‘Aleida Nijland wordt nog duurzamer dan Herta Mohr’
Het nieuwe Aleida Nijland-gebouw krijgt steeds meer vorm. Als de tijdelijke huurders later deze maand vertrekken, nadert de fase van de ‘voorsloop’, waarin zoveel mogelijk herbruikbare materialen uit het gebouw worden gehaald. Projectleider José Bunnik vertelt meer over de duurzame aanpak van de renovatie.
‘Tegenwoordig hebben we het eigenlijk niet meer over sloop, maar over oogst’, begint Bunnik. ‘We breken elementen niet meer zomaar af, maar halen ze zorgvuldig uit het gebouw om ze later ergens te kunnen hergebruiken.’ Een eerder voorbeeld daarvan zijn de schrootjesplafonds uit Herta Mohr-voorgangers Van Eyckhof en Wijkplaats. De sequioa-houten latjes vormen nu een lambrisering in het atrium. Bunnik: ‘Ook in het Aleida Nijland zal het plafondhout terugkomen als lambrisering.’
Was de aanpak van het Herta Mohr al duurzaam, bij het Aleida Nijland wordt nog een stapje verdergegaan. ‘Bij Herta Mohr hebben we de BREEAM-methodiek voor duurzaam bouwen gebruikt’, vertelt Bunnik. ‘Dat doen we bij het Aleida Nijland ook, maar daar hanteren we bovendien de nieuwe ZEB-norm (Zero Emission Building) om te voldoen aan de Paris Proof-standaard. Dat houdt onder andere in dat het gebouw niet meer dan 70kWh/m2 per jaar mag verbruiken. Daarnaast kijken we naar de CO2-uitstoot van de toegepaste materialen en de losmaakbaarheid daarvan, zodat ze ooit, als het gebouw weer aan een update toe is, goed hergebruikt kunnen worden.’
Materialen hergebruikt
Bij het hergebruik van materialen wordt ook naar het meubilair gekeken. Het merendeel daarvan wordt vervaardigd uit bestaande materialen. ‘Sociale werkplaats DZB gaat van de deuren, kozijnen en trapdelen tafelbladen en plantenbakken maken’, vertelt Bunnik. ‘In een deel van het zware meubilair worden zelfs gevelstenen verwerkt.’
De rest van de gevelstenen wordt opgeslagen. Bunnik: ‘De gevel moet worden vervangen om het gebouw beter te kunnen isoleren en omdat de huidige ramen vanwege de vorm geen zonwering kunnen krijgen. Die is wel hard nodig om het klimaat in het gebouw te kunnen beheersen. In dit nieuwe ontwerp blijven wel kenmerkende architectonische elementen van de Vrieshof behouden. De bakstenen uit de oude gevel slaan we op, zodat we die later kunnen gebruiken voor het nieuwe Reuvens-gebouw.’
Andere materialen die niet kunnen worden hergebruikt, gaan naar een derde partij, die zorgdraagt voor recycling. ‘Al het glas dat wij uit het gebouw halen, gaat bijvoorbeeld naar een glasfabrikant die ervoor zorgt dat het opnieuw gebruikt kan worden’, vertelt Bunnik. ‘Al het glas dat wij in het nieuwe Aleida Nijland halen, komt ook van hen. Het is dus niet exact hetzelfde glas, maar er wordt zo min mogelijk weggegooid of opnieuw gekocht. Een eerste berekening toont aan dat de totale materiaalgebonden CO2-uitstoot 52 procent minder wordt dan bij het Herta Mohr, en het aandeel materialen met een verantwoorde herkomst stijgt van 6 naar 23 procent.’
Tuinen
Een uniek onderdeel van het Aleida Nijland zijn de drie tuinen. Bunnik: ‘We zetten ons zeker bij dit gebouw erg in voor klimaatadaptiviteit. In het voorplein en in de binnentuin komen grote watertanks van vijfduizend liter, waarmee we de planten op het voorplein en op de daktuinen in eerste instantie met opgevangen regenwater kunnen bewateren. Daarnaast gaan we heel veel voorzieningen aanbrengen voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen, zodat zij kunnen schuilen.’ Voor de collega die graag voor zijn eigen eten zorgt, is er ook goed nieuws. Bunnik: ‘Er komt ook een moestuin.’