Patiënt of proefpersoon? Op zoek naar vergeten stemmen in Nederlands-Indië
Wie nieuwe medicijnen kreeg in Nederlands-Indië, was soms tegelijk patiënt en proefpersoon. Hoe beleefden patiënten die rol zelf? Promovenda Caroline Schep krijgt een reisbeurs van de KNAW om in Zweden te zoeken naar nieuwe manieren om juist die nauwelijks hoorbare stemmen uit het koloniale verleden zichtbaar te maken.
Rond 1900 explodeerde de farmaceutische industrie. Allerhande nieuwe geneesmiddelen werden ontwikkeld en op de markt gebracht. Soms gebeurde dat na een grondige test, maar minstens zo vaak kregen patiënten een middel waarvan de werking en bijwerkingen nauwelijks waren onderzocht. ‘De huidige scheidslijn tussen testen en gebruiken, is pas in de tweede helft van de twintigste eeuw ontstaan’, legt Schep uit. ‘Daarvoor was het veel meer een spectrum. Farmaceutische bedrijven stuurden bijvoorbeeld samples naar Nederlands-Indië, met de vraag of artsen die wilden gaan gebruiken. Veel van die artsen zagen dat vervolgens niet als experiment, maar als een manier om hun patiënten de beste zorg te geven.’
In haar promotieonderzoek wil Schep achterhalen wat patiënten van deze constructie vonden. ‘Vrijwel alle medisch historici worstelen met de vraag hoe ze de stem van de patiënt hoorbaar maken’, vertelt ze. ‘Bij mij is dat extra lastig, omdat ik onderzoek doe in een koloniale setting, waar sommige stemmen nog minder hoorbaar zijn.’
De afgelopen jaren keek Schep al naar medisch wetenschappelijke tijdschriften, romans en historische bronnen die verbonden zijn met plaatsen waar veel nieuwe medicatie werd verstrekt, zoals het leger en plantages. Een grote krantenset wacht nog op analyse. Ze hoopt dat haar verblijf in het Zweedse Uppsala daaraan kan bijdragen.
Alles in één team
‘Hoogleraar Ylva Söderfeldt leidt daar een project naar de manier waarop patiënten zich in het verleden hebben georganiseerd om hun wensen hoorbaarder te maken’, legt ze uit. ‘Dat sluit mooi aan bij mijn onderzoek, zeker omdat ze zich focussen op Noordwest-Europa. Veel artsen die in Nederlands-Indië werkten, kwamen daarvandaan. Ik ben benieuwd in hoeverre ze hun omgang met patiënten meenamen naar dat gebied en of die omgang verandert als patiënten zich organiseerden in bijvoorbeeld een belangenvereniging.’
Daarnaast hoopt Schep methodisch een stap verder te doen. ‘Söderfeldts team onderscheidt zich door de aanwezigheid van een datascientist’, legt ze uit. ‘Waar in Nederland kennis vaak verspreid is over heel veel mensen, hebben ze daar alles in één team. Ik hoop dat dit me gaat helpen om die dataset vol willekeurige lokale kranten uit Nederlands-Indië te minen, want ik heb gemerkt dat er best veel specifieke kennis nodig is om iets naar boven te halen wat zo onzichtbaar is als de patiënt. Tegelijkertijd kan ik met mijn kennis over de koloniale context bijdragen aan hun onderzoek.
Schep gaat in Zweden deel uitmaken van het Act disease-project.