De dag van Jasper - Een nieuwe heup, een nieuw perspectief
Binnen het uur had Jasper een nieuwe heup. Het herstel duurt wat langer, maar bij de opening van ons academisch jaar wil hij op het podium staan, met of zonder hulpstukken. In deze column deelt Jasper zijn ervaringen rond de operatie.
Jasper Knoester is de decaan van de Faculteit Wiskunde & Natuurwetenschappen. Hoe gaat het met hem, wat doet hij precies en hoe ziet zijn dag eruit? In elke nieuwsbrief geeft Jasper een inkijkje in zijn leven.
Dinsdag 28 juli
‘Ik word wakker om kwart voor vijf, na een nacht vol korte slaapepisodes. Ik heb honger en voel dat meer slaap er niet meer in zit. Gelukkig heb ik fruit binnen handbereik, een eerste ontbijt. Ik ben in Amsterdam, in een kliniek waar gistermiddag mijn rechterheupgewricht is vervangen door een prothese. Een geplande operatie waar ik lang tegenaan heb gehikt, maar de pijn veroorzaakt door artrose werd het afgelopen half jaar te erg. De ingreep heeft nauwelijks een uur geduurd. Het kost mij soms meer tijd om een fietsband te plakken!
Deze kliniek is gespecialiseerd in dit soort operaties. Bovendien konden ze een datum in de zomer garanderen, wat het mogelijk maakt om in rust te revalideren. Het doel is om bij de opening van het academisch jaar gewoon op het podium te staan, mogelijk ondersteund door een hoge stoel. Op deze ochtend is dat allemaal nog erg ver weg. Voorzichtig doe ik in bed de eenvoudige oefeningen die de fysiotherapeut me gisteren heeft geleerd. Allemaal bedoeld om de spieren rond het heupgewricht zo snel mogelijk te mobiliseren. De pijn valt erg mee, ongetwijfeld mede door pijnstillers.
Zes weken revalideren
Er komt verpleging langs die het licht in mijn kamer heeft opgemerkt. Blijkbaar ben ik de eerste patiënt die wakker is en om kwart over zes krijg ik een royaal ontbijt. Daarna zet ik met krukken voorzichtig wat stappen buiten bed. Gisteravond heb ik dat ook even gedaan. Bizar hoe snel je dat kunstgewricht kunt belasten. Het grootste probleem zijn de spieren die tijdens de operatie opzij zijn gelegd of zelfs zijn gekliefd. Daar richt de revalidatie zich de komende zes weken volledig op. Eerst weer goed leren lopen en de maanden daarna aan het werk om ook weer te kunnen skiën.
Naar huis
De chirurg komt voor acht uur al langs en stelt vast dat de operatie goed verlopen is. Ik zie hem half september voor controle. Daarna komt de fysiotherapeut, van wie ik leer een trap op en af te lopen met krukken. Hierna komt de verpleging met een grote zak medicatie, vooral pijnstillers, waarvan ik hoop ze niet lang nodig te hebben. Het infuus wordt uit mijn hand gehaald, ik krijg meteen de ontslagpapieren en iets na negen uur word ik door Xuefei en mijn zus Hennie de kliniek uit gereden in een rolstoel. Ik weet niet hoe vlot de revalidatie zal verlopen, maar voor de begeleiding van patiënten en de zorgzaamheid en professionaliteit van de medewerkers van deze kliniek kan ik alleen maar grote bewondering hebben. De rest zie ik vol vertrouwen tegemoet.
We zijn in een uurtje thuis, waar ik me moeizaam uit de auto hijs en de vijf treden naar de woonkamer neem. Daar staat een hoge stoel met armleuningen klaar voor me. Alles gaat nog erg onwennig en de familie kijkt met ingehouden adem of het allemaal zonder vallen lukt. We vieren de thuiskomst met ijs, wat goed past bij de zomerse temperatuur. Na een uurtje neemt de energie snel af. Ik heb een ruggenprik gehad, geen volledige narcose, maar het herstel vraagt veel energie. En de morfinepil die ik vanochtend heb gehad doet de rest.
‘Vandaag kom ik niet meer beneden’
Met volle concentratie neem ik de 21 treden naar de slaapkamer, waarna ik me behoedzaam in bed nestel. De rest van de dag slaap ik, begin ik te lezen in het prachtige boek van Orhan Pamuk dat ik heb gekregen om deze periode aangenamer te maken. En ik heb kort digitaal contact met vrienden, familie en collega’s. Ik kom vandaag niet meer beneden, en laat me de goede zorg van Xuefei en Kamiel lekker aanleunen. Over vijf dagen vertrekken zij naar China, dus ik moet nu mijn rust pakken en zorgen dat ik dan mobiel genoeg ben om mezelf te verzorgen. Drie dagen daarna komt Jasmijn terug van haar tussenjaar, dan word ik weer even vertroeteld, voordat zij aan de introductie in Leiden begint.
Een nieuw academisch jaar lonkt, met een nieuwe heup, geen pijn meer, een zoon die eindexamen gaat doen en een dochter die een nieuwe start maakt. Het voelt vandaag nog ver weg, maar het is allemaal wel een goed vooruitzicht.’