalen, grote impact: betere zorg voor vroeggeboren baby's
Wanneer een baby te vroeg ter wereld komt, telt elke minuut, en elke beslissing. Om artsen te helpen bepalen welke zorg nodig is, onderzocht promovendus Manchu Umarani Thangavela moleculen in bloed en urine die vroeggeboorte en infecties bij pasgeborenen kunnen voorspellen.
Op de neonatale intensive care zijn behandelingen voor te vroeg geboren baby’s vaak levensreddend, maar ze brengen ook risico’s met zich mee. Omdat het belangrijk is snel te handelen, krijgen moeders die een vroeggeboorte riskeren vaak corticosteroïden toegediend om de longen van hun baby sneller te laten rijpen. Baby’s met mogelijke tekenen van infectie krijgen preventief antibiotica.
Elke behandeling vergt echter een zorgvuldige afweging van de risico’s. Onnodige blootstelling aan antibiotica kan het microbioom van een pasgeborene verstoren en bijdragen aan antibioticaresistentie, terwijl herhaald gebruik van corticosteroïden de groei en hersenontwikkeling kan beïnvloeden.
Minder onzekerheid in de zorg rond vroeggeboorte
‘Veel beslissingen in de zwangerschap- en geboortezorg vinden plaats onder grote onzekerheid’, zegt Umarani Thangavelu. Haar promotieonderzoek richtte zich aanvankelijk op het verbeteren van de diagnose van neonatale sepsis, een ernstige bloedinfectie bij pasgeborenen. Hiervoor maakte ze gebruik van metabolomics, een techniek om kleine moleculen in het lichaam te meten en zo inzicht te krijgen in de processen die daar op dat moment plaatsvinden.
Al snel merkte ze dat onzekerheid doorwerkt in vrijwel alle aspecten van de zorg rond vroeggeboorte. ‘Artsen moeten snel handelen, maar de beschikbare diagnostische middelen zijn niet altijd specifiek of snel genoeg. Dat motiveerde me om breder te kijken: van het voorspellen van vroeggeboorte tot het bepalen of een te vroeg geboren baby daadwerkelijk antibiotica nodig heeft.’
Moleculaire signalen meten bij moeder en kind
Voor haar onderzoek mat Umarani Thangavelu kleine signaalmoleculen in de urine van zwangere vrouwen met risico op een vroeggeboorte (voor 37 weken zwangerschap) en bloed van premature baby’s met een eventuele infectie. Uit deze analyses kwamen duidelijke patronen naar voren. Sommige patronen hielden verband met verschillende oorzaken van vroeggeboorte, andere met ontstekingsreacties na de geboorte.
9-HODE: een mogelijke aanwijzing voor vroeggeboorte?
Eén molecuul viel daarbij extra op: 9-HODE, een vetzuur dat samenhangt met ontstekingsreacties. Hoewel een infectie een ontstekingsreactie kan uitlokken, kwam 9-HODE ook voor bij vroeggeboortes zonder infecties, ongeacht de oorzaak.
‘Vroeggeboorte is een complex proces met veel mogelijke oorzaken’, legt Umarani Thangavelu uit. ‘Denk aan een infectie, maar ook aan problemen met de placenta, een verzwakte baarmoederhals, of spanning en rek in de baarmoeder.’
Deze bevinding suggereert dat het molecuul waarschijnlijk deel uitmaakt van een algemene ontstekingsreactie van het lichaam die vroeggeboorte op gang brengt. Het is dus niet per se een specifiek teken van infectie. 9-HODE kan mogelijk dienen als indicator voor vroeggeboorte, terwijl het ook laat zien dat context cruciaal is. Umarani Thangavelu: ‘Als we elk ontstekingssignaal interpreteren als een infectie, lopen we het risico baby’s onnodig antibiotica toe te dienen.’
‘Met moderne analysetechnieken kunnen we uit het kleinste druppeltje bloed toch betrouwbare informatie halen.’
Slechts een paar druppels bloed
Vroeggeboren baby’s kunnen maar heel kleine hoeveelheden bloed afstaan. Een nieuwe techniek, Volumetric Absorptive Microsampling (VAMS), biedt een oplossing: met een piepklein kunststof puntje kun je een nauwkeurig afgemeten hoeveelheid bloed afnemen, soms niet meer dan 10 microliter.
Umarani Thangavelu onderzocht of de methode werkt bij pasgeborenen. ‘Met moderne analysetechnieken kunnen we uit zulke kleine druppels toch betrouwbare moleculaire informatie halen’, legt ze uit. ‘Dat maakt onderzoek bij deze kwetsbare baby’s veiliger en beter uitvoerbaar.’
Risico voorspellen voor behandeling op maat
De resultaten van het onderzoek laten zien dat metabolomics kan helpen om zorg op maat te bieden aan vroeggeboren baby’s. Moleculaire patronen in urine of bloed kunnen artsen ondersteunen bij het bepalen wanneer antibiotica echt nodig zijn, en misschien zelfs verschillende soorten infecties van elkaar onderscheiden.
Umarani Thangavelu zag ook dat jongens en meisjes verschillend reageren op sepsis. Dat zou in de toekomst kunnen leiden tot nieuwe, gerichte behandelstrategieën.
Zou het ooit mogelijk zijn om alle zwangere vrouwen op deze moleculen te testen en zo vroeggeboorte te voorspellen?
‘Dat is goed mogelijk, maar daarvoor is nog veel vervolgonderzoek nodig’, aldus Umarani Thangavelu. ‘Als grotere studies aantonen dat deze moleculaire markers betrouwbaar zijn, kunnen we vrouwen met een verhoogd risico eerder herkennen. Zo helpt dit onderzoek om de zorg voor de meest kwetsbare baby’s steeds veiliger en beter op maat te maken.’
Umarani Thangavelu verdedigde op 26 februari haar proefschrift ‘Survival of the Littlest: Improving Preterm Outcomes through Metabolomics and Microsampling’ in het Academiegebouw. Haar onderzoek was een samenwerking tussen het Erasmus MC in Rotterdam en het Metabolomics and Analytics Centre van het Leiden Academic Centre for Drug Research. Haar promotors zijn professor Irwin Reiss, professor Thomas Hankemeier en dr. Bert Wouters, en dr. Alida Kindt-Dunjko was haar dagelijkse begeleider.