Universiteit Leiden

nl en

‘De Commissie Kennisveiligheid moet en wil bepaalde groepen of landen niet per definitie uitsluiten’

Internationale samenwerking biedt kansen, maar brengt ook risico’s met zich mee. De Commissie Kennisveiligheid speelt een belangrijke rol bij het beoordelen van deze samenwerkingen. Daarbij is zorgvuldige overweging van de kansen en risico’s essentieel, benadrukt voorzitter Joanne van der Leun. ‘Onze commissie zou niet nodig zijn, als het heel eenvoudig was.’

Dag Joanne, waarom heeft onze universiteit de Commissie Kennisveiligheid opgericht?

‘Onderzoekers die internationale samenwerkingen willen aangaan streven naar open wetenschap en samenwerking. Tegelijk merken ze dat dit niet altijd kan omdat sommige samenwerkingen risico’s met zich meebrengen. De Commissie Kennisveiligheid beoordeelt of een samenwerking plaats kan vinden als collega’s er zelf niet uitkomen. Hierbij maken we met elkaar een zorgvuldige afweging tussen de kansen en belangen die de onderzoekssamenwerking biedt voor de universiteit en de mogelijke risico’s.’

Wat maakt een samenwerking gevoelig?

‘Dat is wanneer kennis of technologie misbruikt kan worden, bijvoorbeeld om bevolkingsgroepen te onderdrukken, uit te buiten of om instrumenten te ontwikkelen waar we als universiteit niet aan mee willen werken. Het is daarbij belangrijk om niet alleen naar het onderzoek zelf te kijken, maar ook naar de partner, en welke affiliaties deze partner heeft. Is deze bijvoorbeeld gevestigd in een door onze overheid geïdentificeerd hoogrisicoland, of kan er verwevenheid zijn met de regering of het defensieapparaat van dat land? Het is ook mogelijk dat buitenlandse overheden druk kunnen zetten op onderzoekers of studenten vanwege interesse in bepaalde kennis. Dus je moet best wel breed denken. Dat we nu meer aandacht besteden aan kennisveiligheid, heeft te maken met de huidige situatie in de wereld, maar ook met de technologische ontwikkelingen die natuurlijk heel snel gaan.’

De Commissie Kennisveiligheid beoordeelt of een samenwerking plaats kan vinden als collega’s er zelf niet uitkomen.’

Wanneer komt de commissie in beeld?

‘Wanneer medewerkers een samenwerking willen aangaan, lopen zij eerst het stroomschema kennisveiligheid door en maken zij zelf een afweging van de kansen en risico’s. Daarbij is het belangrijk dat ze met hun wetenschappelijk directeur in gesprek gaan. Blijft er na afweging binnen de faculteit twijfel over de samenwerking, dan kan dit besproken worden met het Adviespunt Kennisveiligheid. Dit adviespunt ondersteunt collega’s met vragen. Waar nodig bereidt het adviespunt ook de casussen voor die aan de commissie worden voorgelegd. De commissie komt pas in beeld als de initiatiefnemer van de samenwerking en wetenschappelijk directeur na het doorlopen van het stroomschema twijfel hebben of de samenwerking op een verantwoorde manier door kan gaan.’

Hoe beoordeelt de commissie een casus?

‘Alle commissieleden en eventuele externe experts nemen de casus eerst individueel door met de adviezen en voorbereidingen van deze experts en leden van het Adviespunt Kennisveiligheid. Op basis daarvan vormen ze een voorlopig oordeel. Vervolgens wordt de samenwerking besproken tijdens de commissievergadering: is het onderzoek nog puur fundamenteel of gaat het al richting toepassing? Onder welke voorwaarden vindt het onderzoek plaats? Welke afspraken zijn er gemaakt, of kunnen nog gemaakt worden? Ook kijken we naar ethische aspecten, financiering en relevante wet- en regelgeving zoals de Europese sanctie en dual use wet-en regelgeving en naar de mogelijke impact van samenwerkingen. Wanneer alle perspectieven bij elkaar worden gebracht, kan dat ook tot discussie leiden over hoe zwaar we bepaalde zaken wegen. Daarbij kan er verschil van inzicht zijn, maar uiteindelijk streven we naar consensus: de leden kunnen zich gezamenlijk vinden in de einduitspraak die we namens het College van Bestuur doen.’

Je noemt de Europese sanctie en dual use wet-en regelgeving, met welke andere wetten en richtlijnen houden jullie rekening?

