Universiteit Leiden

nl en
Medewerkerswebsite Sociale Wetenschappen

Demonstratierecht: een integraal onderdeel van onze democratie, maar waar liggen de grenzen?

Op 26 januari spraken Rowie Stolk, Laura Hanrath en Marloes Noorloos tijdens de lezing Demonstreren onder verdenking. Deze dialoogsessie, deel van de universitaire lezingenreeks Community. Conversation. Connection., werd georganiseerd om de moeilijke vragen rond het demonstratierecht te beantwoorden.

Demonstraties worden vaak gezien als een probleem dat beheerst moet worden, onder andere voor veiligheidsoverwegingen. Maar demonstreren geeft ons ook de kans om onze mening en onvrede te uiten, en zou daarom gefaciliteerd moeten worden als belangrijk deel van onze democratie. Dit zorgt voor een gespannen situatie, ook binnen universiteiten. Want juist binnen de muren van een universiteit zou vrij debat mogelijk moeten zijn. Tijdens de dialoogsessies gingen medewerkers en studenten hierover met elkaar in gesprek.

Chilling effect

Het aantal demonstraties in Nederland is sinds 2000 sterk toegenomen, tot zo’n 6000 per jaar. Volgens Rowie Stolk, universitair docent staats- en bestuursrecht, staat het demonstratierecht onder druk. Zo moet je een demonstratie melden bij je gemeente, maar sommige gemeenten vragen soms uitgebreide persoonsgegevens, schadevergoedingen of politiebegeleiding. Het is zelfs wel een voorgekomen dat gemeenten inspraak wilden op de inhoud van demonstraties, zoals protestborden. Dit kan een ‘chilling effect’ veroorzaken: demonstranten worden afgeschrikt door mogelijke gevolgen, wat hun recht op protest beperkt.

De universiteit als semi-openbare ruimte

Laura Hanrath publiceerde over demonstratierecht in semi-openbare ruimtes, waar universiteiten ook onder vallen. Zoals in de vragenronde terecht werd opgemerkt, is de term ‘semi-openbaar’ erg verwarrend: een ruimte is toch openbaar of niet? Hanrath legde uit dat je dit niet als een postitie op een spectrum moet voorstellen, maar een veld. De term ‘semi-openbaar’ is verwarrend, maar verwijst naar plekken met een publieke rol die formeel privaat zijn, zoals treinstations of universiteiten. Deze locaties mogen huisregels stellen, maar dat botst soms met het demonstratierecht. Dit hangt ook af van het doel van de demonstratie: als studenten willen demonstreren tegen het controleren van de LU-card, zullen ze dat juist op een plek doen waar je je LU-Card moet tonen om binnen te komen.

Demonstraties en strafrecht

Marloes van Noorloos benadrukte dat strafrechtelijk optreden bij demonstraties alleen gerechtvaardigd is bij significante ordeverstoringen. Arrestaties of vasthouden moeten noodzakelijk en proportioneel zijn. Natuurlijk blijven strafbare feiten zoals vernieling of geweld strafbaar, maar het optreden van autoriteiten moet altijd in verhouding staan tot de situatie.

De hoofdgedachte van de drie presentaties was: je kunt je moeilijk op een algemeen demonstratiebeleid beroepen, want je moet altijd een individuele afweging maken op basis van veel verschillende factoren..

Discussie

Zowel medewerkers en studenten gingen in discussie over deze tweestrijd. Zo vroeg een medewerker welke juridische verdediging je hebt als je een nacht in een cel moet doorbrengen na een protest, en welke stappen de politie moet nemen om jouw demonstratierecht te respecteren. Een nacht in de cel heeft namelijk ook een ‘chilling effect’. Ook als de nacht in de cel onterecht was. Precies om 17.30 liep de sessie ten einde. Onder de aanwezigen was ook de gloednieuwe rector magnificus Sarah de Rijcke, die samen met decaan Suzan Stoter de drie sprekers bedankte voor het organiseren van deze nuttige en levendige dialoogsessie in het KOG.

Deze dialoogsessie maakte deel uit van de universitaire reeks Community. Conversation. Connection. van de Universiteit Leiden. Deze reeks is georganiseerd om ruimte te geven aan discussies rond de hete hangijzers van vandaag: oorlog en vrede, onverdraagzaamheid, mensenrechten, polarisatie, securitisation, klimaat en andere onderwerpen.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.