‘Naast bovengenoemde wetten is er een landelijke richtlijn, de Leidraad Kennisveiligheid. Er is ook een Wet screening kennisveiligheid in de maak die grote gevolgen zal hebben voor kennisinstellingen. Universiteiten hebben ook een gezamenlijke richtlijn om te voorkomen dat de ene universiteit iets heel anders doet dan een andere. Tegelijkertijd houd je altijd die belangenafweging, daar zit een zekere interpretatieruimte. En dat is ook iets wat de universiteit duidelijk erkent. We doen het met de beste kennis die we op dat moment hebben en streven naar een zuiver en transparant proces. Maar volledig transparant kun je niet altijd zijn omdat sommige informatie gevoelig is. We zijn een lerende organisatie en het is een lerend proces. Het kan dus best zijn dat we het over twee jaar weer een beetje anders aanpakken en het is ook cruciaal dat binnen faculteiten en instituten het gesprek onderling wordt gevoerd.’

Waarom is de commissie samengesteld uit verschillende expertises?

‘Als het heel eenvoudig was, zou je alleen de wet- en regelgeving toepassen en was de commissie zoals we die nu hebben niet nodig. Maar omdat je uiteindelijk inschattingen maakt van kansen, risico’s en bedreigingen is het heel belangrijk om iedere casus genuanceerd te bekijken vanuit verschillende perspectieven. Een valkuil van dit soort processen is dat je gaat discrimineren en dat je per definitie bepaalde groepen of landen gaat uitsluiten. Dus je moet voortdurend scherp blijven op jezelf dat je niet heel erg aan de ‘better safe than sorry’ kant gaat zitten, en daarmee eigenlijk de academische samenwerking juist verarmt. Er zijn bepaalde landen die benoemd zijn als hoogrisicolanden door de Nederlandse overheid, zoals China, Rusland en Iran. Soms gelden Europese sancties of is er een verbod of een vergunningsplicht. Dan is het duidelijk dat een samenwerking niet kan. Vaak zit het echter in de sfeer van risico-inschatting. We bekijken echt per casus wat er speelt en ook of er maatregelen zijn die ervoor kunnen zorgen dat een samenwerking toch mogelijk is.’

‘We bekijken per casus wat er speelt en ook of er maatregelen zijn die een samenwerking toch mogelijk maken.’

Kun je een voorbeeld geven van een recente casus?

‘Het kan bijvoorbeeld zijn dat een commercieel bedrijf een promotieonderzoek wil financieren en er vragen ontstaan omdat het bedrijf gevestigd is in een land dat als hoogrisicoland wordt gezien. Dan kijkt de commissie naar vragen als: waarom wil het bedrijf dit onderzoek financieren? En hoe goed is geborgd dat er echt onafhankelijk wetenschappelijk onafhankelijk onderzoek wordt gedaan? Wat wil het  bedrijf  met de resultaten? Soms spelen meerdere factoren tegelijk, zoals wanneer er sensitieve technologieën worden ontwikkeld en er ook sprake is van een hoogrisicoland. Dat roept dan vragen op die zorgvuldig worden bekeken. Een andere casus ging bijvoorbeeld over een promovendus van de Seven Sons of Defence in China. Dit zijn universiteiten die dusdanig verstrengeld zijn met het defensieapparaat van China waar we in Nederland niet mee samen willen werken.’

Hoe kijk je naar de toekomst? 

‘Ik ben ook voorzitter van de Commissie Mensenrechten en Conflictgebieden en van de Commissie Samenwerkingen Fossiele industrie. Ik denk dat het goed zou zijn als deze commissies naar elkaar toe groeien en uiteindelijk één commissie vormen, maar zo ver zijn we nog niet. Dat is uiteindelijk een beslissing van het bestuur van de universiteit. De rode draad is dat ethische afwegingen op verschillende fronten spelen. Als voorzitter van de verschillende commissies kan ik er op letten dat we een vraagstuk niet te smal bekijken, namelijk alleen als een kennisveiligheids- of ethisch vraagstuk. Wat ik leuk aan mijn rol vind: we hebben veel gesproken over academische vrijheid, maar minder over academische verantwoordelijkheid. We weten eigenlijk nog niet zo goed wat die academische verantwoordelijk inhoudt en hoe die eruit ziet en dat vind ik interessant om uit te zoeken en te helpen inkleuren. Sommige onderzoekers vinden dat alles moet kunnen en anderen laten zich nu misschien teveel afschrikken. Daar kunnen we met elkaar een betere weg in vinden, daarvan ben ik overtuigd.’

Tot slot, wat wil je medewerkers meegeven?

‘Heb je vragen of twijfels? Neem dan contact op met de contactpersoon kennisveiligheid van jouw faculteit of het Adviespunt Kennisveiligheid. En ook als het onderwerp ver van je af lijkt te staan kan het helpen om het stroomschema kennisveiligheid eens te bekijken en met je collega’s te bespreken.’

Joanne van der Leunhoogleraar Criminologie, Academic Lead International Affairs en oud-decaan van de faculteit der rechtsgeleerdheid, is naast voorzitter van de Commissie Kennisveiligheid ook voorzitter van de Commissie Mensenrechten en Conflictgebieden, de Commissie Samenwerkingen Fossiele industrie en donaties LUF.

Deze website maakt gebruik van cookies.  Meer informatie.